Aston Martin heeft over het derde kwartaal een verlies vóór belastingen van 77 miljoen pond (omgerekend 92 miljoen euro) gerapporteerd.
Hoewel dit bedrag iets kleiner is dan het verlies dat Aston Martin vorig jaar in het derde kwartaal leed, laat het resultaat zien dat de Britse sportwagenfabrikant nog steeds geen grip heeft weten te krijgen op haar uitgaven en kosten. Daardoor blijft de schuldenlast oplopen. Die bedraagt nu 1,57 miljard pond (1,88 miljard euro). Ter vergelijking: op basis van de koers van het aandeel Aston Martin op de beurs, is het bedrijf nu minder dan 400 miljoen pond waard. Sinds het begin van dit jaar is de koers met 40 procent gedaald.
De omzet steeg in het kwartaal met 36 procent ten opzichte van een jaar eerder, tot 389 miljoen pond (465,6 miljoen euro). De stijging is te danken aan een grotere verkoop van auto’s in het hogere prijssegment, zoals de Valhalla. Dat is Aston Martin’s eerste plug-in hybride hyper sportwagen.
Sinds de overname door miljardair Lawrence Stroll, 6 jaar geleden, heeft Aston Martin (na belastingen) in totaal 2,3 miljard pond (2,8 miljard euro) verlies geleden geleden. De Canadese miljardair wierp zich op als redder van Aston Martin en heeft de reputatie nogal een bullebak te zijn. Met die houding is het hem evenwel niet gelukt om Aston Martin weer winstgevend te krijgen.
Sinds de komst van Stroll heeft Aston Martin diverse winstwaarschuwingen moeten afgeven, kampte het met vertragingen bij de introductie van nieuwe modellen en moest het herhaaldelijk een beroep doen op investeerders voor extra kapitaal. Amerikaanse importtarieven en een teruglopende vraag in China hebben de financiële problemen bij de autofabrikant verergerd. De totale schuldenlast nadert nu dus de 3 miljard euro.
Eerder dit jaar kwam Stroll onder vuur te liggen bij sommige schuldeisers, nadat hij namens Aston Martin een schuldovereenkomst ter waarde van 550 miljoen pond had gesloten met HPS Investment Partners. Aan dat bedrijf zijn min of meer de merkrechten verpand, maar de genoemde schuldeisers waren daarvan niet op de hoogte. Dat tekent het gedrag van Stroll. Obligatiehouders, waaronder Arini Capital Management, hebben nu via Amerikaanse rechtbanken geprobeerd documenten en informatie te verkrijgen (een zogeheten ‘discovery’ procedure) om hun juridische zaak in het Verenigd Koninkrijk tegen de deal te kunnen onderbouwen.
