De hoogste civiele rechtbank van Duitsland heeft een miljoenenschikking tussen Volkswagen en voormalige topbestuurders rond het dieselschandaal nietig verklaard. Met die schikking werden bestuurders beschermd tegen claims rondom het schandaal. Aandeelhouders zijn weliswaar akkoord gegaan met de in 2021 gemaakte afspraken, maar volgens het Bundesgerichtshof in Karlsruhe werden zij onvolledig geïnformeerd.
Oud-topman Martin Winterkorn (rechts op de foto) en voormalig Audi-baas Rupert Stadler (links) ontkenden in eerste instantie dat zij van de aanwezigheid van sjoemelsoftware op de hoogte waren. Later bleek dat ze er wel degelijk van afwisten. Door die software leken diesels bij uitstoottests schoner dan ze waren. Winterkorn betaalde 11,2 miljoen euro om te schikken en Stadler 4,1 miljoen euro. Daarmee zou de kous af zijn, maar de hoogste civiele rechtbank van Duitsland denkt daar anders over. Pech voor Winterkorn en Stadler, maar toch is er iemand die zich nóg meer zorgen dient te maken: Hans Dieter Pötsch (midden), die tot najaar 2015 financieel directeur van Volkswagen was en daarna als voorzitter van de Raad van Commissarissen verantwoordelijk was voor de afhandeling van het dieselschandaal.

Ook andere bestuurders en ex-bestuurders werden beschermd tegen claims rond het schandaal. Maar Volkswagen vermeldde dit niet volledig in de aandeelhoudersvergadering waarin zou worden gestemd over het akkoord. Ook de verzekeringsmaatschappij, die 270 miljoen euro uitkeerde vanwege het gedrag van de brokkenpiloten aan de top van het autoconcern, kreeg niet alle informatie. Daarom is de overeenkomst ongeldig, oordeelde de rechter.
Volkswagen gaf in september 2015 toe dat het illegale software had gebruikt om te sjoemelen bij uitstoottests. De autofabrikant vond dat Winterkorn, die een week na het uitbreken van het schandaal aftrad, zijn zorgplicht had geschonden en het bedrijf daarmee veel schade had toegebracht. De kwestie heeft het bedrijf inmiddels meer dan 30 miljard euro aan boetes en schadevergoedingen gekost.
