Wat de Amerikanen in 2 decennia niet is gelukt, hebben de Fransen in iets meer dan een jaar geflikt: Opel, vorig jaar augustus overgenomen door PSA, maakt weer winst. Over het eerste halfjaar kon de Duitse autofabrikant 502 miljoen euro bijschrijven in de boeken. Als het lukt om de winst ook in het tweede semester vast te houden, schrijft het concern voor het eerst sinds 1999 zwarte jaarcijfers.
Opel, het zorgenkindje van de Duitse auto-industrie, leed in de tweede jaarhelft van 2017 nog een verlies van 179 miljoen euro. Maar nu is er dus een indrukwekkende ommekeer bij de decennialang kwakkelende autofabrikant met verrassend sterke cijfers. “Dit is eenvoudigweg de snelste turn around in de auto-industrie die ik sinds vele jaren heb gezien”, schrijft J.P. Morgan analist José Asumendi in een rapport. Maar het succes kan niet los worden gezien van de Europese boekhoudregels waar Opel nu onder valt. Die zijn minder streng dan de Amerikaanse richtlijnen.
Analisten van Evercore ISI spreken van een “wederopstanding uit de dood” van Opel. De grote vraag is nu of het herstel duurzaam zal zijn. Het marktaandeel van Opel staat in Europa op een historisch dieptepunt. Slechts 5,6 procent van alle nieuw verkochte auto’s in de eerste jaarhelft droeg het bliksemlogo (of de Vauxhall badge). In de jaren negentig van de vorige eeuw was het merkenduo nog goed voor 12 procent. Maar onder leiding van PSA topman Carlos Tavares is er resoluut een einde gemaakt aan het onder de kostprijs verkopen van auto’s. Dat verklaart waarom Opel nu weer winst maakt én waarom het marktaandeel onder druk staat.
Het winstherstel bij Opel is niet zonder slag of stoot bereikt: de Fransen hebben in het afgelopen jaar 3.700 banen geschrapt bij het nieuwe dochterbedrijf, wat flinke botsingen met de Duitse vakbonden tot gevolg had, ook al was er van gedwongen ontslagen geen sprake. Maar nu staan er nog meer banen op het spel omdat PSA overweegt diverse afdelingen van het R&D centrum van Opel in Rüsselsheim af te stoten. Critici stellen dat daarmee de ziel uit het Duitse merk wordt gehaald.
Het is inderdaad de vraag hoeveel autonomie Opel onder Franse leiding uiteindelijk overhoudt. Maar het merk leed onder de vorige eigenaar, het Amerikaanse General Motors concern, onder een zwalkend beleid. Het verlies aan marktaandeel heeft zich vooral net na de millenniumwisseling voorgedaan. Ook leed Opel veel imagoschade door de bouwkwaliteit van haar modellen te verwaarlozen en door te hannesen met techniek die in vergelijking met de producten van met name de Volkswagen Groep achterhaald was. Het is de vraag of de reputatie van het merk kan worden hersteld. Sommige analisten zijn van mening dat Opel ‘beyond repair’ is.

Een goed teken is dat PSA bij Opel de vaste kosten met 28 procent heeft teruggebracht. Daarnaast ligt de kostenbesparing bij de productie op koers. PSA hadden de doelstelling om Opel in 2020 weer winstgevend te hebben. De Fransen hadden al de reputatie zeer conservatief te zijn met haar prognoses en het opmerkelijk snelle herstel bij de Duitse dochter is daar het bewijs van. “Wij hebben de kosten beter onder controle gekregen en investeren geld veel efficiënter dan in het verleden”, aldus Tavares. Hij prijst nadrukkelijk de nieuwe zetbaas bij Opel, Michael Lohscheller (foto boven), en andere werknemers bij Opel.
Maar één zwaluw maakt nog geen zomer en dus ook niet één jaarhelft zonder verliezen. Dankzij de gewijzigde boekhoudregels zullen de cijfers over het tweede semester ongetwijfeld ook mooier zijn dan in dezelfde periode van 2017 (toen er nog 179 miljoen euro verlies werd geleden). Spannend wordt het in juli 2019 als de semesterresultaten volgens dezelfde boekhoudregels met elkaar vergeleken kunnen worden.
