Autobouwer PSA (Peugeot, Citroën, DS) heeft de overname van de Duitse branchegenoot Opel en diens Britse zuster Vauxhall in kannen en kruiken. De Fransen hadden de aankoop van de merken, die 88 jaar eigendom waren van het Amerikaanse General Motors (GM), in maart aangekondigd.
Door de overname krijgt PSA, dat dus de merken Peugeot, Citroën en DS voert, nu een marktaandeel van 16,4 procent in Europa. Daarmee is het bedrijf de tweede Europese autobouwer, na Volkswagen, dat goed is voor 23,3 procent marktaandeel. Renault volgt op afstand met 12,2 procent. De rest van de spelers op de Europese automarkt zit ver onder de 10 procent, met Fiat Chrysler Automobiles (6,9 procent) als grootste.
Opels nieuwe baas Michael Lohscheller (op de foto links) komt binnen 100 dagen met een strategisch plan om te reorganiseren. Hij zal dit indien bij Carlos Tavares, de topman van PSA (op de foto rechts). In het plan staat kostenbesparing via gezamenlijke inkoop centraal. Hiermee wil PSA circa 1,7 miljard euro gaan besparen. Ontslagen zijn op korte termijn niet gepland, managers die niet naar Franse orders willen luisteren uitgezonderd. Opel zal onder regie van PSA voor General Motors nog een tijdje auto’s blijven produceren. Het gaat hierbij om exemplaren die buiten Europa als Buick of Holden verkocht worden. In ruil hiervoor zullen de Amerikanen Opel blijven beleveren met de Ampera-e.
Opel en Vauxhall hebben nu nog zo’n 38.000 werknemers in 7 Europese landen in dienst. De helft daarvan werkt in Duitsland. Opel voert inmiddels de op PSA techniek gebaseerde cross-over modellen Crossland X (staat reeds bij de dealers in de showroom) en Grandland X (volgt in het najaar). Begin volgend jaar komt daar een nieuwe editie van de Combo bij. Die zal worden afgeleid van de Citroën Berlingo en Peugeot Partner. In 2019 volgt de nieuwe Corsa. Die krijgt geen eigen onderstel meer, maar de (verouderde) bodemplaat van de Citroën C3.

Volgens Tavares krijgt Lohscheller bij het opstellen van zijn plan de steun van het nieuwe moederbedrijf, maar wordt het voorstel door Opel gemaakt. Wel wordt oud PSA controller Philippe de Rovira de nieuwe financieel directeur van Opel/Vauxhall. Het management is sowieso helemaal op de schop gegaan. Christian Müller van Opel wordt vice-president Engineering, Rémi Girardon van PSA krijgt de titel vice-president Manufacturing en Michelle Wen, die bij Vodafone wordt weggehaald, mag ‘vice-president Purchasing and Supply Chain’ op haar visitekaartjes laten drukken.
Opel, dat sinds 1929 bij General Motors hoorde, heeft al sinds 1999 geen operationele winst meer gemaakt. In 2020 moet er echter een winstmarge van 2 procent zijn, die in 2026 opgelopen dient te zijn tot 6 procent. Tavares benadrukt dat Opel een Duits merk blijft, al is op dit moment nog niet duidelijk waar die identiteit zich over enkele jaren in zal uiten. Peugeot ziet zichzelf namelijk als het enige echte antwoord op Volkswagen, terwijl DS haar pijlen gaat richten op Audi. Autointernationaal.nl adviseert daarom om Opel te herpositioneren als alternatief voor Skoda. Dan hoeft dit bedrijf gelijk meer imagopretenties meer te hebben.
PSA betaalde voor Opel en Vauxhall afgerond 2,2 miljard dollar. Financieel directeur Chuck Stevens van General Motors schatte de kosten voor zijn bedrijf op zo’n 4,7 miljard euro. De Amerikanen blijven namelijk de pensioenverplichtingen betalen. Dit bedrag is al ten laste gekomen van de resultaten over het tweede kwartaal. Voor General Motors is er dus definitief een hoofdstuk afgesloten. En voor PSA begint een nieuw avontuur.
