De Europese Unie krijgt een koekje van eigen deeg. In Brussel wordt al jaren de boodschap verkondigd dat wij elektrisch moeten gaan rijden. In dit kader komt er straks zelfs een verkoopverbod op auto’s met een benzine- of dieselmotor. Maar dat dit vanuit een ivoren toren bedacht beleid is, wordt duidelijk nu het energienetwerk de vele aanvragen voor een laadpaal niet kan bijbenen. Kortzichtigheid troef dus, maar het is aan de burger om dit op te lossen.
Maar ‘gelukkig’ ervaart men nu in Brussel ook dat op de tekentafel verzonnen beleid in de praktijk niet werkt. Eurocommissarissen klagen namelijk steen en been over hun maandelijkse rit naar Straatsburg. Die vindt, in het kader van ‘het goede voorbeeld geven’ plaats met een elektrische auto. De eurocommissarissen ervaren nu zelf dat een elektrische auto niet zonder nadeel is (en veel Europeanen liever in een model met een verbrandingsmotor blijven rijden). Er is namelijk alom gejammer over de lange laadpauzes onderweg. “De reis kan wel 7 uur duren”, klinkt het. Tja, eigenlijk zou dat geen verrassing moeten zijn als men in Brussel zich in de materie had verdiept, maar van politici is bekend dat zij vooral op de korte termijn willen scoren.
06:15
Om zelf het goede voorbeeld te geven, hebben meerdere Eurocommissarissen sinds 2022 elektrische auto’s ter beschikking gekregen voor hun maandelijkse verhuizing van Brussel naar Straatsburg (en weer terug). De Commissie vergadert elke maand één keer in de Franse stad, wat voor een flinke milieubelasting zorgt. Er is gesuggereerd om voortaan alleen nog maar in Brussel de koppen bij elkaar te steken. Immers zo zouden de dames en heren eurocommissarissen kunnen laten zien dat zij milieuzorg erg belangrijk vinden. Maar dat is te veel gevraagd. Het is de bedoeling dat wij, burgers, ons wel schikken naar het klimaatbeleid, maar die regels gelden dus blijkbaar niet voor de eurocommissarissen. Ondertussen wel krokodillentranen plengen omdat de Europeaan de partijen die de commissarissen leveren de rug toekeert. Ach.
Brussel en Straatsburg liggen op een afstand van 440 kilometer van elkaar. In de praktijk is dat te groot voor de dienstwagens van de commissarissen. Volgen de folder zou het net moeten lukken, maar er wordt door de chauffeur op de snelweg in een stevig tempo doorgereden, met óf de verwarming óf de airco aan. Er zit dus niets anders op dan ondertussen een laadpauze in te lassen. De rit van ruim 5 uur wordt daardoor 20 tot 30 minuten langer. Dat is voor een eurocommissaris onaanvaardbaar want die doet natuurlijk niks liever dan vergaderen.
De Hongaarse Eurocommissaris Olivér Várhelyi laat inmiddels soms de elektrische auto staan om zich per luxe shuttlebus naar Straatsburg te laten vervoeren. De speciaal afgehuurde hogesnelheidstrein naar Frankrijk laten zij links liggen. Die weigeren sommige commissarissen te nemen uit angst voor meeluisterende passagiers. Anderen proberen het actieradius probleem op te lossen door hun chauffeurs langzamer te laten rijden. Dan is het bereik van de auto groter, maar duurt de trip natuurlijk ook langer. Volgens een van hen arriveert men dan pas na 7 uur op de plek van bestemming.
Het besluit om elektrische dienstauto’s aan te schaffen, stamt nog uit de tijd van de omstreden, voormalige Nederlandse Eurocommissaris Frans Timmermans (die privé in een Mercedes met verbrandingsmotor rijdt …) De socialistische politicus kwam ook met meerdere regels die autofabrikanten dwingen om in de toekomst alleen nog maar elektrische auto’s te produceren. Daarnaast komt er vanaf 2028 een klimaatbelasting die benzine en diesel nog duurder gaat maken.
De lobby van autofabrikanten waarschuwt Brussel al langer dat consumenten nog niet altijd klaar zijn om over te stappen naar elektrische rijden. Onder de Nederlandse Eurocommissaris Wopke Hoekstra (CDA) zijn er eerste stappen gezet om die groene maatregelen van de Commissie wat af te zwakken, maar het is nog niet duidelijk hoe ver de ingrepen zullen gaan.
