Over Genesis is de laatste jaren in vakkringen al veel gesproken. De naam debuteerde als luxueus Hyundai model. In sedanvorm hebben wij die in Europa nooit te zien gekregen, maar wel de coupéversie. Net als DS is Genesis inmiddels gepromoveerd tot zelfstandig automerk. Vooralsnog is het premiumlabel vooral actief op de Noord Amerikaanse markt, maar in 2019 komt de Hyundai dochter ook naar Europa. Paradepaard is de G90, een sedan van Mercedes-Benz S klasse formaat.

Is de Genesis een serieus te nemen alternatief in het topsegment? Een Amerikaanse testredactie wilde deze vraag beantwoorden door de G90 te vergelijken met een aantal outsiders op de markt. En ja, hoe pijnlijk dit ook is voor BMW, daar hoort ook de 7-serie bij. In Nederland zijn beide sedans in verkoopaantallen weliswaar aan elkaar gewaagd, maar op mondiaal niveau is de Mercedes-Benz S klasse met afstand marktleider. Andere outsiders (op de Amerikaanse markt) zijn de Lexus LS 500 en de Lincoln Continental.

De 7-serie werd getest in ’40e xDrive iPerformance’ uitvoering. Misschien niet de versie met de meeste status, maar wel vanuit technologisch oogpunt het interessants. Met de stekkerhybride versie van de 7-serie opereert BMW in de voorste linies van het topsedan segment, want de trend is onomkeerbaar richting elektrificatie.

Lexus biedt van haar LS al sinds mensenheugenis een hybride versie aan, maar dat is niet de lekkerste uitvoering. Die rol is weggelegd voor de ‘500 AWD’ uitvoering met dubbel geblazen 3.444 cc V6 motor. Met deze krachtbron geeft de Lexus zijn rivalen zowel qua vermogen als koppel het nakijken. Maar de keerzijde van die ogenschijnlijk mooie medaille is dat hij in de Verenigde Staten ruim een derde meer kost dan de Genesis, en een kwart meer dan de Lincoln. Het prijsverschil met de BMW is minder groot omdat men in de Verenigde Staten geen BPM kent. In Nederland zou de LS 500 zich uit de markt prijzen. Daarom wordt deze uitvoering bij ons niet geleverd.

Ook de andere kandidaten (G90 en Continental) hebben een 6 cilinder krachtbron met 2 turbo’s onder de kap. In de Genesis is het blok 3,3 liter groot en de Lincoln blijft net onder de 3,0 liter grens. Afgezien van het motortype zijn er geen overeenkomsten tussen de Continental enerzijds en de G90, 7-serie en LS anderzijds. De eerste staat namelijk, kort door de bocht gezegd, op het onderstel van de Ford Mondeo. Het is dus een opgerekte middenklasser in een soort Bentley verpakking. Maar goed, als je de show wilt stelen terwijl je zonder al te veel communicatie met het wegdek van A naar B rijdt, is dat helemaal niet erg.

De BMW 740e is qua cilinderaantal en vermogen duidelijk in het nadeel, maar sprint verrassend genoeg het snelst naar 100 km/u. Dat komt door zijn lichte carrosseriestructuur (aluminium, CFRP), de alerte 8-traps automaat en het feit dat het maximum koppel van de elektromotor instant beschikbaar is. Ook qua slalom is de 7-serie een vlotte jongen. Alleen de remmen zijn minder indrukwekkend. Het voordeel van de elektromotor is dat de BMW bijvoorbeeld in fileverkeer heerlijk stil is. Maar als de 4 cilinder wakker wordt, gaat die roet in het eten gooien. Het geluid en de vibraties passen eenvoudigweg niet bij een auto van dit (prijs)niveau. Toch scoort de 7-serie best goed als het om ‘Freude am Fahren’ gaat. De besturing is licht en direct en de vering biedt een mooie mix van stevigheid en comfort. Je hebt absoluut niet het gevoel met een slagschip onderweg te zijn.

Toch is de Lexus de enige echte sportsedan van dit viertal; een verrassende testuitkomst want de LS heeft sinds zijn introductie in 1989 niet bepaald een dynamische reputatie opgebouwd. Maar goed, daar waar de Lincoln een opgeblazen Ford Mondeo is, daar is de Lexus feitelijk een 4-deurs versie van de LC sportwagen. Tijdens de slalom laat hij iedereen achter zich en de 10-traps automaat zorgt er voor dat je altijd de juiste versnelling hebt. De V6 motor opereert boterzacht, zoals wij dat gewend zijn van Lexus. Nog niet helemaal van BMW niveau is het onderstel. Met name kleine, frequente oneffenheden in het wegdek bezorgen de LS merkbaar veel stress.

Qua prestatieniveau moet de G90 de LS 500 en de 7-serie (nipt) voor laten gaan, maar hij lijkt zich amper in te moeten spannen om de Lexus en BMW niet uit het oog te verliezen. De acceleratie is “pure elegantie” zonder dan je de V6 hoort en zonder fysieke sensatie van verzetwisselingen. Je moet echt naar het instrumentarium kijken om een idee te krijgen van hoe rap je versnelt. De rijeigenschappen van de Genesis laten zich omschrijven als ‘kalm en beheerst’. Hij is minder communicatief dan de Lexus of BMW, maar de vering weet oneffenheden in het wegdek beter te absorberen dan de LS 500.

De Lincoln is in alle opzichten net wat langzamer dan zijn concurrenten, maar het is knap dat de Continental weet te maskeren dat hij in essentie een voorwielaangedreven middenklasser is. Dankzij het Torque Vectoring systeem van Ford wordt hij niet gedeclasseerd. Bovendien zijn de de remmen van de Lincoln bovengemiddeld goed. Maar uiteindelijk mist de Continental de finesse van een luxesedan. Verder slaat de ‘Black Label’ sportieve aankleding als een tang op een varken bij de Lincoln. Het levert alleen maar onnodig drama op. Op een te agressief aan het gas hangende, te luide motor zit niemand te wachten. Gelukkig zit diep verstopt in het rij standen menu ook een Comfort setting. Dan word je weliswaar ook opgescheept met een te lichte besturing, maar onder de streep levert het een weggedrag op dat veel beter past bij het merk & model imago.

Inconsistentie kan de Lincoln ook worden verweten als je het interieur inspecteert. Het ziet er allemaal prachtig gedecoreerd uit met een fraaie afwisseling van kleuren. Ook is de Continental ruim en voorzien van zeer comfortabele, op vele manieren te verstellen stoelen. Achterin kan iedereen zich een vorst voelen. Maar er dringen dus te veel motorgeluiden de cabine binnen. En daar blijft het niet bij. De Lincoln rammelt en heeft piepjes en kraakjes. Verder heb je bij de bediening van de knoppen en toetsen niet het gevoel in een premiumproduct te zitten. Verder blijft het Sync 3 infomediasysteem tweede garnituur, wat Ford er ook aan verbetert.

Het interieur van de Lexus is net zo karakteristiek als dat van de Lincoln, maar per saldo veel eleganter. De LS 500 is gedecoreerd met prachtig hout, glanzend metaal en afwerkingdetails die in een Rolls-Royce niet zouden misstaan. Je krijgt in visueel opzicht dus zondermeer waar voor je geld van Lexus. Het is écht een hoogwaardig premiumproduct. Helaas valt de ruimte achterin wat tegen. Dat is opvallend omdat Lexus stelt dat de LS zó ruim is dat een lange wielbasis uitvoering “overbodig” is. Niet dus. Passagiers zitten oncomfortabel rechtop. Ook voor de bestuurder is de Lexus uiteindelijk geen hemel op aarde. Dat komt doordat het infomediasysteem een rommelige indruk maakt en niet intuïtief te bedienen is. Dat komt de veiligheid niet ten goede. Verder is de touch pad een ramp. Niemand anders op de automarkt maakt er zo’n potje van!

Na de complexiteit van de LS is de G90 een oase van bedieningsvriendelijkheid. In de Genesis is alles prettig ongecompliceerd en no-nonsense. De stoelen zijn comfortabel als fauteuils en de hoeveelheid interieurruimte is weldadig. Omdat Genesis zich nog moet bewijzen in het premiumsegment, heeft de Koreaanse firma goed over alle aspecten van het G90 interieur nagedacht. De materiaalkwaliteit is foutloos, evenals de bediening van alle asisstentiesystemen. Het enige wat je Genesis kan verwijten, is dat het merk geen risico heeft durven nemen. Het is allemaal nogal voorspelbaar, met name het kleurgebruik. Wat dit betreft zou men voor de aankleding van de G90 inspiratie kunnen opdoen bij Lincoln en Lexus.

Ook de BMW 740e oogt nogal saai van binnen. Je kan de Duitser weliswaar fraai aankleden, maar dat kost (veel) extra geld en veel opties zijn alleen beschikbaar in nog duurdere pakketvorm. Zaken die bij de concurrentie veelal standaard zijn. Zelfs voor een USB aansluiting moet je bijbetalen. Verder is het standaard meubilair nogal gewoontjes. Maar de bouwkwaliteit van de BMW is foutloos, het interieur maakt een serene indruk en qua ruimte doet hij de Lexus duidelijk in het stof bijten. De optionele gebarenbediening van het infomediasysteem is echter weggegooid geld.
Conclusie
Het verst verwijderd van wat een luxe sedan hoort te zijn, is de Continental. De Lincoln is niet zonder charme (met name het art deco interieur oogt fraai), maar de Amerikaan mist verfijning. Ook de BMW weet niet echt te bevredigen. Rijden op zijn elektromotor is een genot, maar dit plezier is gezien de beperkte actieradius van korte duur. Maar qua prijs:uitrusting verhouding legt de 740e het te duidelijk af tegen de concurrentie. De jongste LS is enorm veel beter dan zijn voorganger dankzij een nadrukkelijk sportief rij karakter. Ook het interieur geeft je het gevoel een bijzondere auto gekocht te hebben. Maar de ruimte achterin valt tegen, de bediening van het infomediasysteem zorgt voor ergernis en het is geen koopje. Doordat de Lexus niet foutloos is, wint de Genesis deze vergelijkingstest. Gewoon door op zo’n beetje alle onderdelen “gewoon goed” te scoren. Je krijgt veel waar voor je geld en iedereen kan goed overweg met de G90. In visueel opzicht had de Koreaanse topsedan een krachtiger statement mogen maken, maar dat is dan ook het enige kritiekpuntje.

Wat betekent dit voor Europa? Om de beginnen hoeven we niet rouwig te zijn om het feit dat de Continental niet leverbaar is bij ons. Hij ziet er prachtig uit, maar hij is niet fijn geslepen en hoort qua bouwkwaliteit niet thuis in dit gezelschap. De Lexus LS 500h scoorde eerder bij een eigen test van Autointernationaal.nl drieëneenhalve ster. Dat komt omdat hij duur is en niet foutloos; kritiek die ook voor de Amerikaanse ‘500’ uitvoering geldt. In Nederland is de stekkerhybride BMW 740e iPerformance relatief goedkoop dankzij de lage CO2-uitstoot van slechts 45 gram/km. Daar kan de Genesis niet tegenop. Maar in andere opzichten wel. Moederbedrijf Hyundai heeft met de i30, de i30 N en de Ioniq laten zien een aantal échte aanraders te kunnen ontwerpen. Stuk voor stuk bieden die allemaal bovengemiddeld veel ‘value for money’. De G90 hoort zeker ook in dat rijtje thuis. 2019, als Genesis zijn debuut beleeft in Europa, wordt dus een jaar om halsreikend naar uit te kijken.

