BMW X2 verslaat Jaguar E-Pace en Volvo XC40

0

SUV modellen heb je in alle soorten en maten. Stuk voor stuk zijn ze praktisch, maar tegelijkertijd niet de meest spannende C segment auto’s om mee te rijden. Daarmee zijn SUV modellen vooral een soort personenwagens dat je met je hoofd koopt, maar niet met je hart.

Premiummerken hebben dit blijkbaar ook geconstateerd, want in een kort tijdsbestek lanceren BMW, Jaguar en Volvo een compacte SUV die lust en begeerte oproept. Ze laten jou er wel stevig voor betalen, want de betreffende modellen (de X2, de E-Pace en de XC40) zijn niet goedkoop. Voor de 180 à 190 pk sterke dieseluitvoeringen met automaat en vierwielaandrijving betaal je minimaal respectievelijk 59.895 euro, 60.750 euro en 54.875 euro. Stevige prijzen dus, maar aan de andere kant: in vergelijking met wat BMW, Jaguar en Volvo voor de X4, F-Pace en XC60 vragen, vallen de tarieven ook wel weer mee.

Wat de X2, E-Pace en XC40 gemeen hebben, is dat zij qua veiligheidsuitrusting in de voorste linies opereren, de optielijst dik is (met stevige prijskaartjes) en dat BMW, Jaguar en Volvo er van uit gaan dat de mobiele telefoon een belangrijke rol speelt in jouw leven. Voor bovengenoemde 54.875 euro levert Volvo de XC40 in Momentum uitvoering; het tweede uitrustingniveau. Bij zowel BMW als Jaguar krijg je een kale auto. De E-Pace kost met het tweede uitrustingniveau 66.150 euro en de X2 met Executive pakket 62.390 euro.

Er is bewust gekozen voor een vergelijking van de dieselversies. Dit type krachtbron zit momenteel weliswaar in het verdomhoekje, maar zowel BMW als Jaguar en Volvo verwachten nog steeds veel orders te kunnen schrijven voor de oliegestookte uitvoeringen. In het geval van de X2 en de XC40 is de 4 cilinder 2,0 liter dieselmotor gekoppeld aan een 8-traps automaat. De E-Pace heeft een verzet extra, maar kan die ook goed gebruiken aangezien de Jaguar een stuk zwaarder is dan zijn concurrenten.

De dieselmotor die in het vooronder van de E-Pace zit, is van het zogeheten Ingenium type. Kenners weten dat Jaguar (en Land Rover) nogal wat kritiek heeft gekregen op deze krachtbron: hij zou een hekel hebben aan toeren maken, klinkt rauw en produceert een mechanisch geluid. Verfijnd is de Ingenium dieselmotor dus allesbehalve, maar op de snelweg merk je daar bij constant tempo weinig van.

De zwakke schakel in de aandrijflijn van de XC40 is de automaat. Met het feit dat flippers achter het stuur ontbreken valt op zich prima te leven, maar manueel aansturen vereist 2 tikken tegen de pook. Geef je 1 tik, dan denkt de automaat dat je hem in de neutraal stand wil zetten. Ben je dat niet gewend, dan is dit hinderlijk. Los hiervan neemt de Geartronic transmissie ruim de tijd om op te schakelen en gebeurt het opzoeken van een lagere versnelling met tegenzin. In Sport modus is de automaat wat beter bij de les, maar je kan je niet aan de indruk onttrekken dat de motor en transmissie geen goed huwelijk vormen. Dat is extra jammer omdat de dieselunit irritant veel last heeft van een turbogat.

De X2 heeft op papier niet meer vermogen dan de XC40 (beiden zijn 190 pk sterk; de E-Pace biedt 180 pk), maar accelereert sneller naar 100 km/u: de BMW heeft voor de sprintklus 7,7 seconden nodig versus 7,9 tellen voor de Volvo. De zwaardere Jaguar volgt op ruime afstand met 9,3 seconden. De X2 heeft ook de hoogste topsnelheid én het laagste (theoretische) verbruik. Omdat zijn automaat ook nog eens het vlotst van verzet wisselt, zorgt dit er voor dat de BMW het onderdeel ‘aandrijflijn vergelijking’ duidelijk van zijn concurrent wint. Op de snelweg weet hij zijn rivalen met nonchalance van zich af te schudden en doordat het maximale koppel over een breder toerengebied beschikbaar is, zijn er minder verzetwisselingen nodig. Trap je de X2 op zijn start, dan zal hij zonder aarzeling een lagere versnelling opzoeken.

Wat ook beter is bij de BMW, zijn de rijeigenschappen. De X2 biedt veel grip en de feedback die de besturing biedt, zorgt er voor dat je veel vertrouwen kan hebben in de Duitser, ook in extreme situaties. Keerzijde van de medaille is de onrustige, harde vering. Zelfs in Comfort modus is het behelpen in de BMW indien het wegdek niet zo glad en strak is als een biljartlaken. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de X2 voorzien was van zogeheten M Sport vering. Dat lijkt niet de meest verstandige optie om aan te vinken.

De E-Pace biedt het beste veercomfort. De Jaguar weet een mooie balans vast te houden en ook de carrosseriecontrole is goed. Zoek je de limiet op, dan zal je merken dat de Brit nogal stevig duikt en helt, maar daar heb je bij een rustige rijstijl geen last van. De XC40 zit qua rij dynamiek en veercomfort tussenin. Hij rijdt wat afstandelijker dan de X2, maar de besturing voelt niet zo kunstmatig aan als de installatie van de E-Pace. Verder hebben zijn remmen indrukwekkend veel stopkracht. Er is wel sprake van wat onderstuur, maar het weggedrag van de Volvo is bovenal stabiel. Dit is geen auto met bravoure, maar met een relaxt en vertrouwenwekkend karakter. Los van de artificiële besturing rijdt de Jaguar best dynamisch en reageert hij enthousiast en gretig op commando’s. Toch weet de besturing en de rest van de rijeigenschappen van de BMW net wat meer te bevredigen.

Bij het testonderdeel ‘interieur’ gaan de bokaal ook naar de X2. Zijn ergonomie is foutloos en hij heeft de grootste kofferbak. BMW doet gelukkig niet mee aan de touch screen mode en monteert ook in de X2 weer de bekende iDrive bedieningsknop. Daarmee kan je snel en simpel elke functie activeren. De XC40 heeft een hoge ‘Scandinavische feel good factor’ en het merkkarakteristieke verticale display blijft een visueel genot. De installatie is echter niet zo getalenteerd als het infomedia systeem dat BMW monteert. Ook Jaguar’s InControl Touch Pro is inferieur. Bovendien heeft de E-Pace zichtbaar minder fraaie afwerkingmaterialen.

Conclusie

De BMW wint. Met afstand. De X2 is duidelijk meer dan een verklede X1. BMW heeft er een verfijnder, beter rijdend product van gemaakt, ook al betaal je hier extra voor en krijg je in de vorm van een beperkt veercomfort eveneens de rekening gepresenteerd. Maar de E-Pace en XC kunnen qua ‘Freude am Fahren’ niet tippen aan de BMW, de X2 loopt in digitaal opzicht voorop en de afwerking is écht van premiumniveau.

Per saldo ontlopen de XC40 en de E-Pace elkaar niet veel. Zowel de Volvo als de Jaguar hebben specifieke sterke en zwakke punten. In de XC40 voelt men zich snel op zijn gemak, terwijl de E-Pace je meer uitdaagt. In positieve en negatieve zin. Maar omdat de Volvo op basis van het tweede uitrustingniveau ruim 11 mille goedkoper is dan de Jaguar, pakt hij toch overtuigend zilver.

Comments are closed.