Autofabrikanten vrezen Brexit gevolgen

0

Autofabrikanten vragen om duidelijkheid over de handelsvoorwaarden waaronder het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat. Zij hebben deze duidelijkheid nodig om hun lange termijninvesteringen te kunnen plannen.

De onderhandelingen over de Brexit verkeren momenteel in een zeer pril stadium, maar moeten in maart 2019 zijn afgerond als het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat. Deskundigen vinden deze termijn veel te kort. Ook autofabrikanten denken dat de onderhandelingen veel langer gaan duren. Steve Armstrong, de eerste man van Ford in Europa, vindt de onzekerheid een slechte zaak voor de autofabrikanten: “Hoe eerder wij duidelijkheid hebben, hoe beter dat is. We naderen het punt waarop de regering een soort overgangsakkoord moet sluiten om ons door de onderhandelingsperiode te loodsen”. Alleen op die manier durft Ford verantwoord te investeren.

Ford heeft in het Verenigd Koninkrijk 2 motorenfabrieken en een R&D centrum. Armstrong laat weten dat de Brexit het merk, al decennialang met afstand marktleider, dit jaar al 530 miljoen euro heeft gekost. Voor rivaal General Motors was een soortgelijke kostenpost reden om haar Europese Opel/Vauxhall divisie helemaal van de hand te doen en te verkopen aan het Franse PSA.

Vooral de onzekerheid over eventuele tariefmuren tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie is lastig voor de autofabrikanten die een Britse fabriek hebben. Het gaat hierbij om de BMW dochters Mini plus Rolls-Royce, Nissan, Jaguar Land Rover, Honda, Toyota en dus General Motors’ divisie Opel/Vauxhall. Dit soort tariefmuren zouden het gevolg kunnen zijn van een ‘harde Brexit’. De tarieven worden voorgeschreven door de World Trade Organization en bedragen voor auto’s 10 procent. Bij componenten gaat het om 4,5 procent. Autointernationaal.nl denkt evenwel dat de kans op een harde Brexit aanzienlijk kleiner is geworden nu de regering van Theresa May vorige maand bij de verkiezingen een nederlaag heeft geleden en haar meerderheid in het Britse parlement kwijt is.

Autofabrikanten luiden al langer de alarmklok omtrent de Brexit. In de afgelopen maanden is de verkoop van nieuwe personenauto’s in het Verenigd Koninkrijk sterk teruggelopen, al lijkt dit primair te komen door het fiscale beleid van de regering May. Toch speelt ook de economische onzekerheid voor de Britten en de gestegen prijzen een rol.

‘Buy British’

Met het oog op de economische tegenwind, zouden Britten met de naderende Brexit geen auto’s van Duitse of Franse makelij meer moeten kopen. “Er zijn voldoende aantrekkelijke modellen tegen aantrekkelijke prijzen die in ons eigen land gebouwd worden” zegt John Redwood, lid van het House of Commons ofwel de Tweede Kamer en vroeger ook minister.

Hij krijgt voor die oproep ook weerklank, want uit een opinieonderzoek blijkt dat liefst een kwart van de Britten inderdaad van plan is na de scheiding van de Europese Unie meer Brits te kopen, of het nu om auto’s of voeding gaat. “Op die manier denken ze de nationale economie te steunen en dat is een boodschap die bij veel consumenten over komt”, zegt onderzoeksbureau YouGov.

De meeste autofabrikanten maken zich voorlopig nog geen zorgen. BMW zag de verkopen van haar eigen merk en van dochter Mini in Groot-Brittannië de laatste maanden juist flink toenemen, hoewel er in april en mei door een verhoging van de wegenbelasting wel de klad in is gekomen. “We gaan op dit moment gewoon door met de activiteiten in al onze Britse fabrieken. Het is nog te vroeg om in te schatten wat de gevolgen zullen zijn van Brexit”, zegt een woordvoerder in München tegen Automobiel Management. Ook het Duitse Verband der Automobilindustrie ziet nog geen donkere wolken: “Dat Britten straks alleen maar Britse auto’s kopen is niet iets dat past in onze toekomstmodellen”.

Comments are closed.