Volkswagen beperkt zijn autoproductie en zet de assemblagelijnen in 2 Duitse fabrieken tijdelijk stil. Het Duitse autoconcern heeft namelijk last van een tegenvallende vraag naar haar elektrische auto’s.
De fabriek van Volkswagen in Zwickau zal de productie vanaf 6 oktober een week stilleggen. Daarmee wordt voorkomen dat de voorraad onverkochte exemplaren van de Audi Q4 e-Tron te sterk oploopt, zo laat een woordvoerder weten. De vraag naar dit model wordt gedrukt door Amerikaanse invoerheffingen en inspanningen van de Duitse overheid om het voorgenomen Europese verbod op de verkoop van auto’s met verbrandingsmotor af te zwakken. Daardoor denken veel autoconsumenten dat er langer dan aanvankelijk gedacht een levendige handel zal blijven in dit type personenwagens. Dat vermindert de ‘noodzaak’ om over te stappen op elektrisch rijden.
Volkswagen’s fabriek in Emden, die de ID.4 en ID.7 produceert, heeft daarnaast de werkuren van medewerkers verminderd en zal naar verwachting de productielijnen ook enkele dagen stilleggen. Dat laatste melden ingewijden. De 2 fabrieken produceren uitsluitend elektrische personenwagens, waardoor ze erg kwetsbaar zijn voor schommelingen in de vraag naar de ID modellen.
Risicovolle nieuwe strategie
De Volkswagen Groep staat voor een T-splitsing: na jarenlang geplaagd te zijn door problemen met in eigen huis ontwikkelde software, kiest het autoconcern nu voor een andere strategie: kant-en-klare software inkopen bij Rivian, voor zowel de elektrische auto’s als de modellen met een verbrandingsmotor. De nieuwe software moet bovendien mondiaal gebruikt gaan worden, dus zowel in Europa als de Verenigde Staten en China. De vraag is of deze miljardengok goed zal uitpakken en een reddingsboei zal blijken te zijn, of alleen nieuwe hoofdpijn veroorzaakt.
Peter Bosch, topman van dochterbedrijf Cariad dat verantwoordelijk is voor de problemen met de eigen software, bevestigt tegenover Handelsblatt: “Wij onderzoeken momenteel hoe wij ook onze modellen met een verbrandingsmotor digitaal bij de tijd kunnen houden”. Hij benadrukt dat er nog geen definitieve keuzes zijn gemaakt. Een woordvoerder van Volkswagen voegt toe dat op de langere termijn alle elektronica gebundeld zal worden in een architectuur-platform.
Dat Volkswagen nu aan het onderzoeken is hoe haar modellel met een verbrandingsmotor gedigitaliseerd kunnen worden, kan niet los worden gezien van toenemende druk op de Europese Unie om het voor 2035 geplande verkoopverbod op nieuwe auto’s met een verbrandingsmotoren te versoepelen. De Volkswagen dochters Porsche en Lamborghini hebben sowieso al aangegeven hun benzinemodellen langer in productie te houden. In Wolfsburg wil men voorbereid zijn als de regelgeving daadwerkelijk toch verandert.
Voor de autobouwer is dat meer dan een formaliteit: software is tegenwoordig de ruggengraat van elk model, van infotainment tot rijhulpsystemen. Zonder een krachtige digitale basis lopen brandstofauto’s het risico achter te blijven bij hun elektrische tegenhangers, en dat kan de concurrentiepositie verzwakken.
Cariad of Rivian?
Wie de nieuwe software daadwerkelijk gaat bouwen, is nog onduidelijk. Volkswagen investeerde miljarden in een samenwerking met het Amerikaanse Rivian, dat werkt aan een nieuwe softwarearchitectuur voor elektrische modellen. Dat systeem (voorlopig bekend als SDV ICE) zou later ook voor modellen met een verbrandingsmotor gebruikt kunnen gaan worden.
Maar in Wolfsburg staart men zich niet blind op Rivian, dat nog steeds forse verliezen lijdt en kampt met een tegenvallende belangstelling voor haar elektrische SUV en pick-up modellen. Er is een ‘plan B’ waarbij Cariad, dat de laatste jaren uitsluitend negatief in het nieuws kwam, de kans krijgt om zich te revancheren. Toch is niet iedereen blij met dat ‘plan B’: intern wordt de software van Cariad omschreven als “beperkt concurrerend”. Maar als Volkswagen beide trajecten (Rivian én Cariad) parallel laat lopen, dreigt het risico van dubbele kosten.
Miljarden op het spel
Volgens interne berekeningen heeft Volkswagen al circa 4 miljard euro apart gezet om Cariad de opdracht te kunnen geven voor de ontwikkeling van software voor auto’s met een verbrandingsmotor. De kosten van de Rivian-optie worden geschat op 2,5 miljard. Linksom of rechtsom gaat het dus om een van de duurste softwareprojecten uit de geschiedenis van Volkswagen.
De keuze voor nieuwe software is ook om andere redenen risicovol: Cariad kampte de afgelopen jaren met vertragingen bij de ontwikkeling van nieuwe software, waardoor de introductie van belangrijke elektrische modellen herhaaldelijk moest worden uitgesteld. Met name de Audi Q6 e-Tron en de elektrische Porsche Macan werden hier het slachtoffer van. Voor de topman van de Volkswagen Groep, Oliver Blume, is het cruciaal dat zulke scenario’s zich niet herhalen, want de softwareproblemen ondermijnen direct de geloofwaardigheid van de elektrificatiestrategie.
Cariad zelf is ondertussen flink afgeslankt. Onder leiding van Bosch verdwenen banen en werd het budget fors ingekrompen. Tegelijk zoekt Volkswagen nadrukkelijk samenwerking: in Europa en Noord Amerika met Rivian, en in China met Xpeng. De software van Xpeng zou technisch ook geschikt zijn voor auto’s met een benzine- of dieselmotor, maar kan om politieke redenen niet in het Westen worden gebruikt. Dit laat zien hoezeer de autowereld steeds meer afhankelijk is van geopolitieke omstandigheden: wat in China kan, mag in Europa of de Verenigde Staten niet, en andersom. Voor de Volkswagen Groep betekent dit dat zij er niet aan zal ontkomen om parallel software te ontwikkelen; een dure en complexe opgave.
Later dit jaar vergadert de Raad van Toezicht van de Volkswagen Groep opnieuw over de software-roadmap en de bijbehorende budgetten. Pas dan wordt duidelijk wie de verantwoordelijkheid krijgt (Cariad of Rivian) en of Volkswagen erin slaagt de kloof tussen klassieke en elektrische modellen digitaal te overbruggen.
Wat vaststaat: de toekomst van Volkswagen hangt niet alleen af van motoren en batterijen, maar minstens zo sterk van de vraag of het autoconcern softwareproblemen eindelijk weet op te lossen en of zij in staat is om een schaalbaar, wereldwijd te gebruiken, werkend systeem te lanceren.
