Personeel dat een leasewagen met verbrandingsmotor kiest of krijgt (dit geldt ook voor hybride modellen), wordt vanaf 2027 een stuk duurder voor de werkgever. Per 1 januari wordt er namelijk een zogeheten pseudo-eindheffing (in de volksmond ‘brandstofboete’ genoemd) van kracht voor nieuwe leasecontracten. Daarmee wil de overheid de overstap naar volledig elektrisch rijden stimuleren.
Veel kleine en middelgrote werkgevers staan nu nog toe dat er als ‘auto van de zaak’ een model met een verbrandingsmotor gekozen wordt, zo blijkt uit navraag bij leasemaatschappijen.
De werkgever moet per 1 januari aanstaande per maand 1 procent van de officiële nieuwprijs van een auto aan de Belastingdienst betalen. Voor een model met een verbrandingsmotor met een catalogusprijs van 35.000 euro is dat dus een ‘boete’ van 350 euro per maand. De werkgever moet de pseudo-eindheffing zelf betalen en mag hem niet doorberekenen aan de werknemer.
Volgens de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) leidt de komst van de pseudo-eindheffing tot onrust en onzekerheid bij werkgevers. “De heffing kan grote gevolgen hebben voor het mobiliteitsbeleid van organisaties en kan leiden tot forse extra financiële lasten”, zegt voorzitter Renate Hemerik.
Bij grote werkgevers mag het personeel vaak nu al alleen nog maar een elektrische auto bestellen, zo blijkt uit onderzoek van de VNA. Maar bij kleinere bedrijven is dat nog niet de norm.
Volgens de VNA wordt het straks ook moeilijk voor sommige werkgevers om een elektrisch wagenpark te faciliteren. “Op steeds meer locaties is het stroomnet overvol”, zegt Hemerik. “Bedrijven krijgen geen zwaardere aansluiting en kunnen laadpleinen niet uitbreiden. Tegelijkertijd wordt er vanaf 1 januari 2027 wél een fiscale boete ingevoerd op niet-volledig elektrische mobiliteit. Dat wringt”. De brancheorganisatie wil daarom dat de heffing wordt geschrapt.
Leasemaatschappij Athlon is positiever. “De aankondiging van de pseudo-eindheffing werkt vooral als versneller van een transitie die wij actief ondersteunen”, zegt verkoop- en marketingdirecteur Willemijne de Wit. Athlon ziet dat vooral kleinere bedrijven met minder dan 10 lease-auto’s nu al relatief vaak voor elektrisch kiezen. Maar nog altijd wordt er ook een aanzienlijk aantal leasewagens met een benzinemotor besteld. Voor de aankondiging van de pseudo-eindheffing was vorig jaar 41 procent van de bestellingen van kleinere bedrijven elektrisch. Sindsdien is dat 51 procent.
Bij middelgrote bedrijven, met 10 tot 200 lease-auto’s, bleven de bestellingen voor een elektrisch model stabiel, namelijk rond de 60 procent. Bij grote bedrijven, die al grotendeels overgeschakeld zijn op elektrisch, steeg het percentage van 83 procent naar 90 procent. “Leasewagens met een benzinemotor worden ook in 2026 nog steeds besteld, maar de keuze daarvoor wordt sinds de aankondiging van de pseudo-eindheffing duidelijk kritischer bekeken”, aldus De Wit.
De afgelopen jaren was er al een opmars zichtbaar van elektrische auto’s op de leasemarkt. Maar van alle zakelijk gereden personenwagens die eind 2025 in Nederland rondreden, was nog altijd een meerderheid (57 procent) niet volledig elektrisch.
Vanaf 17 september 2030 (precies 5 jaar na de aankondiging op Prinsjesdag 2025) geldt de heffing ook voor leasewagens met een contract van vóór 1 januari 2027. Sluit een werkgever op dit moment dus een contract af voor 5 jaar voor een benzinemodel, dan moet hij uiteindelijk 8 maanden een boete betalen: tussen september 2030 en het einde van de looptijd in mei 2031.
Als bedrijven voor hun personeel nog benzineauto’s bestellen, dan kiezen ze nu vaker voor een kortere looptijd, zegt De Wit. “Want wie nu nog voor een dergelijke leasewagen kiest, komt met een contract van 5 jaar nu al in de periode terecht waarin de pseudo-eindheffing financiële consequenties heeft”.
Een andere grote leasemaatschappij, Ayvens (ontstaan uit de fusie van Leaseplan en ALD Automotive), ziet ook dat vooral kleinere organisaties nog voor modellen met een verbrandingsmotor kiezen. Dat geldt ook voor bedrijven met medewerkers die bovengemiddeld veel onderweg zijn en dus een groot aantal kilometers maken”.Klanten van Ayvens kijken daarbij wel naar kortere looptijden om de pseundo-eindheffing voor bestaande contracten vanaf september 2030 te ontwijken.
Bij klanten die al overgestapt zijn naar elektrisch rijden, zijn er wel zorgen over de regels voor tijdelijk vervoer. Want gaat een elektrische auto stuk en krijgt de betreffende werknemer daarom een paar dagen een vervangende auto met benzinemotor, dan moet je werkgever ook daarvoor de heffing betalen. “Al bij één dag een vervangende auto moet je de heffing voor een hele maand betalen. Wij pleiten er daarom voor dat er een uitzondering komt voor tijdelijk vervoer, bijvoorbeeld bij reparatie en onderhoud”, aldus Sander Pleij, de directeur van Ayvens. Ook de Tweede Kamer wil dat er een uitzondering komt voor vervangend vervoer. Een motie daarover werd eind maart aangenomen. Het kabinet kijkt daar nu naar.
