De verkopen van Toyota zijn in de eerste jaarhelft met 5,5 procent gestegen. Er gingen in totaal 5.159.282 auto’s personenwagens over de toonbank.
Bovenstaand resultaat maakt duidelijk dat Toyota meer dan veel andere autofabrikanten in de eerste helft van het jaar heeft weten te profiteren van de Amerikaanse importheffingen. Toen president Donald Trump de nieuwe invoerbelasting aankondigde, kochten veel consumenten in de Verenigde Staten nog snel een auto van de Japanse producent. Dat leverde Toyota betere verkopen dan ooit op.
De landgenoten Honda en Nissan hadden juist veel last van de heffingen. Niet alleen qua verkopen, maar ook voor wat betreft hun winst.
Toyota heeft relatief het minst last van de invoerheffingen (15 procent op Japanse auto’s en 50 procent op staal), al werd de winst er wel door geraakt. Verschillende andere landen kregen van Trump een importheffing op auto’s van 25 procent opgelegd.
Vooral de hybride auto’s van Toyota (en dochter Lexus) doen het goed, met name in eigen land, China en de Verenigde Staten. Op de Amerikaanse markt verkochten Toyota en Lexus in het eerste halfjaar 1.236.739 auto’s, hetgeen 4,2 procent meer is dan in dezelfde periode vorig jaar over de toonbank ging. Opvallend is dat in de Verenigde Staten ook sedans (Camry) en MPVs (Sienna) in trek waren. In Europa zijn dergelijke auto’s vanwege hun carrosserievorm nog amper verkoopbaar.
De verkopen stegen wereldwijd in de eerste helft van het jaar met 7 procent tot 5,5 miljoen voertuigen (bedrijfswagens meegerekend). In Europa verliest Toyota wel marktaandeel omdat er bij ons sprake is van een toenemende vraag naar compacte, betaalbare elektrische auto’s. Toyota kan daar momenteel niet in voorzien.
Dochter Daihatsu zag de verkopen met maar liefst 56,2 procent groeien naar 329.416 auto’s. Die groei heeft wel grotendeels te maken met de enorme dip van vorig jaar, toen het merk in opspraak raakte over de veiligheid van haar modellen. Veiligheidstests zouden namelijk niet correct zijn uitgevoerd.
