PSA, de nieuwe Franse eigenaar van Opel, is voornemens om het ontwikkelingscentrum van de Duitsers in Rüsselsheim te verkopen. De vakbonden die het aldaar werkzame personeel vertegenwoordigen, verzetten zich tegen dat plan.
“Verkoop van de R&D tak rukt het hart uit Opel. Alleen productie, service en administratie zijn onvoldoende om het merk een ziel te geven”, aldus de vakbonden. “De verkoop van het ontwikkelingscentrum brengt de toekomst van Opel in gevaar”, zo vult een woordvoerder aan, die reageert op berichten in de Franse media over de plannen van PSA om de R&D tak in Rüsselsheim deels te verkopen.
De bonden eisen dat het management Opel deze week nog tekst en uitleg komt geven op het gemeentehuis van Rüsselsheim. “Ons standpunt is helder: het verkopen van de ontwikkelingstak brengt de toekomst van Opel in gevaar”, aldus een woordvoerder van de vakbonden. “Het technologische hart van het merk Opel klopt alleen als er sprake is van veel bedrijvigheid bij de R&D tak. Productie, service en administratieve taken alleen kunnen het merk geen identiteit verschaffen”.

Gaat hier binnenkort het licht uit? Ontwikkelingscentrum van Opel in Rüsselsheim
De Franse media citeren uit een intern document van eind mei, waarin Opel en PSA meldden dat zij externe partijen hebben benaderd over de verkoop van 4 losse bedrijfsonderdelen met een waarde van in totaal 500 miljoen euro. In het R&D centrum in Rüsselheim werken 3.980 mensen; ongeveer de helft van de ontwikkelingsstaf van Opel. Als mogelijke koper wordt een groot ingenieursbureau genoemd. Mogelijk gaan later ook andere bedrijfsonderdelen verkocht en wordt Opel gestaag verder uitgekleed tot dat er niet meer dan een hele huls overblijft.
Het R&D centrum in Rüsselheim werkte grotendeels voor de vroegere eigenaar General Motors maar nu het in handen van PSA is, is er veel minder werk voor de technische specialisten. Veel van de mogelijke taken kunnen door (andere) vestigingen van PSA worden uitgevoerd. Dit betekent dat het nieuwe Franse moederbedrijf zonder al te veel consequenties voor de korte termijn kan bezuinigen bij het nog steeds verlieslijdende Opel.
Een woordvoerder van het management van Opel laat naar aanleiding van de vakbondseis weten: “Niets is nog beslist. Bovenop de al genomen maatregelen rond de interne organisatie moeten we met de vertegenwoordigers van het personeel bespreken wat de beste manier is om de terugloop van de activiteiten op te vangen”. PSA wijst er daarbij op dat in het vorig jaar december met de vakcentrale IG Metall gesloten akkoord over de toekomst van Opel is vastgelegd dat er strategische partners gevonden moeten worden voor de R&D tak.

De Duitse autodeskundige prof Ferdinand Dudenhöffer (foto), die zoals gewoonlijk weinig nodig heeft om moord en brand te schreeuwen, ziet zijn voorspellingen echter nu al uitkomen: “Het lijkt er op dat PSA niet al haar kaarten op tafel heeft gelegd. Als het zo doorgaat, wordt Opel gedegradeerd tot een verkoopafdeling met één fabriek en een minicentrum voor het bijschaven van Franse auto ontwerpen”.
