American Beauty: Volvo S60

0

Op 20 juni jl. verklaarde Håkan Samuelsson, de CEO van Volvo Cars (vierde foto), de fabriek in Ridgeville in de Amerikaanse staat South Carolina officieel voor geopend. In de productiefaciliteit zal de nieuwe S60 gebouwd gaan worden.

Het is de tweede poging van Volvo om in de vorm van een eigen fabriek vaste voet aan de grond te krijgen op Noord Amerikaanse bodem. De Zweden hadden van 1963 tot 1998 een assemblagefaciliteit in het Canadese Halifax, maar daar werden niet meer dan 8.000 auto’s per jaar in elkaar gezet, vooral voor de lokale markt. Ook toen waren hoge importtarieven de aanleiding voor de bouw van de fabriek. Maar in 1998 vond men de kleine assemblagefaciliteit niet meer passen in de mondiale productie-infrastructuur en stopte Volvo met de bouw van auto’s aldaar.

De opening van de fabriek in South Carolina gebeurd ook toen donkere wolken vol dreigende, hogere importtarieven zich samenpakten boven de Amerikaanse afzetmarkt. Maar dat kon de pret bij de Volvo directie niet bederven. De productiefaciliteit in Ridgeville is de 5de vestiging van het Volvo Cars Manufacturing System (VCMS) waarmee het Zweedse automerk laat zien een volwaardige mondiale speler te zijn. Anders dan bij de fabrieken in Zweden, België en China, is de vestiging in Ridgeville de enige locatie waar je een krokodil tegen kan komen op het parkeerterrein. Dat is (ook) de charme van een Amerikaanse staat in het zuidoosten.

Tot 1 september is men in Ridgeville bezig met de voorserie productie van de S60. Daarna moeten exemplaren van de sedan van de band rollen die daadwerkelijk voor verkoop bekend zijn. De motoren (alleen benzine exemplaren) en transmissies komen uit Zweden, maar lokale leveranciers zijn goed voor de helft van de waarde van de S60. Is de productie eenmaal op stoom, dan zullen jaarlijks circa 60.000 exemplaren van de sedan de fabriekspoorten verlaten in Ridgeville. De helft daarvan is bestemd voor lokale consumptie en de rest zal worden geëxporteerd.


In het eerste semester van 2018 verkocht Volvo wereldwijd 317.639 auto’s. Op jaarbasis zou dus de grens van 600.000 stuks gepasseerd kunnen worden. De productiebijdrage van de fabriek in Ridgeville is met een tiende van dit aantal klein, maar symbolisch van grote waarde. Volvo geeft met de 1,1 miljard dollar kostende productiefaciliteit een duidelijk signaal af richting de concurrentie, de dealers en Amerikaanse autoconsumenten. De fabriek is bovendien de eerste stap naar verdere groei, want vanaf 2021 zal ook de nieuwe generatie XC90 in Ridgeville gebouwd gaan worden. Met een tweede shift er bij zal dan de productiecapaciteit van 150.000 auto’s per jaar volledig benut gaan worden. En met een lokale fabriek is er volgens Samuelsson, alle reden om de Verenigde Staten als een nieuwe thuismarkt te beschouwen. Dergelijke grote woorden zal je van een directeur van BMW, Mercedes of Volkswagen niet horen.

Met de nieuwe fabriek in Ridgeville erbij zit Volvo qua productiecapaciteit nu nog ruim in zijn jasje, maar Samuelsson gaat er van uit dat het merk over 5 jaar zijn mondiale verkopen verdubbeld zal hebben naar 1,2 miljoen auto’s. Dat is geen grootspraak, want in het eerste semester van 2018 werd een groei van 14 procent gerealiseerd. Extrapolatie leert dat als de huidige afzetstijging aanhoudt Volvo in 2023 op een verkoopvolume van 1,223 miljoen auto’s zal zitten (2017: 571.577 exemplaren, oftewel 7 procent meer dan in 2016). Dat Volvo afgelopen half jaar zo sterk gegroeid is, is vooral te danken aan de Amerikaanse markt, waar bijna 40 procent werd geplust. De opening van een lokale fabriek komt dus precies op het goede moment.

Nu de fabriek in Ridgeville klaar is, zijn de Amerikanen zelf aan zet. En dan met name de ondernemers in het land, want Samuelsson rekent er op dat er de komende tijd meer aanvragen voor een dealervestiging in de Verenigde Staten binnen zullen komen. Daar lijkt, met de geplande verkoopverdubbeling in het vooruitzicht, een goede businesscase voor te zijn. Voor de Amerikaanse Volvo klant heeft het overigens niet veel meerwaarde dat de S60 nu (en straks de XC90) in eigen land gebouwd wordt. Die zijn gewend aan importauto’s; iets wat voor kopers van premiumauto’s in de Verenigde Staten sowieso geldt want zowel Cadillac als Lincoln zijn vergane glorie voor wie niet meer dan wat kruimels in het luxe segment resteren.

Wat wel belangrijk is, is dat Volvo nu dichter bij een belangrijke afzetmarkt zit. Volgens Samuelsson is de nieuwe S60 beter afgestemd op de Amerikaanse smaak dan de vorige editie. Autoconsumenten in de Verenigde Staten vinden een ruim interieur belangrijk. Dat kon Volvo bij de oude S60 alleen bieden in de vorm van de uitvoering met verlengde wielbasis. De nieuwe generatie is dankzij het SPA platform van de 90-serie modellen een halve klasse groter (4,78 meter versus voorheen 4,64 meter) en heeft dus geen wielbasisverlenging nodig om de gewenste interieurruimte te bieden. Dit betekent ook dat Volvo met lokale productie de leverbare carrosseriekleuren en de aankleding (uitrusting) beter kan afstemmen op de Amerikaanse smaak.

Dat klinkt logisch, maar keerzijde van de medaille is dat de S60, nu dit model niet meer Europa gebouwd wordt, minder op onze Europese smaak is afgestemd. Dat is goed te merken. Om te beginnen heeft Volvo bewust niet gekozen voor een coupéachtig design à la de Mercedes CLA, of een 5-deurs liftback vorm zoals Audi (A5 Sportback), BMW (4-serie Gran Coupé), Opel (Insignia Grand Sport), Peugeot (508) en Volkswagen (Arteon) die bieden. Amerikanen hebben liever een traditionele sedanvormgeving. Diesels laten zij links liggen (Chinezen, die hun S60 ook uit Ridgeville krijgen, ook trouwens), dus de nieuwe S60 wordt niet met oliegestookte motoren gebouwd. Op korte termijn kan dit in Europa de belangstelling drukken, maar Volvo ziet de vraag naar diesels in onze marktregio gestaag dalen. Het ‘probleem’ lost zich dus vanzelf op.

Had Volvo in het SUV minnende Verenigde Staten niet beter een SUV kunnen bouwen? De sedan is ook in dit land namelijk op zijn retour. Maar de toewijzing van productieorders en de bouw van een nieuwe fabriek is een jarenlang proces. In 2014, toen het licht op groen werd gezet voor een productiefaciliteit in de Verenigde Staten, waren de productieorders voor de XC60, S90 en XC90 al vergeven. Amerikanen hebben in tegenstelling tot Europeanen niet veel met stationwagons dus lokale fabricage van de V60 en V90 was geen optie. En de 40-serie modellen (zoals de nieuwe XC40) zijn voor de Verenigde Staten aan de kleine kant. De S60 bleef dus over.

De belangstelling voor sedans mag dan dalen, dit carrosserietype is nog steeds populairder bij Amerikanen dan bij Europeanen, dus het snijdt volgens Samuelsson wel degelijk hout om juist deze Volvo in Ridgeville te bouwen. Helaas geven de cijfers hem ongelijk. In de eerste 4 maanden van dit jaar, toen de oude S60 nog leverbaar was, waren de verkopen van deze sedan in Europa 18 procent hoger in de Verenigde Staten. Samuelsson maakt dus een denkfout: hij realiseert zich niet dat de sedans die Amerikanen kopen, vooral volumemodellen van het slag Honda Accord, Nissan Altima en Toyota Camry zijn. Geen premiumproducten of sportsedans zoals de nieuwe S60, die in Nederland alleen in R-Design en Polestar Engineered uitvoeringen geleverd gaat worden (verkoopstart begin 2019; instapprijs naar verwachting minimaal 46.495 euro).

Vanuit Ridgeville zullen dus alle landen waar Volvo actief is, bediend worden met de S60. Schaalvoordeelfetisjisten zullen dit prachtig vinden, maar de realiteit is dat er afgelopen maand in hoog tempo invoerbarrières dreigen te ontstaan tussen diverse landen en regio’s. Dat is voor een sterk op export en internationale handel gericht bedrijf als Volvo een nachtmerrie.

Het gepland productiesysteem (bouw S60 exclusief in de Verenigde Staten, 40-serie modellen in België en V60/V90 in Zweden) kan als kaartenhuis in elkaar storten als vrije wereldhandel niet langer mogelijk is, of als gevolg van importheffingen veel duurder gaat worden, met grote effecten voor de vraag naar auto’s tot gevolg. Daarmee kan ook het terugverdienmodel voor de 1,1 miljard dollar kostende fabriek in Ridgeville onder druk komen te staan, maar aan de andere kant: zonder deze Amerikaanse productiefaciliteit waren de rapen bij president Donald Trump nóg gaarder geweest.

Dit neemt niet weg dat Samuelsson net als de Zweedse ambassadeur in de Verenigde Staten, Karin Olofsdotter (foto boven), een warm voorstander is van het voorstel van de Duitse autofabrikanten om de invoertarieven tussen Europa en de Verenigde Staten helemaal te schrappen. Want onder leiding van deze CEO wil Volvo het competitiegevecht met iedereen aan gaan. Hij denkt dat ‘zijn’ Zweedse merk daar nu sterk genoeg voor is. Na decennialang compromisloos alleen de veiligheidskaart uitgespeeld te hebben, schaakt Volvo nu op veel meer borden: elektrificatie, autonoom rijden, abonnementsdiensten, Polestar Engineered sportieve modellen én een echt mondiale productie-infrastructuur. Als Samuelsson gevraagd wordt of Volvo nu klaar is om de concurrentie met de Duitse premiummerken aan te gaan, lacht hij en zegt: “Natuurlijk. Wij gaan bij iedereen klanten wegkapen”.

Comments are closed.