De staking bij de ANWB op maandag 9 november gaat door, maar niet al het personeel mag het werk neerleggen. Vakbonden FNV en CNV moeten ervoor zorgen dat er tijdens de werkonderbreking genoeg medewerkers beschikbaar blijven om automobilisten op gevaarlijke plekken te helpen. Dat heeft een rechter in Utrecht bepaald.
De ANWB had de rechter gevraagd om een minimale bezetting af te dwingen. De organisatie wilde dat minimaal 70 procent van de Wegenwacht aan het werk zou blijven. De rechter vindt een veel kleinere bezetting voldoende: 12,5 procent. Daarmee moeten de meest urgente gevallen kunnen worden afgehandeld, bijvoorbeeld wanneer een auto stilvalt in een tunnel.
Voor de alarmcentrale ligt dat anders. De ANWB had geëist dat daar 85 procent van het personeel beschikbaar blijft. De rechter gaat daarin mee, omdat ieder telefoontje persoonlijk moet kunnen worden beantwoord. Zo kan worden beoordeeld hoe dringend de situatie is en welke hulp nodig is.
Als de minimale bezetting niet wordt gehaald met medewerkers die uit zichzelf aan het werk gaan, moeten de vakbonden stakende leden oproepen om toch te komen werken. Ook bij grote calamiteiten kan personeel worden teruggeroepen.
Volgens vakbond FNV verandert de uitspraak weinig aan de geplande staking. Een woordvoerder van de bond noemt het een werkbare uitspraak en zegt dat de actie maandag gewoon kan doorgaan. Er blijft voldoende capaciteit om voertuigen op gevaarlijke plekken veilig te stellen en de alarmcentrale blijft bereikbaar. Bij acute noodsituaties kunnen automobilisten bovendien een beroep blijven doen op de reguliere hulpdiensten.
De medewerkers van de ANWB leggen maandag 12 uur lang het werk neer. Ze voeren al langer actie vanwege vastgelopen cao-onderhandelingen. Eerdere acties waren zo ingericht dat ANWB-leden er weinig van merkten, maar die hebben volgens de vakbonden onvoldoende resultaat opgeleverd. Daarom is nu gekozen voor een landelijke werkonderbreking.
