Nieuwe Audi A1 Sportback verslaat Mini 5-deurs nipt

0

De Audi A1 Sportback is de premium B segment auto bij uitstek. Praktisch, technologisch geavanceerd en mannelijk: het nieuwe model wil de dominante speler worden in zijn klasse. Maar de Mini 5-deurs is niet van plan hem alle eer te geven in deze wedstrijd. Lees hier het verslag van het testduel tussen de A1 30 TFSI en de Mini Cooper.

Bij de lancering van de eerste generatie A1 in 2010 werd gedacht dat het segment van premium stadsauto’s zou groeien. Audi voegde zich bij Mini in deze niche en Citroën bracht de DS3 uit, terwijl Alfa Romeo met de MiTo een graantje probeerde mee te pikken. Maar daarna gebeurde er qua modelintroducties niets meer. Mercedes heeft het segment nooit betreden, BMW laat dochter Mini de honneurs waar nemen, Lexus heeft niet eens een kijkje genomen en Volvo is nog steeds aan het dubben of zij überhaupt een V20 of XC20 zal uitbrengen.

Met de jaarwisseling in het vooruitzicht heeft de tweede generatie Audi A1 het rijk bijna voor zichzelf alleen. De productie van de DS 3 is namelijk gestaakt om plaats te maken voor een kleine SUV, de 3 Crossback. De Alfa Romeo MiTo volgt haar donorauto, de Fiat Punto, richting het kerkhof. De enige concurrentie komt van Mini, wiens nieuwste generatie Hatch ook wordt geleverd in een 5-deurs uitvoering om de legendarische Engelsman wat meer veelzijdigheid te geven. Het model onderging begin dit jaar een kleine facelift, waarbij de hier getest Cooper versie leverbaar werd met een nieuwe automaat met dubbele koppeling. Voor de verleidingskracht van de Mini had dit evenwel geen gevolgen.

De A1 en de Mini zijn de mobiliteitswapens van stadsbewoners die dol zijn op kleine chique auto’s en tegelijkertijd niet te veel geld willen uitgeven. Het laatste aspect geldt overigens alleen als het jou lukt om in de buurt van de basisprijs (26.350 euro voor de A1 Sportback 30 TFSI en 27.390 euro voor de Mini Hatch 5-deurs Cooper) te blijven. De verleiding is echter groot om één of meer van de opties die zo talrijk zijn aan te kruisen, om zo het rij gemak te vergroten (bijvoorbeeld in de vorm van een automatische transmissie zoals bij de testauto’s; dit drijft de prijs reeds op naar respectievelijk 28.530 euro en 29.740 euro) of door personalisatie-elementen toe te voegen. In dat geval zal het bedrag op de factuur snel stijgen. Als dergelijke kosten deel uitmaken van het plezier dat een handzame premiumauto jou verschaft, dan ben je bij Audi en Mini aan het juiste adres, maar anders kun je beter voor de Fiat 500 gaan: evenmin allesbehalve een grijze mus, maar met een veel vriendelijker prijskaartje.


Bij de vorige generatie Audi A1 kon er nog worden ingestapt voor 19.850 euro. Het nieuwe model is dus 6,5 mille duurder geworden. Om zijn meerprijs te rechtvaardigen, krijg je voortaan een set achterportieren standaard (de complete modelnaam is dus officieel eigenlijk A1 Sportback, al is het tweede gedeelte overbodig geworden), een gespierder carrosseriedesign, geavanceerdere technologie en een duidelijk ruimer interieur dankzij een 6 centimeter langer koetswerk (voortaan 4,03 meter). De kleine Audi oogt nu mannelijker dankzij een scherpere styling. De testauto kan haast doorgaan als een ‘warme hatchback’ dankzij het S-line exterieur (kost 2.500 euro extra), het Contrastpakket (351 euro; onder andere de dorpels hebben dan een andere kleur), het Optiekpakket Zwart (632 euro; zwarte afwerking van de raamstijlen plus grille) en de Turbo Blue carrosseriekleur (450 euro). Deze configuratie van de A1 is leuk, maar de rekening helaas minder: 32.463 euro. En dan hebben wij het nog steeds over de 30 TFSI S-tronic met 116 sterke 1,0 liter motor zonder interieuropties. Wie nu spreekt van een schaap in wolfskleren, heeft niet (helemaal) ongelijk.

De geteste Mini Hatch 5-deurs Cooper was, naast de 7-traps automaat, voorzien van het Chili pakket. Dat drijft de prijs op naar 33.540 euro. De Mini is dus nog steeds duurder dan de Audi, maar het interieur is dan wel veel rijker aangekleed. Ook cruisecontrole, volautomatische airconditioning en een zogeheten opbergpakket zijn standaard. Wil je de A1 opwaarderen richting het uitrustingniveau van zijn concurrent, dan dien je ook het Epic of Pro Line pakket aan te vinken, plus nog wat losse opties. Dat verhoogt het factuurbedrag naar afgerond 34.500 euro. Onder de streep is de Mini uiteindelijk dus goedkoper, en krijg je ook nog eens een 500 cc grotere motor met 20 extra pk.

De nieuwe A1 Sportback is gebaseerd op het MQB A0 platform dat de Audi deelt met de Seat Ibiza en de Volkswagen Polo. Deze beide familieleden werden geprezen om hun goede onderstel in combinatie met een vrij lichte structuur. Bij de Audi is dat niet anders, maar de A1 moet zich echter onderscheiden van zijn neven uit de Volkswagen dynastie om zijn premium status te rechtvaardigen en door een rij dynamiek te bieden die door zijn uitstraling wordt gesuggereerd. Vooral binnenin lijkt de A1 zijn belofte waar te maken: je krijgt een mooi sportstuur, een op de bestuurder gericht dashboard en een hightech presentatie in de vorm van de Virtual Cockpit (digitaal instrumentarium).

In de dagelijkse omgang is de nieuwe A1 Sportback zeer gemakkelijk: een lichte en natuurlijk aanvoelende besturing, een prettige onderstelafstelling en een effectieve geluidsisolatie. Het veercomfort is beter als je het basischassis bestelt (met 16 of 17 inch wielen), maar de 18 inch exemplaren (in combinatie met 215/40R18 banden) van de testauto zijn optisch zeer verleidelijk. Dan maar wat minder veercomfort. Kers op de taart bij de onderstelafstelling is het Performance Dynamic pakket met onder andere instelbare dempers, maar dat betekent nog eens 1.051 euro extra. Semi-autonoom rijden is ook mogelijk met de Audi, maar dan zien je tevens zaken als adaptieve cruisecontrole en de Park Assist aan te vinken. Is nog eens 2.300 euro extra. Voor die parkeerassistent is overigens wat te zeggen, want de carrosserie is schuin achter slecht te overzien.

Rijden doet de nieuwe A1 Sportback netjes, maar van een echt speels temperament is geen sprake. Het nieuwe onderstel zorgt voor een beetje meer reactievermogen en een onberispelijk wegligging, maar je mist de lichtvoetigheid die nodig is om jou als bestuurder in vervoering te brengen. Aan de 116 pk sterke 1,0 liter turbomotor van deze 30 TFSI versie ligt het niet: die wil de balans best richting dynamiek doen doorslaan: de 3-pitter zorgt nooit voor problemen en is zelfs nogal alert in de Sport modus.

Dit neemt niet weg dat het motormanagement systeem duidelijk voorrang geeft aan brandstofbesparing ten koste van zintuiglijk genot. De combinatie met de S-tronic 7-traps automaat maakt het rijden heel comfortabel. Enige smet op het blazoen is dat het Stop & Start systeem nogal lawaaierig is. Dat is vervelend in de stad en de neiging is dan groot om de techniek helemaal uit te schakelen.

Aan temperament ontbreekt het bij de Mini Cooper niet. Ten eerste omdat zijn 136 pk sterke 1,5 liter 3 cilinder turbomotor zowel krachtiger als genereuzer bij lage toeren is. Dat is duidelijk voelbaar in deze directe vergelijking met de Audi A1 Sportback 30 TFSI, maar de Brit verbruikt duidelijk meer benzine dan zijn Duitse concurrent: gemiddeld 5,4 liter versus 4,8 liter.

In de inleiding van dit testverslag werd gemeld dat de Mini Cooper in het kader van zijn ‘facelift’ een nieuwe 7-traps automaat met dubbele koppeling heeft gekregen. Die werkt duidelijk soepeler dan het exemplaar van de A1. Met name in de stad is het verschil groot. Daarnaast beschikt de Mini in tegenstelling tot de Audi wél over een discreet werkend Stop & Start systeem. Per saldo kan de aandrijflijn van de Brit hierdoor een niveau hoger worden ingeschaald, ook omdat er sprake is van een significant kortere sprinttijd naar 100 km/u: 8,3 versus 9,4 seconden.

Veercomfort is geen klassieke Mini kwaliteit, maar het absorptievermogen van oneffenheden viel bij de testauto niet tegen. Dat is te danken aan de relatief bescheiden 16 inch wielen en aan de langere wielbasis van deze 5-deurs versie. Ruw kan je het veercomfort van de Mini daardoor niet (meer) noemen, behalve op kleine hobbelige wegen waar het hard schudt. Staat dat jou bij voorbaat tegen, dan is het verstandig om 510 euro extra te investeren in adaptieve dempers.

Maar misschien vinden échte Mini fans dat wel overbodig. In vergelijking met de Audi biedt de Brit een beter wegcontact, een meer responsief chassis en een directere besturingrichting. Daardoor zijn snellere koersveranderingen mogelijk. Hoewel de Mini leuker is om mee te rijden, is tractie niet zijn sterke punt, vooral niet in de regen, waar zijn Hankook banden te snel grip verliezen.

Net als aan de buitenkant oogt de nieuwe A1 in esthetisch opzicht ook van binnen meer volwassen dan het oude model. Het design van het meubilair is sportiever en rij informatie wordt voortaan hightech weergegeven via 2 perfect geïntegreerde schermen die een prachtige grafische kwaliteit bieden. Het bestuurder georiënteerde dashboard, de directe toegang tot de airconditioningbediening, de talrijke opbergeenheden en de instelbare armsteun in hoogte / diepte (optie!) zorgen er voor dat de Audi in ergonomisch opzicht een onberispelijke indruk maakt. Alles is er aan gedaan om de bestuurder zich goed te laten voelen.

Maar het is jammer dat Audi het interieurfeestje bederft door gierig te zijn met bepaalde materialen. De dashboard toplaag is weliswaar van fijn schuim voorzien, maar voor de kom je overal hard, grof plastic tegen. Met name van het materiaal op de deurpanelen zakt je broek af. Met ‘premium’ heeft dit niets te doen. En dat is ronduit teleurstellend voor een Audi …

De Mini is op het gebied van afwerking ook niet foutloos, maar zo bont als Audi maakt het Britse merk het niet. De keuze van de materialen vond duidelijk niet door de boekhouders plaats. De sfeer in de cabine met grote ronde klokken en kantelbare toetsen gaat nog steeds niet vervelen, al is het woord ‘innovatief’ hier niet op zijn plaats. Comfort stoelen zijn standaard, maar voor JCW sportexemplaren dien je fors (970 euro) bij te betalen. Dat geldt ook voor een achteruit rij camera (350 euro) en een navigatiesysteem (1.200 euro). Anders dan de Audi kan de Mini worden voorzien van een panoramisch schuifdak. Dat kost 950 euro extra.

Het is op het gebied van interieurruimte dat de Audi het verschil maakt ten opzichte van de Mini. Voorin is de cabine merkbaar breder, waardoor bestuurder en passagier minder dicht op elkaar zitten. Verder biedt de A1 een betere beenruimte achterin.

Voor een kleine auto heeft hij een goed kofferbakformaat: 355 à 1.090 liter. Twee volwassenen zitten comfortabel achterin de Audi, en theoretisch is zelfs 3 man mogelijk.

De Mini is strikt 4-persoons vanwege de bult middenin de achterbank. In/uitstappen is via de nauwe deuren geen ontspannen bezigheid: de toegang tot de achterbank verkoopt moeizaam. Het is dus een hele klus om achterin de Mini te gaan zitten. Verder is zijn laadvolume duidelijk kleiner: 278 à 941 liter.

Al met al is de A1 Sportback de meest gastvrije van dit stel. Dat komt ook doordat Mini sinds de facelift iets volumineuzere stoelen monteert. Dat komt het zitcomfort ten goede, maar gaat ten koste van de ruimte achterin.

Conclusie

De nieuwe A1 Sportback is een krachtigere persoonlijkheid dan het oude model. Hij oogt meer volwassen en is dat ook, met name qua interieurruimte. Daardoor wint hij deze wedstrijd van de Mini Hatch 5-deurs. Toch is de voorsprong niet schokkend groot. De Audi is zeker gemakkelijker in de omgang bij dagelijks gebruik, is zuiniger en in diverse opzichten moderner, maar het temperament van de geteste 30 TFSI versie is duidelijk minder dan van de Cooper. Bovendien degradeert de laagwaardige kwaliteit van sommige kunststoffen de cabine van de Audi tot een rommeltje. Het materiaal is een premiumproduct onwaardig.

Vanuit deze optiek is de prijs van de prinses uit Ingolstadt met 3 cilindermotor erg hoog: met de (noodzakelijke) opties van de testauto overschrijd je gemakkelijk de grens van 35.000 euro. Daarmee is deze A1 veel duurder dan een burgerlijke Volkswagen Polo GTI met 200 pk sterke 2.0 TSI motor. De Mini is niet veel goedkoper dan de Audi, maar hij heeft wel een grotere, flexibelere en krachtigere motor, met als gevolg dat hij beter presteert. Bovendien kampt de Cooper niet met een langzaam en luidruchtig Stop & Start systeem en weet hij te plezieren met een meer responsief chassis. De interieursfeer is nog steeds uniek. Maar voor achterpassagiers is de Mini 5-deurs een ramp, zowel qua toegankelijkheid als voor wat betreft het ruimteaanbod.

Staat een ‘volwassen ruimteaanbod achterin’ niet hoog op jouw prioriteitenlijstje, dan zou jij uiteindelijk meer content met de Mini kunnen zijn. Er is wat voor te zeggen om dan gewoon de 3-deurs versie te kiezen. Die beschikt over een homogener, geslaagder design en is 1.000 euro goedkoper. Het geld dat je hiermee bespaard, kan dan het beste worden aangewend om het Hankook rubber (weinig grip, veel rolgeluiden) voor banden van betere kwaliteit.

Comments are closed.