VDL Nedcar gaat haar productiecapaciteit in Born uitbreiden. Daarvoor heeft de onderneming 38 hectare grond gekocht van de provincie Limburg. In 2023 of 2024 kunnen in de nieuwe fabriek de eerste auto’s worden gemaakt.
Het uitbreidingsplan sluit aan bij de zoektocht van VDL Nedcar naar een tweede opdrachtgever, naast het Duitse BMW concern en diens dochtermerk Mini. Het bedrijf is al geruime tijd op zoek, maar het proces gaan nu geïntensiveerd worden. In dit kader vindt de grondaankoop plaats. Met de provincie Limburg zijn afspraken gemaakt over infrastructurele aanpassingen in de omgeving van de nieuwe fabriek. VDL Nedcar is met slechts één klant erg kwetsbaar. In 2022 en 2023 worden naar verwachting de laatste exemplaren van de huidige modellen voor het BMW concern geproduceerd in Limburg.

De 38 hectare bouwgrond komt bovenop de 25 hectare die VDL in 2015 kocht met het oog op een toekomstige uitbreiding. De oppervlakte van de bestaande fabriek bedraagt 90 hectare. Over de totale kosten van de uitbreiding wil VDL Nedcar directeur Van Vuuren niets kwijt, behalve dat de fabriek zelf honderden miljoenen euro gaat kosten. De productiecapaciteit van VDL Nedcar in Born zou met de investering kunnen stijgen naar 400.000 auto’s per jaar. Momenteel ligt de limiet bij 240.000 exemplaren. Naast complete auto’s probeert VDL Nedcar ook opdrachten binnen te hengelen voor onderdelen, zoals deuren.
Het is de bedoeling dat de eerste spade in de tweede helft van 2020 in de grond wordt gestoken. Van Vuuren denkt dat de nieuwe fabriek in het gunstigste scenario voor eind 2022 klaar kan zijn, maar waarschijnlijker is volgens hem een opleveringsdatum in 2023 of 2024.
Hij zegt dat VLD Nedcar een klein jaar geleden een order van een tweede opdrachtgever moest afwijzen vanwege capaciteitsproblemen. De Limburgse onderneming heeft nog contact met de potentiële klant, maar heeft ook afspraken gepland met andere bedrijven. Mocht het VLD Nedcar lukken om niet alleen een tweede opdrachtgever aan te trekken, maar ook een derde of vierde, dan zal Van Vuuren daar geen “nee” tegen zeggen.
Spannend maar succesvol 2018
De VDL Groep heeft 2018 afgesloten met fors meer winst en een flink hogere omzet. Vooral met het bouwen van auto’s voor BMW en Mini verdiende het familiebedrijf uit Eindhoven beduidend meer geld. Ook de divisie Toeleveringen boekte een aanzienlijke groei. De busdivisie zag de omzet juist dalen en ook bij de tak Eindproducten bleven de opbrengsten achter.
Met de assemblage van auto’s verdiende VDL Nedcar vorig jaar bijna 3,7 miljard euro. Dat betekende op jaarbasis een stijging van 28 procent. De totale omzet van het bedrijf steeg tot bijna 6 miljard euro, tegen ruim 5 miljard euro een jaar eerder. Onder de streep resteerde 178 miljoen euro. Dat was een jaar eerder 153 miljoen euro.
Volgens het bedrijf is 2018 een inspannend jaar geweest voor VDL Nedcar, waarbij ruim 200.000 auto’s van het type BMW X1 en Mini werden gebouwd. Het was voor deze dochteronderneming de vierde keer in de geschiedenis dat er meer dan 200.000 auto’s van de band rolden. Al langer was bekend dat VDL Nedcar dit jaar minder auto’s voor het BMW concern in elkaar gaat zetten. Het bedrijf nam daarom al afscheid van ruim 1.000 tijdelijke arbeidskrachten.
2019 is een jaar met 2 gezichten
Behalve de mindere prestatie van de automarkt zorgen ook zaken als de Brexit en aanhoudende handelsspanningen en daaraan gekoppelde importtarieven voor onzekerheden. Volgens de VDL Groep heeft 2019 twee gezichten. Exclusief VDL Nedcar is namelijk sprake van stijgende orderportefeuilles. VDL rekent voor heel 2019 op een omzet van 5,7 miljard euro. Het bedrijf zegt circa 165 miljoen euro te investeren in machines, processen, panden en verdere digitalisering.
Volgens topman Willem van der Leegte zorgt naast de internationale ontwikkelingen ook het CAO akkoord voor hoofdbrekens. “Enerzijds zijn we blij dat eindelijk, na 9 maanden, een principeakkoord is bereikt. Daardoor kan de rust tussen medewerkers en werkgevers terugkeren. Het is goed dat bij economische voorspoed iedereen zijn deel krijgt, maar tegelijkertijd maken we ons door de grote stijging van de loonkosten zorgen over de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse maakindustrie. Niet uit te sluiten valt dat deze substantiële stijging van de kosten voor werkgevers op de middellange termijn effect kan hebben op de werkgelegenheid in Nederland”, aldus Van der Leegte.
