De Europese auto-industrie heeft alleen toekomst als zij snel de overstap maakt naar de productie van auto’s met een lage uitstoot. Anders zal ze worden weggevaagd door concurrentie uit Azië en de Verenigde Staten. Daarvoor waarschuwt de Poolse eurocommissaris Elzbieta Bienkowska (foto) van industriezaken.
Volgens Bienkowska is een verdere ontwikkeling van de verbrandingsmotor “trekken aan een dood paard”. De dieselauto noemt zij “technologie uit het verleden”. De nadruk bij de ontwikkelingsactiviteiten van autofabrikanten moet daarom komen te liggen bij elektrische aandrijving. “Als er niet snel genoeg wordt gehandeld, zullen de elektrische auto’s die in 2030 op de weg rijden niet uit Europa komen”, zo stelt Bienkowska. Momenteel zijn alle spotlights gericht op de Amerikaanse autobouwer Tesla, dat er onder leiding van de visionaire ondernemer Elon Musk in geslaagd is om de elektrische auto sexy te maken. Maar in China is de ontwikkeling emissieloze modellen, als gevolg van de sterke vervuiling in de grote steden, ook in een stroomversnelling beland. De verwachting is dat India ook snel paal en perk zal stellen aan de auto met verbrandingsmotor.
De Chinese overheid heeft in navolging van de Amerikaanse staat Californië besloten om een quotum in te stellen voor elektrische auto’s. In 2019 moet al 10 procent van de nieuwe auto’s zijn uitgerust met een accupakket zodat er deels op elektriciteit kan worden gereden. Dat mag vooralsnog ook op een zogeheten stekkerhybride manier, waarbij er in binnensteden geen beroep gedaan hoeft te worden op de verbrandingsmotor.
De Europese Commissie zag eerder deze maand af van een verplicht quotum voor elektrische auto’s, maar wil de industrietak belonen als in 2025 minimaal 15 procent van haar verkopen gegenereerd wordt met modellen met een lage CO2-uitstoot (maximaal 50 gram/km). Fabrikanten die dit percentage halen, kunnen rekenen op coulance bij de emissie van auto’s die geen batterij aan boord hebben. Bienkowska zegt niets te zien in een dergelijk quotum omdat zij tegen een planeconomie is. Maar 2025 is voor haar wel een belangrijk ijk moment, omdat dan zal blijken of de Europese autofabrikanten serieus werk hebben gemaakt van de omslag naar elektrisch rijden. “Ik zal teleurgesteld zijn als de branche gemiddeld de genoemde 15 procent niet haalt. Maar autofabrikanten zullen daartoe ook worden gedwongen door de consument”.
Bienkowska zegt te merken dat de Europese auto-industrie zich ervan bewust is dat er grote belangen op het spel staan. Er wordt volgens haar veel geld in nieuwe aandrijftechnologie gestoken. Volkswagen maakte bijvoorbeeld in september een investeringsplan van 20 miljard euro bekend om elektrische versies te bouwen van alle 300 automodellen die nu op de markt zijn. Daimler blaast ook stevig in de bus met een investeringsbudget van 10 miljard euro. Maar de auto-industrie voert tegelijkertijd een stevige lobby om strengere Europese regels voor verduurzaming van haar modellengamma te voorkomen. Daarbij wordt herhaaldelijk het werkgelegenheidsargument van stal gehaald: een te harde aanpak zou banen kunnen kosten in een sector die in de Europese Unie werk biedt aan 12 miljoen mensen (toeleveranciers meegerekend).
Maar als autofabrikanten geen haast maken met vergroening van hun wagenpark, dan snijden zij zichzelf volgens Bienkowska in de vingers. De eurocommissaris stelt dat er geen werkgelegenheid verloren zal gaan door de overgang naar de productie van auto’s die geen CO2. Maar dat is in de ogen van Autointernationaal.nl een twijfelachtige claim. Zo gaat Polestar, het nieuwe groene exclusieve merk van Volvo, haar modellen enkel in China bouwen. En dat zal linksom of rechtsom wel degelijk ten koste gaan van werkgelegenheid in Europese autofabrieken.
Bienkowska probeert ongerustheid weg te nemen door te stellen dat de auto-industrie met het aanleren van andere vaardigheden verlies aan werkgelegenheid kan voorkomen. Volgens haar heeft informatietechnologie de toekomst. “Vorig jaar stonden er in Europa al 1,5 miljoen vacatures open doordat werknemers die op zoek zijn naar een (andere) baan niet over de juiste vaardigheden beschikken. Daar moeten we iets aan gaan doen”. Die opmerking snijdt zeker hout, maar het is niet de primaire taak van de auto-industrie. Vooral de overheid zal hier het voortouw moeten nemen.
De eurocommissaris zegt te hopen dat er nog voor het einde van het jaar een akkoord wordt bereikt over een beter toelatingsysteem voor nieuwe auto’s. Dat is hard nodig na het gesjoemel bij met name Volkswagen, maar ook bijvoorbeeld bij Fiat, met de uitstoot van zijn dieselmodellen. De Europese Commissie hoopt onder meer de bevoegdheid te krijgen om boetes uit te delen. De lidstaten en het Europees Parlement onderhandelen daar nu nog over. Waarbij zij de hete adem van lobbyisten van de auto-industrie dus in hun nek voelen.
