Met de vernieuwde Mokka X, de Crossland X en de Grandland X heeft Opel al een breed SUV gamma. Maar wat ontbreekt, is een 7-persoons model. Volgend jaar komt daar dankzij de hulp van de nieuwe Franse eigenaar PSA verandering in, want dan zal de Monza X aan het palet worden toegevoegd.
Waar de Grandland X technisch nauw verwant is aan de Peugeot 3008, daar krijgt de Monza X de grotere 5008 als basis. Dat betekent 3 zitrijen en 7 zitplaatsen, maar geen vierwiel aandrijving. Van de Grandland X (en Peugeot 3008) is een stekkerhybride uitvoering gepland, maar diens elektromotor bij de achteras. Dit betekent dat er onvoldoende plek overblijft voor een derde rij stoelen. Dus de Monza (en de Peugeot 5008) komt er niet in vierwiel aangedreven stekkerhybride uitvoering.
De Opel Monza X wordt een paar centimeter langer dan de Peugeot 5008. Dat komt door de minder rechtop staande neuspartij. Het is de bedoeling dat de 7-persoons SUV in Rüsselsheim gebouwd gaat worden. Daar rollen momenteel de Insignia en Zafira van de band. De laatste is inmiddels 7 jaar oud en heeft daarmee de (voor een auto) pensioengerechtigde leeftijd bereikt. De kans is dus groot dat de Zafira uit productie wordt genomen zodra de Monza X klaar is. Voor de klant maakt dat niet veel uit, want hij krijgt er een ander hoog 7-persoons model voor terug.
De Monza X kan worden bestempeld als de redder van Rüsselsheim. Niet alleen omdat de dagen van de Zafira zachtjesaan geteld zijn (in het eerste kwartaal van dit jaar waren er in Nederland 144 registraties versus 388 in dezelfde periode van 2017), maar ook omdat de belangstelling voor het andere Opel model dat in de betreffende fabriek wordt gebouwd, de Insignia, tegenvalt. Dat komt deels doordat D segment middenklassers zonder premiumstatus het moeilijk hebben, maar ook doordat de huidige editie visueel veel minder indruk maakt dan de eerste generatie.
Onder de motorkap van de Opel Monza X zullen we de bekende PSA motoren tegenkomen. Net als bij de Peugeot 5008 krijgt de instapversie een 1,2 liter turbobenzinemotor. Het karige aantal cilinders (3) wordt bij de automaatversie gecompenseerd door een royaal aantal versnellingen (8). Verder zal de Monza X met 1,5 en 2,0 liter dieselmotoren van PSA. Die hebben als voordeel veel schoner te zijn dan wat Opel zelf in huis heeft. Zo stoot de Zafira met 134 pk sterke dieselmotor 119 gram CO2 uit, maar de Grandland X met 130 pk 105 gram (volgens de nieuwe, meer realistische meetmethode!).

Toen General Motors nog eigenaar was van Opel, hadden de Duitsers de modelnaam Monza X willen gebruiken voor een op de Insignia te baseren cross-over. Een duidelijk groter model dus, bedoeld om de Audi Q5 mee te gaan beconcurreren. Het idee was dat Buick, tijdens het General Motors bewind een zustermerk, de cross-over onder eigen label zou gaan verkopen. Voor Opel, en dan met name de fabriek in Rüsselsheim, zou dat een leuke productieorder hebben betekent.
Hoe de onder de rok van moeder General Motors ontwikkelde Monza X er uit zou hebben gezien, kan je zien aan de Enspire conceptstudie van Buick die op de China Auto Show wordt getoond. Heel wat sportiever dus dan de ‘PSA interpretatie’, maar met zijn coupéachtige daklijn à la de BMW X4 en de Mercedes-Benz GLC Coupé geen 7-persoons auto. Wel heeft het Buick ontwerp een hoger premiumgehalte. Voor Opel, dat het gros van zijn auto’s in het relatief dure Duitsland moet produceren, zou dat niet verkeerd zijn geweest. Maar goed, wie weet heeft de autoconsument in Europa wel meer behoefte aan de zuinige PSA motoren.

De Enspire is voorlopig nog een conceptstudie en dan is er veel mogelijk. Zo meldt Buick dat de set elektromotoren een gecombineerd vermogen hebben van 557 pk en dat de cross-over in slechts 4,0 seconden naar 100 km/u kan accelereren. Waarden die vergelijkbaar zijn met de specificaties van de nieuwe Audi e-Tron. Maar goed, die gaat 82.500 euro kosten terwijl de Monza X met PSA techniek straks weg mag voor ruim 33 mille. Van dat prijsverschil kan je heel wat liters benzine kopen.
Laat die ‘redder van Rüsselsheim’ dus maar komen. Hopelijk gooit het Duitse fabriekspersoneel van Opel geen roet in het eten. Terwijl de collega’s elders in Europa bereid zijn om een fors loonoffer te brengen om zo de productie van auto’s aldaar veilig te stellen, is men bij onze Oosterburen niet bereid om water bij de wijn te doen. Die houding werkt bij PSA, die Opel in 2020 winstgevend wil hebben, als een rode lap op een stier. Het is hun eigen belang als de Duitsers alsnog eieren voor hun geld kiezen.
