Hier zie je ’s werelds snelst accelererende en meest geavanceerde supersportwagen: de 1.200 pk / 1.800 Nm sterke, vierwiel aangedreven en elektrische Ariel. De 2-zitter heeft 3,8 seconden nodig voor de sprint naar 160 (!) km/u. Aan boord is ook een actieradius verhogende, revolutionaire turbine. In 2020 moet de productie starten.
De Ariel, die momenteel onder de codenaam P40 ontwikkeld wordt, krijgt een aluminium monocoque chassis met koolstofvezel carrosseriepanelen. Het gewicht blijft daardoor beperkt tot 1.600 kilo. De Ariel is voorzien van 4 elektromotoren die elk 300 pk sterk zijn. De stroom is afkomstig van een 56 kWh groot accupakket dat in de wagenbodem is geplaatst.
Naast boven omgeschreven vierwiel aangedreven supersportwagen werkt Ariel ook aan een achterwiel aangedreven uitvoering met 600 pk / 900 Nm. Die krijgt een 42 kWh groot accupakket en zit in 3,9 seconden op 100 km/u. Beide modellen zullen worden voorzien van een turbine zodra er 160 à 200 kilometer is gereden. Plankgas uitgelaten worden op de circuit vindt de P40 heerlijk, maar houdt er dan wel rekening mee dat de batterij in een kwartiertje leeg is. Na 50 minuten aan de stekker, kan het adrenalineverhogende spel weer worden aangevangen. Tractiecontrole en torque vectoring moet de motorkracht in toom houden, maar gaan alle remmen los, dan zit je in 2,6 seconden op 100 km/u. De topsnelheid zal evenwel begrensd worden op 260 km/u. “Niemand hoeft sneller te kunnen”, zo is de visie van Ariel topman Simon Saunders.

Saunders laat weten dat hij nog steeds dolenthousiast is over de auto’s die Ariel op dit moment bouwt (de Atom en de Nomad; voor beide modellen is momenteel een levertijd van 14 maanden), maar de transformatie naar elektrisch rijden is onvermijdelijk: “Ook voor ons. Als wij ons niet voorbereiden op de toekomst, dan kunnen wij over 20 jaar de deuren wel sluiten”.
De topman van Ariel laat weten dat er 10 jaar geleden ook al een elektrische sportwagen ontwikkeld is. Maar die was duurder én (iets) langzamer dan de conventioneel aangedreven modellen. “Er was toen geen businesscase voor, maar nu is het anders. Ons succes hangt af van of wij voor de snelst accelererende elektrische sportwagen kunnen zorgen. Dat verwachten de klanten van ons”, aldus Saunders.
Ariel werkt voor de ontwikkeling van de P40 samen met 2 andere bedrijven: Delta Motorsport en Equipmake. Hun gezamenlijke project heet Hipercar (de afkorting van: Hi Performance Carbon Reduction). Vanwege de innovatieve status van de P40 ondersteunt de Britse overheid de ontwikkeling met 2 miljoen pond. Delta Motorsport is verantwoordelijk voor het accupakket, de turbine en de elektronica terwijl Equipmake de elektromotoren en de versnellingsbak vervaardigd. Ariel is verantwoordelijk voor het algemene concept, dus ook voor het koetswerk, het chassis en de ophanging.

De keuze voor een turbine is een gok, want onconventioneel en nog niet goed beproefd. Maar wie niet waagt, wie niet wint. Het prestatiepotentieel is volgens Saunders erg aanlokkelijk. “De technologische ontwikkelingen gaan momenteel zo snel dat je keuzes moet maken om niet achterop te raken. Maar het basisontwerp van de P40 is flexibel genoeg om later nog aanpassingen te kunnen doorvoeren. Het is onze missie om stoutmoediger en sneller te zijn dan de concurrentie”.
De P40 is ongeveer even groot als de Lotus Evora maar heeft veel grotere wielen (en remmen) om het enorme vermogen en koppel van de 4 elektromotoren aan te kunnen. Achter zijn de velgen 21-inch groot en daar omheen zitten 325/30 Pirelli banden. Door het accupakket is de wielbasis en de zitpositie iets hoger dan bij conventioneel aangedreven sportwagens van dit formaat met de motor midscheeps achter. Maar omdat de elektromotoren van de P40 bij de wielen worden gemonteerd, bevindt zich de cabine veel verder naar achteren.
Van het interieur zijn nog geen computerfoto’s, maar Saunders belooft de aankleding van “een luxe Le Mans racer”. Ariel verwacht op jaarbasis 300 exemplaren van de 220.000 euro kostende P40 te kunnen gaan verkopen. Hiervoor zal vlakbij de fabriek in Somerset een nieuwe showroom worden geopend, waarbij specifieke wensen van de klant via korte lijnen kunnen worden doorgegeven aan het productiepersoneel.

Voor Saunders is Pagani het grote voorbeeld: niet of nauwelijks geld uitgeven aan advertenties maar publiciteit creëren met hulp van de klanten. “Groot-Brittannië heeft nu geen eigen Pagani. Ik denk dat dit ons rolmodel kan worden”
