Britse auto industrie vreest harde crash

0

Groot-Brittannië stevent af op een no-deal Brexit met de Europese Unie. Dat leidt tot grote kopzorgen voor autofabrikanten in het Verenigd Koninkrijk.

Britten die na 29 maart een auto bestellen die gebouwd word in een fabriek op het Europese vasteland zullen daar gemiddeld 1.700 euro meer voor moeten betalen dan nu het geval is. Het hogere prijskaartje is het gevolg van de invoertarieven die van toepassing worden indien het Verenigd Koninkrijk zonder Brexit deal uit de Europese Unie stapt.

Ook in Groot-Brittannië geproduceerde auto’s zullen duurder worden aangezien gemiddeld meer dan de helft van de onderdelen ingevoerd wordt vanuit de Europese Unie. Ook daarop worden de hogere invoertarieven van toepassing. Zonder een deal met Brussel valt het Verenigd Koninkrijk terug op de regels van de Wereld Handelsorganisatie WTO. Dat betekent invoertarieven van 10 procent voor complete auto’s en 4,5 procent op onderdelen.

In het kader van een deal zou afgesproken kunnen worden dat Groot-Brittannië respijt krijgt en dat er bijvoorbeeld een overgangsperiode van 2 jaar komt die eenmalig kan worden verlengd. Daarmee zouden problemen op de korte termijn voorkomen kunnen worden. Maar de kans dat de Britse premier Theresa May dit voor elkaar krijgt, is klein. Dus dit is een onrealistisch scenario.

Alles wijst dus op een no-deal Brexit. Dat zal grote gevolgen hebben voor de auto-industrie in het Verenigd Koninkrijk. Importtarieven zijn niet alleen slecht nieuws voor de consument, ze betekenen ook een verlies aan concurrentiekracht voor de producenten in Groot-Brittannië. Hun kosten zullen relatief sterk stijgen dan die van de collega autofabrikanten op het vaste land van Europa. Daar kunnen producenten makkelijker aan alternatieven komen voor de onderdelen die zij nu nog in het Verenigd Koninkrijk bestellen.

Inmiddels wordt steeds duidelijker dat autofabrikanten in paniek beginnen te raken. Nissan kondigde onlangs plotseling aan haar eerdere toezegging om de nieuwe X-Trail in het Noord Engelse Sunderland te gaan bouwen in te trekken. In plaats hiervan zal de SUV in Japan van de band rollen. Nissan voert zakelijke redenen aan (zoals de verminderde vraag naar dieseluitvoeringen; Sunderland zou de dieselversie van de X-Trail gaan maken), maar noemt ook de aanhoudende onzekerheid rond de Brexit.

4 maanden na het Brexit referendum in juni 2016 kondigde Nissan nog aan dat de nieuwe X-Trail gemaakt zou gaan worden in de fabriek in Sunderland. Die boodschap werd destijds gezien als een stempel van vertrouwen voor Groot-Brittannië en premier May. Maar minder dan 2 maanden voor de uittredingsdatum, 29 maart, wijzigt Nissan toch van koers. De productie van de X-Trail wordt verplaatst naar het Japanse Kyushu, officieel om “investeringen te optimaliseren”.

Hoewel dit besluit volgens Nissan is genomen om puur zakelijke redenen, noemt Europees topman Gianluca de Ficchy ook de Brexit. “De aanhoudende onzekerheid rond de toekomstige relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU helpt bedrijven als het onze niet bij het maken van toekomstplannen”, zegt hij in een verklaring. Nissan bezit de grootste autofabriek in het Verenigd Koninkrijk en neemt ongeveer 30 procent van de jaarlijkse productie in het land voor zijn rekening.

De geplande bouw van de nieuwe generatie Juke en Qashqai gaat wel door. Ook de Leaf loopt in Sunderland van de band. Samen zijn deze modellen goed voor een productie van 500.000 auto’s op jaarbasis. Daarvan wordt de helft geëxporteerd naar het vaste land van Europa. Het verlies van de productieorder voor de X-Trail zal niet worden gecompenseerd met een ander model. Dit zal onherroepelijk leiden tot banenverlies in de Nissan fabriek. Vorig jaar verdwenen er ook al werkgelegenheid vanwege de verminderde vraag naar dieseluitvoeringen van de X-Trail. In Sunderland werken nu 6.700 mensen. Bij toeleveranciers van de fabriek een veelvoud daarvan.

Nissan is niet het enige bedrijf dat het mes in zijn personeelsbestand zet. Begin januari kondigde Jaguar Land Rover aan 4.500 banen te zullen schrappen, waarvan het leeuwendeel in de West Midlands. Het bedrijf noemde als reden “de aanhoudende onzekerheid gerelateerd aan de Brexit”. Om zich tegen de gevolgen in te dekken, besloot Jaguar Land Rover al eerder om de productie van de Discovery te verplaatsen naar haar nieuwe fabriek in Slowakije. Daar zal ook de opvolger van de iconische Defender van de band rollen. Pikant detail: Jaguar Land Rover heeft deze fabriek met 125 miljoen euro subsidie van de Europese Unie kunnen bouwen.

De Europees topman van Ford, Steven Armstrong, liet in januari weten dat zijn werkgever bereid is haar Britse fabrieken met duizenden werknemers te sluiten als het tot een no-deal Brexit komt. De fabrikant raamt de kosten hiervan alleen al voor dit jaar op 700 miljoen euro. Ook bij Ford spelen er weliswaar zakelijke redenen (zo stopt Jaguar Land Rover met het bestellen van de in Bridgend gebouwde V6 en V8 benzinemotoren, waardoor ongeveer de helft van de bijna 2.000 banen op het spel staan), maar de Brexit chaos zorgt er voor dat de Amerikanen elke vorm van geduld verloren hebben.

Een no-deal Brexit zal niet alleen tot handelsproblemen met de Europese Unie leiden. Niet alleen Nissan heeft een fabriek in het Verenigd Koninkrijk, maar ook Honda en Toyota. Zij betrekken allemaal veel onderdelen uit Japan. Nu mogen die nog importvrij ingevoerd worden omdat dit land een handelsakkoord met de Europese Unie heeft. Maar als Groot-Brittannië kiest voor een no-deal Brexit, dan wordt export vanuit Japan naar dit land een stuk duurder en vanwege douaneformaliteiten ook tijdrovender.

De Sunderland fabriek van Nissan werd in 1986 geopend door de toenmalige premier Margaret Thatcher. Die verkocht haar natie indertijd als de bedrijfsvriendelijke toegangspoort tot Europa. Nissan werd inderdaad een banenmotor. Maar daar wordt door de chaotische situatie rondom de Brexit nu dus zand in gegooid. BMW (Mini) en Honda zien de bui ook al hangen. Zij zullen hun fabriek in april voor enkele weken sluiten omdat zij vrezen voor problemen met de aanlevering van onderdelen. Honda haalt driekwart van de onderdelen voor de Civic uit het vaste land van Europa. Nu verloopt de aanvoer nog vlot, maar douanecontroles kunnen voor enorme opstoppingen gaan zorgen.

Een gemiddelde auto telt 30.000 onderdelen. Van de in het Verenigd Koninkrijk geproduceerde modellen komen daarvan gemiddeld 16.800 stuks uit de Europese Unie. Zo vreemd is het dus niet dat de Britse auto-industrie vreest voor een harde crash.

Reageren is niet mogelijk.