Mercedes investeert fors in Hongarije

0

Mercedes investeert 1,4 miljard euro om een tweede fabriek in Kecskemet, Hongarije te kunnen openen. De loonkosten in dit land bedragen slechts een derde van die Stuttgart. Maar het productiepersoneel op het hoofdkwartier van de Duitse fabrikant ruikt onraad en weigert om te praten over verplaatsing van de productie …

Zelfs het prestigieuze Mercedes, dat bekend staat om de hoge verkoopprijzen van zijn modellen, moet op de kleintjes letten. Dat is de reden waarom het reeds auto’s produceert in Hongarije. Dat gaat naar volle tevredenheid want het personeel in Kecskemet werkt nauwgezet, netjes en rustig. Daarmee is de productiefaciliteit op de Hongaarse vlakte (80 kilometer ten zuiden van Boedapest) uitgegroeid tot een belangrijke fabriek voor Mercedes. Uit kwaliteitscontroles blijkt dat er even zorgvuldig gewerkt wordt als in Duitsland. Alleen met het verschil dat de arbeidskosten in Hongarije tweederde lager zijn die in Stuttgart.

Loonkosten maken weliswaar slechts 10 procent van de totale kosten van een auto uit, maar in de kielzog van Mercedes hebben ook veel toeleveranciers voor de fabriek zich in Hongarije gevestigd. En zij zijn met hun componenten verantwoordelijk voor 70 procent van de waarde van een voertuig. Oftewel: de besparingen op arbeidskosten werkt dus ook door op de ingekochte onderdelen.

Het personeel in Kecskemet is bovendien erg jong. De gemiddelde leeftijd ligt veel lager dan in Duitsland. Ook vanuit deze optiek heeft de in maart 2012 geopende fabriek in Kecskemet (de geboorteplaats van de beroemde componist Zoltan Kodaly) een veelbelovende toekomst. Daimler, het moederbedrijf van Mercedes, investeert nu 580 miljoen in een uitbreiding van de site met een nieuwe bodyshop. Dit komt bovenop de 800 miljoen aan investeringen die in eerste instantie al gepland waren.

Het merk met de ster produceert in Hongarije momenteel uitsluitend de CLA, de CLA Shooting Brake en een deel van de motoren voor de B klasse. Kecskemet exporteert al naar 180 landen, maar mag nu gaan overschakelen naar een hogere versnelling. “Wij zullen in Hongarije meer varianten van onze nieuwe generatie compacte modellen gaan produceren”, aldus een woordvoerder van Mercedes.

Maar daarmee is het investeringplan nog niet klaar. In een later stadium zal een tweede fabriek worden gebouwd op het terrein van 160 hectare. Momenteel is 84 hectare in gebruik. Er zullen 2.500 extra banen worden gecreëerd, die bovenop het huidige aantal van meer dan 4.000 komen. Met lokale leveranciers meegerekend, overtreft het aantal directe en indirecte arbeidsplaatsen momenteel al de 12.000. De site moet met de uitbreiding haar output gaan verhogen van bijna 200.000 voertuigen in 2016 naar 350.000 stuks. Sinds de opening van de Hongaarse fabriek zijn er afgerond al 700.000 auto’s van de band gerold.

De nieuwe fabriek in Kecskemet moet in 2020 operationeel zijn. Het gaat volgens de Hongaarse regering, die de uitbreiding steunde met ongeveer 40 miljoen euro, om de grootste automotive investering in het land ooit. Toch voelt Mercedes zich ongemakkelijk nu het project de aandacht heeft getrokken van Europese journalisten. Men verwerpt fel de kritiek dat zij haar auto’s in toenemende mate in lagelonenlanden laat bouwen.

Dieter Zetsche, de topman van het Daimler concern, zegt dat Mercedes niet de enige premium autofabrikant is die zich genoodzaakt voelt om de hoge productiekosten te verminderen. Audi heeft eerder deze week aangekondigd in 2018 te zullen starten met de productie van de Q8, een grote SUV, in het Slowaakse Bratislava (in dezelfde fabriek waar moederbedrijf Volkswagen reeds zijn Touareg en Porsche Cayenne produceert). De rivaal van Mercedes kondigde ook aan dat er in 2019 een nieuw SUV model bij komt, de Q4. Die zal in Györ, ook in Hongarije (in de buurt van de Oostenrijkse grens) gebouwd worden. En Audi heeft daar 2,5 keer meer mensen in dienst dan Mercedes in Kecskemet. Het merk met de 4 ringen produceert in Hongarije al een groot deel van zijn motoren, evenals de A3 Sedan en de TT.

Het Britse Jaguar Land Rover (eigendom van Tata van India) is op haar beurt druk bezig met de bouw van een site in Slowakije. Die moet volgend jaar operationeel zijn en krijgt een capaciteit van 300.000 auto’s per jaar. Het zijn overigens niet alleen de premiummerken die exclusief een oogje hebben laten vallen op de Oost-Europese landen. De volumefabrikanten zijn aldaar ook zeer aanwezig. Zo produceert Suzuki in Hongarije veel van haar voor de Europese markt bestemde auto’s. In Slowakije is, naast Volkswagen, ook PSA actief, evenals Kia. In Tsjechië, produceert Skoda niet alleen auto’s voor haar eigen klanten in Europa, maar wordt ook een deel van de cliëntèle van zustermerk Seat bediend. PSA maakt aldaar haar kleinere modellen Citroën C1 en Peugeot 108, in een joint venture met Toyota (die er de technisch grotendeels identieke Augo bouwt). En Hyundai is er ook actief met ene fabriek. Fiat geproduceert in Polen, waar zowel Mercedes als Volkswagen bedrijfswagens bouwen. Dacia en Ford werken vanuit Roemenië. Deze 5 landen van Oost Europa produceerden vorig jaar al 3,9 miljoen auto’s, het dubbele van Frankrijk!

Reageren is niet mogelijk.