Autobedrijven die youngtimers verkopen, moeten tot na de zomer wachten tot er meer duidelijkheid komt over de bijtelling. Hoewel zowel de branche als de politiek ongelukkig is met de huidige, versoberde regeling, komt er pas op Prinsjesdag meer informatie over nieuwe stappen in de bijtellingssaga.
Dat blijkt uit een brief die Eelco Eerenberg, de staatssecretaris van Financiën, naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De brief is een reactie op de onrust die rond de Youngtimer regeling is ontstaan sinds in november 2025 de spelregels plotseling werden bijgesteld. Was het tot nu toe zo dat een zakelijk rijder die ook privé in een Youngtimer reed 35 procent van de dagwaarde bij zijn of haar inkomen op moest tellen bij auto’s vanaf 15 jaar oud, per 1 januari is dat op 16 jaar gesteld. En per 1 januari 2027 gaat het in één keer naar 25 jaar.
Die verandering, bedoeld om mensen versneld uit relatief sterk vervuilende auto’s te krijgen, ging afgelopen november in en trok direct diepe sporen door de autobranche. De verkopen van auto’s in deze categorie zijn ingestort vanwege een gekelderde belangstelling. Er is daardoor al minstens één handelaar failliet gegaan, terwijl anderen diep ongelukkig zijn en wachten tot de politiek met een amendement komt. En hoewel de politiek zelf ook niet tevreden is, wordt pas rond Prinsjesdag duidelijk hoe de situatie gewijzigd zal worden.
Er is sinds november niet voor niets een storm van kritiek opgestoken, zegt Wouter van Emden van Stichting Autobelangen. Hij stelt dat de verkoopdaling liefst 80 procent groot is. “Het is voor alle betrokkenen van belang dat de markt snel weer tot rust komt, ook omdat de bijtellingsmaatregel nu het tegenovergestelde effect heeft van wat ooit de bedoeling was. Kijk je naar de cijfers, dan zie je dat er sinds kort 35 procent meer zakelijke auto’s van 25 jaar en ouder worden verkocht. En dat geeft natuurlijk het omgekeerde effect van wat je wilt bereiken met deze maatregel”.
