Europese autobranche trapte in 2018 hard op de rem

0

In de autowereld was er in de eerste 8 maanden van 2018 geen wolkje aan de lucht. Nou ja, de buitenradar voorspelde dat het in september wel eens flink kon gaan donderen en bliksemen, maar lange tijd ging het goed. De Europese autoverkopen vertoonden in juli en augustus zelfs een plus van 10 respectievelijk 31 procent. Ook 2 andere grote automarkten, China en de Verenigde Staten, lagen er geruime tijd zonnig bij. Maar de buitenradar kreeg gelijk: na de zomer verslechterde de situatie aanzienlijk. Vanaf september zakten de autoverkopen sterk in, met als gevolg dat de fabrikanten gedwongen waren om hard op de rem te trappen. Niet alleen door de productie te verlaging en fabriekspersoneel vrijaf te geven, maar ook in de vorm van winstwaarschuwingen.

Er zijn een aantal redenen voor het verslechterde klimaat op de Europese automarkt. Om te beginnen heeft de vermaledijde strengere WLTP emissiekeuring regels op 1 september voor veel ellende gezorgd. Autofabrikanten (met in hun kielzog hun importeurs en dealers) die de nieuwe certificatie niet op tijd rond hadden, reageerden hierop door auto’s die niet aan de nieuwe meetnorm voldeden in de maanden vóór september op kenteken te zetten. Op papier leek het toen alsof er toen extra veel auto’s verkocht werden, maar dat was slechts schone schijn. De rekening kwam vanaf september, toen de markt drastisch inzakte.

Ondertussen werd de dieselellende er niet minder op. Er kwam steeds meer rijverboden bij in onder andere Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Spanje. Dat zorgde er voor dat de autoconsument wel 2 keer nadacht voordat hij een dieselmodel aanschafte (de uitslag van het denkproces was overigens in toenemende mate negatief). De aanhoudende negatieve publiciteit rondom de sjoemeldiesel affaire deden de zaken ook geen goed. Met name de Duitse justitie maakt nog steeds overuren. Die zette Audi topman Ruppert Stadler achter de tralies en dat is natuurlijk geen goede reclame om een TDI model van dit merk te kopen.

Het verkoopaandeel van dieselmodellen blijft dus dalen. Omdat die gemiddeld minder CO2 uitstoten dan benzineauto’s, stijgt na een periode van daling de gemiddelde emissie van personenwagens in Europa weer. Deze ontwikkeling komt voor autofabrikanten zeer ongelegen aangezien zij in 2021 met hun gamma onder de 95 gram/km moeten zien uit te komen. De meeste merken zitten nu nog royaal boven de 110 gram. Maar begin december gooide de Europese Unie nog eens extra olie op het vuur door de industrie een haast onhaalbare reductie van de CO2-uitstoot naar 60 gram/km op te leggen. Als autofabrikanten al aan die nieuwe norm kunnen voldoen, dan zal dat alleen tegen hele hoge kosten (lees: veel extra investeringen) kunnen. Geld dat niet besteed kan worden om de marktpositie in bijvoorbeeld China of de Verenigde Staten te versterken, de 2 belangrijkste automarkten van de wereld. Autofabrikanten waarschuwen daarom niet voor niets voor banenverlies in Europa, maar in Brussel zijn de politici ziende blind en horende doof.

Met de Verenigde Staten hebben de Europese autofabrikanten sowieso al het nodige te stellen, en dan met name met de president van dit land, Donald Trump. Die dreigt al geruime tijd met een handelsoorlog. Niet alleen met Europa, maar ook met China. Met als gevolg dat in dit Aziatische land geproduceerde auto’s in de Verenigde Staten met hogere importtarieven worden belast. China betaalt met gelijke munt terug, waardoor bijvoorbeeld de grote SUV modellen van BMW en Mercedes aldaar veel duurder zijn geworden.

De economie houdt niet van ruzie en begint onderhand flink verkouden te worden. Onder andere in China is de situatie aan het verslechteren, waardoor de autoverkopen aldaar aan het inzakken zijn. Procentueel valt de schade tot nu toe mee, maar aangezien dit Aziatische land al geruime tijd de grootste afzetmarkt ter wereld is, is het verlies in absolute aantallen aanzienlijk. Bijvoorbeeld Jaguar Land Rover is daardoor ernstig in de problemen gekomen. In de eerste 10 maanden van dit jaar zijn er in China ruim 19 miljoen personenwagens verkocht. Een imposant aantal, maar drastisch minder dan de 24 miljoen exemplaren die in 2016 én 2017 over de toonbank gingen.

In de Verenigde Staten is er nog geen sprake van een significante terugval van de autoverkopen, waardoor de teller in 2018 weer op circa 17,3 miljoen exemplaren zal eindigen. Maar ook in dit land lijkt te economie af te koelen. Echter, waar de autofabrikanten vooral last van hebben is de sterke verschuiving bij de consumentenvoorkeur van sedans naar SUV modellen en grote pick-ups. In de laatste categorie zijn de Amerikaanse producenten heer en meester, maar staat bijvoorbeeld Volkswagen met hele handen. En de wederopstanding van zowel Alfa Romeo als Maserati stagneert omdat zij slechts één SUV model in hun gamma hebben. De gedachte van de Amerikaanse autoconsument dat ‘groter’ ook ‘beter’ is, zorgt er voor dat Smart amper nog auto’s in de Verenigde Staten weet te verkopen. Ook voor de regionaal geproduceerde Fiat 500 lijkt er geen businesscase meer te zijn, terwijl Mini eveneens grote afzetproblemen heeft.

Een grotendeels Europees probleem is de Brexit. Die zal handel binnen onze marktregio een stuk lastiger gaan maken. Export naar Groot-Brittannië wordt lastiger, ook omdat het pond gestaag aan waarde blijft verliezen waardoor de winstmarge verdampt en/of de prijzen moeten worden verhoogd. Met name Ford, dat als marktleider in het Verenigd Koninkrijk de hoogste boom is en dus de meeste wind vangt, heeft hier veel last van. Andersom wordt export van bijvoorbeeld de Mini, Range Rover Evoque en Japanse modellen als de Honda Civic, Nissan Qashqai en Toyota Corolla ook complexer. Het is überhaupt de vraag of de autoproductie wel ongehinderd door kan gaan als de aanvoer (lees: import) van onderdelen stokt. De Britse autoconsument voelt zich door de Brexit chaos niet gestimuleerd om een nieuwe auto aan te schaffen. In november was het afzetverlies 3,0 procent groot en op jaarbasis zelfs 6,9 procent. De Europese automarkt als geheel stond vorige maand nog op een bescheiden plus van 0,6 procent, maar op de valreep zou die in december wel eens kunnen veranderen in een min. Voor het eerst in tijden betekent dit dat de afzet lager zal uitkomen dan in het jaar er voor.

Bij Jaguar Land Rover dreigen daardoor ontslagen, evenals bij Ford en Nissan. Volkswagen waarschuwt ook dat er de komende jaren veel banen kunnen verdwijnen. Krijgt Europa hiermee rakere klappen dan de Verenigde Staten, waar General Motors aankondigde fabrieken te zullen sluiten waardoor duizenden banen komen te vervallen? Ja, want de Amerikaanse producent heeft besloten om het dak te repareren terwijl de zon nog schijnt. De afzetproblemen zijn minder groot dan die van Jaguar Land Rover, Nissan of Ford (in Europa). Bovendien wil General Motors ook weer enkele duizenden mensen aannemen. Landgenoot Ford moet de reorganisatieplannen nog bekend maken, maar vaststaat dat haar enige volledig elektrische auto voor de komende jaren in de Verenigde Staten gebouwd gaat worden en niet in Europa. Fiat Chrysler is met de productie van de Punto en de Alfa Romeo MiTo gestopt en in 2019 is het ook in Italië afgelopen met Lancia. De Panda is trouwens ook onverkoopbaar geworden sinds de veiligheid van dit model door EuroNCAP met ‘0 sterren’ wordt gekwalificeerd.

Daardoor is de toon gezet voor 2019. Mondiaal dreigt een ronduit slecht jaar. Dat zal ook Nederland raken, met name in de vorm van een teruglopende export. De banenmotor zal daardoor gaan haperen en hoewel de RAI Vereniging anders beweerd, zullen daar ook de autoverkopen in Nederland onder gaan lijden. Als de consument moet kiezen tussen sparen voor een warmtepomp of een nieuwe auto, dan is de keuze snel gemaakt. Helemaal als hem wordt voorgespiegeld dat als hij wacht met inruilen op een elektrisch exemplaar tot 2021, hij 6.000 euro subsidie kan krijgen.

Beschrijft Autointernationaal.nl nu een doemscenario? Nee, het is meer dat de groei van 2018 niet vastgehouden zal worden. In Nederland noch andere Europese landen. Autodelen leek even de toekomst te zijn, maar uit onderzoek blijkt steeds weer dat ook jongere consumenten het liefst nog altijd een eigen auto voor de deur willen hebben. En al helemaal in Nederland, waar openbaar vervoer relatief erg duur is. Vanaf 2021 zullen de autoverkopen heus wel weer aantrekken. Niet zozeer vanwege de beloofde subsidie (dat is puur een lokaal Nederlands douceurtje), maar omdat dan de productie van modellen als de Opel e-Corsa, tweede generatie Renault Zoé en Volkswagen ID Neo dan vol op stoom zal zijn. En iedereen weet: zodra er sprake is van schaalvoordelen, dan kunnen de prijzen omlaag. Dat was al bij de T-Ford het geval, en dat zal bij de elektrische auto niet anders zijn. Als er iets autofabrikanten stimuleert om van de rem te gaan en het gaspedaal flink in de trappen (kijk maar naar Tesla), dan is dit het wel.

Comments are closed.