Sinds 2019 rijden er op de Nederlandse wegen zo’n 600.000 auto’s meer. Tegelijkertijd nam in deze periode het aantal per persoon gereden kilometers af. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Gezamenlijk rijden we meer kilometers (122 miljard om precies te zijn) maar per automobilist is er sprake van een daling van ongeveer 6 procent ten opzicht van de situatie voor de coronapandemie. De coronacrisis heeft namelijk duidelijke veranderingen in gang gezet. Er is een groep autorijders bijgekomen die waarschijnlijk niet dagelijks op de weg zit, maar die wel een auto nodig heeft voor bepaalde activiteiten. Een logische verklaring is bijvoorbeeld het thuiswerken dat sinds de coronapandemie gemeengoed is geworden. Op de dagen dat men wél naar kantoor gaat (vaak is dat de dinsdag en donderdag) wordt de auto wel gebruikt.
Vorig jaar bestond het Nederlandse wagenpark uit 9,9 miljoen auto’s, vergeleken met 9,3 miljoen in 2019. Door deze groei werden vorig jaar voor het eerst meer kilometers gereden dan voor corona. Toen werden er bijna elk jaar meer autokilometers afgelegd. Tijdens de pandemie nam het aantal gereden kilometers in 2020 sterk af (-17,8 procent ten opzichte van 2019), maar het aantal auto’s bleef tijdens de coronaperiode wel groeien. Reden is dat veel mensen sindsdien liever niet meer met het openbaar vervoer reizen.
Het CBS constateert ook dat bijna 80 procent van het totale aantal kilometers wordt afgelegd met auto’s op naam van een particulier. Daarbij hebben huishoudens met hogere inkomens vaker auto’s en rijden ze meer kilometers dan huishoudens met lagere inkomens.
