Over het eerste kwartaal van dit jaar is de omzet van autofabrikant Peugeot (PSA) onder regie van topman Carlos Tavares met 42 procent gestegen tot 18,2 miljard euro. Dat is 42 procent meer dan vorig jaar. Het aantal afgeleverde voertuigen groeide met 44 procent.
Het Franse autoconcern meldt dat de omzet van het vorig jaar aangekochte merkenduo Opel / Vauxhall over de eerste 3 maanden van dit jaar uitkomt op 4,8 miljard euro. Met Peugeot, Citroën en DS werd een omzet van 10,2 miljard euro gemaakt, hetgeen een stijging van 13,3 procent is ten opzichte van dezelfde periode in 2017. In het eerste kwartaal van dit jaar verkocht de autofabrikant wereldwijd in totaal 1,05 miljoen auto’s. Dat is bijna 7 procent meer dan in dezelfde periode van 2017.
De voorraad onverkochte auto’s bij PCD (Peugeot, Citroën, DS) nam met meer dan 12 procent toe tot 438.000 voertuigen (inclusief de exemplaren bij het dealernetwerk). Een jaar eerder waren dat er 48.000 stuks minder. Daarnaast stonden er ook 219.000 auto’s van Opel en Vauxhall ergens op een koper te wachten. PSA handhaafde de verwachtingen voor haar Franse merken. Ten aanzien van Opel / Vauxhall, dat al jaren verlies lijdt, zijn de vooruitzichten minder zeker. De nieuwe eigenaar eist dat het van General Motors overgenomen onderdeel eerst in de eigen kosten snijdt voordat er nieuwe investeringen komen.

Dit betekent dat de beslissing of er een nieuwe generatie Astra komt is uitgesteld tot 2020. Met als gevolg dat Opel nog 5 jaar door moet met de huidige editie. Het kan niet anders dan dat dit tot verlies aan marktaandeel leidt, met alle gevolgen voor de perspectieven op winst van dien. In Duitsland is er dan ook veel verzet van Opel personeel en vakbonden tegen de rigide houding van PSA. Tavares is niet erg bereid om de voor de Duitse metaalindustrie overeengekomen loonsverhoging met 4,3 procent voor de werknemers van Opel toe te passen omdat dat zijn plannen om fors in de kosten te snijden volledig ondermijnt. Vakbond IG Metall is wel bereid om te onderhandelen, maar wil dan concessies zien van de kant van de Fransen. Tavares heeft echter weinig ruimte omdat hij Opel uiterlijk 2020 weer winstgevend wil hebben.
Door deze patstelling vrezen werknemers van Opel en de vakbonden voor loonsverlagingen en fabriekssluitingen. Met name de vestiging in Eisenach staat op de tocht. PSA was aanvankelijk van plan om hier de tweede generatie Mokka X (op basis van het eigen EMP2 onderstel) te gaan bouwen, maar die beslissing is uitgesteld omdat het Duitse personeel geen loonoffer wil doen. In Groot-Brittannië, Spanje, Polen, Oostenrijk en Hongarije werd al wel overeenstemming met de werknemers bereikt. Tavares (op de tweede foto met Opel filiaalchef Michael Lohscheller) voelt bij het winstgevend maken van Opel nu ook de hete adem van de Duitse regering in zijn nek. Een reeks ministers heeft er al op gewezen dat PSA bij de overname heeft beloofd de werkgelegenheid voorlopig op peil te houden en tot 2020 geen fabrieken te sluiten. De Duitse minister van Economische Zaken, Peter Altmaier, wil zo snel mogelijk een persoonlijk gesprek met Tavares om de situatie bij Opel te bespreken. Bovendien gaat hij de zaak aankaarten bij zijn Franse collega Le Maire. Dat is slecht nieuws voor Tavares, want de Franse staat is voor 14 procent eigenaar van PSA en heeft daarmee een stevige vinger in de pap.
Ondertussen gaat PSA verder op de weg naar internationale expansie met nieuwe activiteiten in Algerije, Namibië, Maleisië en China. In alle werelddelen werden door het Franse concern meer auto’s verkocht dan een jaar geleden, waarbij het marktaandeel in Europa met 0,7 procentpunt kon worden opgevoerd. PSA verwacht dat de Europese automarkt zich dit jaar zal stabiliseren.

Tavares (op de derde foto met Carlos Ghosn) zag voor zichzelf tot 2013 nog een glansrijke carrière als CEO van Renault in het verschiet liggen, de landgenoot waar hij als Chief Operating Officer werkte. Maar er was een klein probleem: Carlos Ghosn, de baas van het merk met het wybertjeslogo had absoluut geen plannen om op te stappen. Toch kondigde Tavares publiekelijk aan dat hij CEO bij een autofabrikant zou worden. Die boude uitspraak viel verkeerd bij Ghosn. In plaats van uitzicht op de topbaan bij Renault, kon hij zijn koffers pakken.
Maar elk nadeel heb zijn voordeel. Tavares kwam op deze manier in het vizier van PSA, dat in 2013 hoognodig gereorganiseerd diende te worden om bedrijfseconomisch weer levensvatbaar te worden. “Het was nu of nooit”, zei de ambitieuze Portugees later tegen het Franse magazine Paris Match. “Ik had mij 23 jaar voorbereid op de functie van CEO bij een autofabrikant”. Tavares kon bij PSA een vliegende start maken. Niet alleen om revanche te nemen op Ghosn, of vanwege het vele achterstallige onderhoud bij deze autofabrikant maar ook omdat hij goed op de hoogte was van de toekomstplannen van Renault. Daar kon hij met een nieuw modellenbeleid voor Citroën en Peugeot op inspelen. Ghosn wist andersom niet wat er bij PSA allemaal in de pijplijn zat.
Tavares (1958) werd geboren in Lissabon. Hij studeerde aan de École Centrale de Paris en begon zijn carrière 23-jarige leeftijd bij Renault. Hij maakte gestaag carrière bij de autofabrikant, werkte vanaf 2004 enige jaren bij alliantiepartner Nissan (nadat Renault voor 43,4 procent een controlerend belang in deze branchegenoot had genomen) en werd uiteindelijk COO bij de Franse autoproducent onder Carlos Ghosn. Daar vond hij met zijn opmerking de topbaan te ambiëren zijn Waterloo.
Maar op 1 januari 2014 werd hij met open armen ontvangen door PSA. Inmiddels is de Franse autoproducent kerngezond (nou ja, op die hoge voorraad onverkochte auto’s na dan). Peugeot en Citroën winnen weer marktaandeel en DS kan met de 7 Crossback eindelijk haar premiumambities gaan waarmaken. Tegelijkertijd heeft Renault sinds het vertrek van Tavares als COO aan glans verloren. De Kadjar oogt lang niet zo verleidelijk als zijn segmentgenoot Peugeot 3008, de Citroën C3 Aircross gaat het verkoopleven van de Captur flink zuur maken, is de Koleos in vergelijking met de Peugeot 5008 (op de vierde foto samen met Tavares) een aanfluiting en in de hogere middenklasse lijkt de rol van de Talisman uitgespeeld nu Peugeot de nieuwe 508 klaar heeft.

Anders dan Renault en Ghosn kiest PSA onder leiding van Tavares niet voor aparte volledig elektrische modellen à la de Zoé. Er komen in 2020 wel uitstootvrije varianten van de nieuwe Peugeot 208 en de DS 3 Crossback (Citroën volgt iets later). Bij de middenklassers kiest PSA voor stekkerhybride techniek. De DS 7 Crossback heeft daarbij de primeur. Daarna volgen stekkerhybride versies van de Peugeot 3008 en de nieuwe 508. Citroën gaat de techniek gebruiken voor de in Europa nog te introduceren 5 Aircross en Opel voor de Grandland X. In 2020 moet de helft van het gamma van PSA geëlektrificeerd. 5 jaar later moet de helft van het aanbod uit volledig elektrische modellen bestaan. Versies met een verbrandingsmotor onder de kap worden dan stapsgewijs gesaneerd. Tavares zegt er voor wat betreft de elektrificatie van het gamma de voorkeur aan te geven om dit “met een constante rugwind’ ten uitvoer te brengen in plaats van “via een radicale revolutie”.
Dat de topman van PSA kiest voor een voorzichtige aanpak, heeft te maken met de nodige zorgen over het toekomstperspectief van de elektrische auto. Volgens Tavares is er beslist geen sprake van een gelopen race: “Er komt zo veel meer bij kijken dan het verkopen van elektrische voertuigen. Neem bijvoorbeeld de productie van batterijen en het recyclen ervan. Of de jacht naar zeldzame metalen en de gebrekkige infrastructuur voor het opladen. Ook niet onbelangrijk: als je schone energie wilt, moet je wel de vraag stellen hoe je die energie gaat produceren”.
De topman van PSA dicht daarom waterstofauto’s een interessante toekomst toe; een aandrijfvorm waarin Renault nauwelijks interesse toont. Tavares belooft dat er in 2019 een rijdend prototype gepresenteerd zal worden. Of beter: een nieuwe conceptstudie, want in 2009 onthulde de Franse autoproducent al de 307 CC FiSyPAC; een prototype met brandstofcel. Die Peugeot haalde nooit het productiestadium, maar Tavares zegt dat er dit keer geen kink in de kabel kan komen.

Tavares is een groot autoliefhebber en vanaf zijn 10de was hij vaak op het Portugese circuit van Estoril te vinden als toeschouwer. Als 25-jarige begon hij zelf met racen. Zijn racesuccessen achter het stuur, die duiden op veel benzine in zijn bloed, heeft hem veel aanzien opgeleverd in de autobranche. “Rijden is een leerschool als het gaat om stress. Het leert je koelbloedigheid, onverbiddelijkheid en teamspirit”, aldus Tavares. Hij heeft meegereden in de rally van Monte Carlo en verzamelt klassiekers. Hij bezit een Peugeot 504 V6 Coupé uit 1979, een Alpine A110 uit 1976 en een Porsche 912 uit 1966.
Onder zijn leiding werd vorig jaar Opel / Vauxhall , de Europese divisie van General Motors, voor 2,3 miljard euro overgenomen door PSA. Met de acquisitie kon na de Volkswagen Groep de tweede automaker van Europa worden gevormd. Renault, dat naast het hoofdmerk alleen serieuze verkoopaantallen realiseert met Dacia, volgt op grote afstand. Toch is het de vraag of Tavares zijn hand niet overspeeld. Toen hij op 1 januari 2014 achter het stuur van PSA plaats nam, verkeerde de onderneming in grote financiële problemen. De Franse overheid moest samen met de Chinese autofabrikant Dongfeng te hulp schieten in de vorm van een financiële injectie en aandelenparticipatie om een faillissement van het bedrijf te voorkomen. Dankzij de drastische kostenbesparingen die Tavares doorvoerde (hij schrapte een groot aantal banen, al dan niet via een vrijwillige vertrekregeling, vervroegd pensioen, of in de vorm van ‘innovatieve arbeidstijdconcepten’ (lees: arbeidstijdverkorting), was PSA in 2015 na 5 jaar rode cijfers te hebben geschreven weer winstgevend.
Maar of de metamorfose ook bij Opel zal lukken, is twijfelachtig. Dit merk is zijn Duitse ziel kwijt en het is een kwestie van tijd totdat Skoda meer auto’s bij onze Oosterburen weet te verkopen. Tegelijkertijd is het imago van Vauxhall net zo beroerd als dat van Daewoo in 2004 bij ons. De bovenomschreven problemen met het Duitse personeel van Opel zal Tavares in ieder geval veel hoofdpijn bezorgen. Bovendien moet niet vergeten worden dat Peugeot geen al te beste reputatie heeft op het gebied van het weer oplappen van automerken die bedrijfseconomisch op dood spoor zijn beland. De eerste modellen die onder regie van ‘de leeuw’ voor Citroën werden ontwikkeld (de LN en de Visa) waren commerciële flops. De omvorming van het Franse Simca en het Britse Sunbeam tot Talbot liep uit op een drama. Dit merk ligt al weer 35 jaar op het kerkhof. En nu denkt PSA het duo Opel / Vauxhall , dat 20 jaar achtereen verlieslijdend was onder General Motors, wel winstgevend te krijgen? Nou ja, misschien moet je voor die klus wel een voormalige COO van Renault hebben …

