Gisteren herzag de Europese Unie haar plan om vanaf 2035 de verkoop van auto’s met een benzine of diesel motor te verbieden. Er blijft een 10 procent groot geitenpaadje over voor modellen die nog wel CO2 uitstoten. Dat is natuurlijk niet goed voor het milieu, maar de Europese Unie compenseert dit door compacte elektrische auto’s in een speciale categorie (genaamd 1ME) te plaatsen.
In Brussel wil met dit zogeheten Small Affordable Car initiatief fabrikanten die in een lidstaat van de Europese Unie auto’s bouwen stimuleren om meer compacte elektrische modellen op de markt te brengen. Dergelijke personenwagens kunnen in de toekomst namelijk rekenen op ‘superkredieten’. Daarmee telt een elektrische model niet 1 keer bij de berekening van de gemiddelde CO2 uitstoot van de auto’s die een fabrikant in een jaar heeft verkocht, maar 1,3 keer. Door hoe meer kleine elektrische cross-overs een merk verkoopt, des te meer superkredieten hij krijgt. Die kunnen vervolgens worden gebruikt om de CO2 uitstoot van grote, modellen te compenseren. Daar zit doorgaans een flinke winstmarge op en dat is goed voor autofabrikanten om vet op de botten te kweken waarmee zij weerstand kunnen bieden aan de Chinese concurrentie.
Wanneer valt een auto in de M1E categorie? Kort door de bocht gaat het dus om compacte elektrische auto’s. De grens ligt bij 4,2 meter. In principe zijn dat B-segment modellen, al is de Peugeot e-2008 te groot. Een andere voorwaarde is dat de auto in de Europese Unie geproduceerd moet worden. Dit betekent dat de nieuwe elektrische Nissan Juke buiten de boot lijkt te vallen, evenals modellen die in Turkije van de band rollen. Lidstaten van de Europese Unie kunnen, om de aanschaf van dit type personenwagens te stimuleren, klanten gaan lokken met zaken als een belastingverlaging, vrijstelling van tolheffing, selectieve toegang tot rijstroken of parkeervakken, speciale parkeertarieven, aankoopsubsidie of verlaagde heffingen.
Over eventuele minder strenge veiligheidseisen is vooralsnog niets bekend. Er zijn dus ook geen regels voor het gewicht, het aantal zitplaatsen of de maximale prijs van een auto uit de M1E categorie. Daarmee zet men in Brussel de deur wagenwijd open voor premium compacte auto’s. Zoals de Abarth 600e en zelfs de Renault 5 Turbo 3E, ondanks zijn prijskaartje van 155.000 euro. Maar goed, het gaat natuurlijk om de grootste gemene deler.
Microcars zoals de Citroën Ami of Fiat Topolino doen niet mee: zij hebben al hun eigen categorie (L6e- of L7e). BYD kan voor haar Dolphin Surf echter wél superkredieten gaan verzamelen. Dat elektrische model wordt vanaf het tweede kwartaal van 2026 in Hongarije geproduceerd. We kunnen er in dit kader vergif op innemen dat meer Chinese autofabrikanten zullen besluiten om een of meerdere compacte elektrische auto’s in een lidstaat van de Europese Unie te produceren. Hou daarbij vooral Leapmotor in de gaten. Dat merk heeft geen eigen fabrieken in de EU maar mag waarschijnlijk gebruik gaan maken van een productiefaciliteit van Stellantis.
Vlak ook Kia niet uit. Dat merk wil haar nieuwe EV2 in Slowakije gaan bouwen. Mogelijk wordt dat model net wat korter dan 4,2 meter.
Kansloos zijn de elektrische Mini modellen Cooper en Aceman zodra de productie van deze modellen in het Britse Oxford begint. Groot-Brittannië is immers geen lidstaat van de Europese Unie. Fiat heeft ook pech want haar Grande Panda loopt in Servië van de band. Dat land is ook geen lid van de Europese Unie. Volvo valt ook buiten de boot. Haar EX30 rolt weliswaar ook in België van de band, maar dat model is nipt te lang (3,3 cm). Het is echter denkbaar dat Volvo de vorm van de bumpers van de EX30 gaat aanpassen zodat dit model wel in aanmerking komt voor de M1E categorie.
Over welke modellen hebben we het nu? In alfabetische volgorde gaat het om de Abarth 500e, de Abarth 600e, de Alfa Romeo Junior, de Alpine A290, de Citroën ë-C3, de Cupra Raval, DS 3 E-Tense, de Dacia Spring, de Fiat 500e, de Fiat 600e, de Ford Puma Gen-E, de Jeep Avenger, Lancia Ypsilon, Nissan Micra, Opel Corsa Electric, Opel Mokka-e, Peugeot e-208, Renault Twingo, Renault 4 E-Tech, Renault 5 E-Tech, Renault Mégane E-Tech, Skoda Epiq, Volkswagen ID.Polo en Volkswagen ID.Cross.
Dit zijn allemaal auto’s die fors groter zijn dan de Japanse Kei-Cars die als inspiratie hebben gediend voor het Small Affordable Car initiatief van de Europese Commissie. Die mogen namelijk maximaal 3,4 meter lang zijn en niet breder dan 1,475 meter.
