JLR (Jaguar Land Rover) heeft een fout in de voorwielophanging van zijn Range Rover onder de radar van de toezichthouders gehouden. Het probleem werd slechts mondjesmaat met kleine terugroepacties aangepakt. Dat meldt de Financial Times. JLR ontkent, maar moet mogelijk tot 1 miljoen auto’s terugroepen.
De Britse autofabrikant, eigendom van Tata Motors, heeft in de Verenigde Staten te maken gekregen met een veiligheidsonderzoek dat ertoe kan leiden dat het aantal terug te roepen auto’s vanwege een defect aan de fusee (een onderdeel van de stuurinrichting) met een factor 8 toeneemt, tot bijna 1 miljoen exemplaren wereldwijd. JLR was al jaren vóór de uitbreiding van de terugroepacties op de hoogte van een defect in de stuurinrichting van de Range Rover, zo blijkt uit onderzoek van de Financial Times.

JLR laat aan de Britse zakenkrant weten dat het “elke suggestie dat wij bewust niet hebben gehandeld bij een vastgesteld veiligheidsdefect” verwerpt.
Volgens een onderzoek van de Financial Times, dat deze week werd gepubliceerd, was JLR al jaren vóór de uitbreiding van de terugroepacties op de hoogte van een ontwerpfout in een onderdeel van de stuurinrichting van de Range Rover. Zelfs nadat het onderdeel opnieuw was ontworpen, bleef het bedrijf aan toezichthouders melden dat het probleem voortkwam uit een fabricagefout.
Het onderzoek richt zich op de fusees (waarmee de voorwielen verbonden worden met de wielophanging en de stuurinrichting) in de Range Rover en Range Rover Sport. Volgens documenten van de Amerikaanse National Highway Traffic Safety Administration (NHTSA) kunnen breuken in dit onderdeel ertoe leiden dat de bestuurder de controle over het voertuig verliest. De NHTSA heeft het onderzoek inmiddels uitgebreid naar meer modellen dan alleen de exemplaren uit de jaren 2014-2017 die in de Verenigde Staten al werden teruggeroepen.
Volgens de FT verklaren bronnen die bekend zijn met een intern onderzoek van JLR dat het bedrijf in januari 2021 al wist dat de fusees bleven falen, ondanks eerdere aanpassingen in het productieproces. In mei van dat jaar had JLR het onderdeel al opnieuw ontworpen om een structureel zwak punt te verplaatsen naar een zone die minder zwaar wordt belast. Volgens het rapport meldde JLR dit nieuwe ontwerp destijds niet aan de toezichthouders. In plaats daarvan bleef de Range Rover fabrikant de defecten toeschrijven aan een fout van een toeleverancier, die terug zou gaan tot 2015.
JLR laat aan de FT weten dat het “elke suggestie dat we bewust niet hebben gehandeld bij een vastgesteld veiligheidsdefect” verwerpt. Het bedrijf benadrukt dat veiligheid de hoogste prioriteit heeft en dat het in nauw contact blijft staan met de toezichthouders. JLR stelt dat het vrijwillige terugroepacties heeft uitgevoerd en de betrokken eigenaren “op passende wijze” heeft geïnformeerd. Er zijn voor zover bekend geen ongevallen, letselgevallen of branden gemeld die met dit probleem verband houden.
De belangen zijn groot. Een interne presentatie, aangehaald door de Financial Times, maakt melding van bijna 2.700 garantieclaims wereldwijd. Volgens onderzoekers zou het aantal mogelijk getroffen voertuigen (als het defect inderdaad wordt vastgesteld bij alle modeljaren die momenteel onder de loep liggen) met een factor 8 kunnen toenemen, tot bijna 1 miljoen exemplaren. Het Amerikaanse ministerie van Transport heeft laten weten dat het in zijn technische analyse zowel de interne besluitvorming bij JLR als de processen van toeleveranciers zal onderzoeken; het ministerie benadrukte daarbij een “nultolerantie voor fraude” te hanteren.
Voor Tata Motors komt deze ontwikkeling op een ongelegen moment. JLR schrapt momenteel 10 procent van zijn personeelsbestand in het kader van een bredere herstructurering. Bovendien is het bedrijf nog altijd herstellende van een cyberaanval van vorig jaar, die de productie destijds wekenlang stillegde. Een aanzienlijke uitbreiding van de terugroepactie voor de Range Rover, of een vaststelling door toezichthouders dat informatie is achtergehouden, zou de kostendruk verder opvoeren voor een onderneming die op belangrijke markten al te kampen heeft met prijsconcurrentie van Chinese rivalen.
