Luca de Meo (Renault) en John Elkann (Stellantis) zijn in de pen geklommen. Zij zijn de auteurs van een ingezonden brief de Franse krant Le Figaro. De redactie van dat dagblad besloot vervolgens beide heren te interviewen over hun schrijven.
In het gezamenlijke interview wordt een pleidooi gehouden voor andere regelgeving voor kleine auto’s. De Meo en Elkann stellen dat er teveel regels waaraan nieuw modellen moeten voldoen. Daar houdt hun klacht niet op, want de topmannen zijn van mening dat die regels primair bedoeld zijn voor grotere en duurdere auto’s. Dit betekent dat kleine auto’s, die ook aan die regels moeten voldoen, niet meer met een acceptabele winst ontwikkeld, geproduceerd en verkocht kunnen worden.

De feiten spreken voor zich: er zijn amper nog A-segment modellen op de markt. Zelfs de Fiat Panda is gepromoveerd naar een hoger segment omdat er anders geen businessplan te maken viel voor de Grande uitvoering. Alleen Aziatische fabrikanten zijn nog in het A-segment actief. Jammer, want juist kleine auto’s kunnen een steentje bijdragen aan de reductie van de CO2-uitstoot als volledig elektrische aandrijving geen optie is (te duur, geen laadinfrastructuur). Doordat A-segment auto’s langzaam maar zeker van het toneel verdwijnen, wordt het wagenpark gemiddeld genomen groter en zwaarder. Dat staat op gespannen voet met milieuvriendelijkheid.
De topmannen van Renault en Stellantis wijzen er ook op dat de Europese autoverkopen zich, als enige industrietak, nog steeds onder pre-corona niveau bevinden. De markt is al 5 jaar aan het kwakkelen. Dat geeft te denken. En zou ‘Brussel’ moeten aanzetten tot actie. Of juist tot even pas op de plaats maken met het verzinnen van nieuwe regels waaraan auto’s moeten voldoen. Zodra fabrikanten weer meer vrijheid krijgen bij het ontwerpen van kleine auto’s en hun creativiteit niet hoeven te beteugelen, dan zal dat voor een renaissance van de Europese auto-industrie kunnen zorgen. Want de consument is altijd wel te porren voor een aantrekkelijk geprijsd, handzaam en zuinig model. Dat bewijst bijvoorbeeld het jarenlange verkoopsucces van de Kia Picanto.
Ruim baan geven aan compacte auto’s kan ook strategisch slim zijn, want op dat gebied hebben Europese autofabrikanten veel ervaring. In China ligt het accent op middenklassers met veel beenruimte achterin. In dat segment buitelen alle lokale autofabrikanten over elkaar heen. Met als gevolg dat de concurrentiedruk, ook voor Europese fabrikanten, veel groter is dan bij kleine auto’s. Als die niet vanuit China aangevoerd hoeven te worden, kan er wel degelijk op prijs geconcurreerd worden.
Pikant: in de wandelgangen wordt De Meo (links) vaak genoemd om de nieuwe CEO te worden van Stellantis, het autoconcern waar Elkann bestuursvoorzitter is. Kijkend naar de foto, ziet de laatste de overstap van De Meo al helemaal zitten …
