De Amerikaanse regering stelt Audi lagere importheffingen in het vooruitzicht om de bouw van een fabriek ter waarde van 4 miljard dollar in de staat Georgia veilig te stellen.
Volgens bronnen in het Witte Huis wil president Donald Trump wil Duitse autofabrikant belonen met een lagere importheffing. Momenteel geldt er een invoerbelasting van 15 procent voor alle auto’s die in de Europese Unie geproduceerd worden. Audi topman Gernot Döllner heeft tijdens de onderhandeling gevraagd om een halvering van de importheffing. Trump is akkoord met 7,5 procent, maar volgens ingewijden wil het Amerikaanse ministerie van Handel niet verder gaan dan een verlaging van de invoerbelasting naar ongeveer 10 procent.
Trump kondigde de plannen voor de Audi fabriek afgelopen weekend aan tijdens een bijeenkomst in de staat Georgia. Audi topman Gernot Döllner verscheen toen op het podium, wat hem inmiddels op stevige kritiek is komen te staan. In de fabriek moeten jaarlijks 200.000 SUV’s geproduceerd gaan worden. Dat moet ongeveer 4.500 banen opleveren.
De aankondiging was het resultaat van maandenlange voorbereiding en intensieve onderhandelingen. De bouw van de fabriek moet volgend jaar beginnen. De productie van auto’s start pas na 2030. Audi kan het importtarief-voordeel in de tussenliggende jaren dus goed gebruiken.
De Amerikaanse invoerheffingen drukken zwaar op de resultaten van Audi. Het merk was daar vorig jaar 1,2 miljard euro aan kwijt. Audi importeert alle auto’s die het op de Amerikaanse markt verkoopt vanuit Europa of (in het geval van de Q5) vanuit Mexico.
Het optreden van Döllner krijgt nog wel een staartje. De raad van commissarissen van Audi komt vandaag extra bijeen om het te hebben over de geplande fabriek in de Verenigde Staten en het bekritiseerde optreden van de topman. Het is niet bekend of zijn positie ter discussie staat.
De topman van Mercedes, Ola Källenius, is witheet over de deal die de slijmende Döllner heeft gesloten met Trump. Hij is van mening dat de Verenigde Staten met 2 maten meet. Toen Mercedes besloot om een fabriek in de Verenigde Staten te gaan bouwen, werd haar geen halvering van de invoerbelasting aangeboden. Dat weet Döllner heel goed. Desondanks lijkt eigen gewin bij hem boven principes en morele aspecten te gaan.
