Belgische wagenparkbeheerders in de ban van nieuwe emissietest

0

De invoering van de strengere WLTP emissietest voor personenwagens mist zijn effect niet. Uit de Belgische barometer voor wagenparkbeheerders van het leasingbedrijf Arval blijkt dat bedrijven massaal sleutelen aan hun voertuigbeleid. Doel is om de CO2 uitstoot van hun vloot te doen dalen.

Niet alleen autofabrikanten als Audi en de alliantie Renault – Nissan worstelen al geruime tijd met de gevolgen van de invoering van de Worldwide Harmonized Light Vehicles Test Procedure (WLTP). Deze nieuwe testcyclus is een nauwkeurigere methode om de CO2 uitstoot van personenwagens te berekenen. Anders dan de oude NEDC norm (New European Driving Cycle) wordt er nu voortaan rekening gehouden met de werkelijke rij omstandigheden. De verplichte aanvullende RDE test (Real Driving Emissions) meet ook de uitstoot van fijn stof en stikstofoxide.

De strengere testprocedures zijn ingevoerd na de schandalen rond de sjoemel software bij met name Audi en Volkswagen om de bestaande laboratoriumtests te omzeilen. Door de nieuwe, aangescherpte en meer op de praktijk afgestemd meetcondities, ligt de CO2 uitstoot van personenwagens volgens de WTLP norm gemiddeld 20 tot 25 procent hoger dan de waarden die werden gemeten tijdens de NEDC procedure. Een forsere emissie betekent hogere belastingen. In Nederland in de vorm van meer BPM die de autoconsument moet betalen, maar ook in België heeft de strengere testprocedure fiscale gevolgen.

Net als in Nederland leidde de introductie van de WTLP meetcyclus in september 2018 tot een boost van de verkoop van nieuwe personenwagens in de eerste helft van dat jaar. De nieuwe test dwong de automarkt tot een versnelde verkoop en kentekenregistratie van NEDC modellen. Maar nu ervaart de autobranche het omgekeerde effect: de verkoop van nieuwe personenwagens ligt bij onze zuiderburen duidelijk onder het niveau van vorig jaar. Afgerond gaat het naar schatting om een terugval van 6,3 procent.

Niet alleen particulieren stellen de aanschaf van een nieuwe auto uit. Bij de wagenpark beheerders constateert de barometer van het leasebedrijf Arval, een dochter van BNP Paribas, een verhoogde aandacht voor de gevolgen van de WLTP testprocedure. Uit hun onderzoek bij 300 Belgische bedrijven blijkt dat de fiscale gevolgen en de resultaten van de nieuwe emissie meetnorm gevolgen hebben voor het aankoopbeleid van bedrijven. Vrijwel alle grote ondernemingen (93 procent) laten weten dat de resultaten van de WLTP testprocedure hun autobeleid en wagenparksamenstelling binnen 3 jaar zullen beïnvloeden.

Van de ondervraagde wagenparkmanagers zegt 51 procent maatregelen te nemen om de uitstoot van hun vloot te verminderen. Bij de grote ondernemingen (500 werknemers of meer) bedraagt dat percentage zelfs 71. Van de Belgische wagenparkbeheerders zegt 38 procent nu al rekening te houden met de resultaten van de WLTP testprocedure bij de aankoop van nieuwe bedrijfsvoertuigen. Arval, dat in België 66.000 leasevoertuigen heeft rondrijden, verwacht een snelle vergroening van het personenwagenpark snel. De BNP Paribas dochter denkt dat de omschakeling sneller zal verlopen dan in de andere Europese landen.

Voor de wagenparkbeheerders begint de WLTP testprocedure met name vanaf 2021 gevolgen te krijgen. De komende anderhalf jaar is er nog sprake van een overgangsregeling, waarbij de nieuwe emissiescore wordt geconverteerd naar een lagere NEDC waarde (NEDC 2.0). Volgens de wagenparkbarometer van Arval overwegen steeds meer vlootmanagers om personenauto’s met alternatieve aandrijvingen op te nemen in hun aanbod. Momenteel heeft 23 procent van de ondervraagde bedrijven al elektrische of (stekker) hybride modellen rondrijden. Binnen 3 jaar stijgt dat percentage naar 55, zo is de verwachting. Bij de grote ondernemingen stijgt de aanwezigheid van dergelijke uitstoot arme(re) personenwagens zelfs naar 82 procent.

Het marktaandeel van personenwagens met een dieselmotor lijkt de komende jaren helemaal te verdampen op de zakelijke markt. Autofabrikanten claimen weliswaar dat de huidige olie gestookte modellen “schoon” zijn, maar daar hebben klanten geen enkel vertrouwen in. De combinatie van de woorden ‘schoon’ en ‘diesel’ is in de perceptie van velen onbestaanbaar. Dus ondanks dat wagenparkbeheerders nu door diverse autofabrikanten dieselauto’s voorgeschoteld krijgen waarvan gezegd wordt dat die minder vervuilend zijn dan benzine exemplaren (want een lagere CO2 emissie hebben), zegt 48 procent van de respondenten dat zij het dieselaandeel in hun vloot zullen blijven afbouwen. Slechts een kleine 2 procent is bereid om de klok terug te draaien en weer meer oliegestookte personenwagens in te kopen.

Uit de wagenparkbarometer blijkt ook dat vlootmanagers meer en meer op zoek zijn naar alternatieven voor de auto. Het Belgische mobiliteitsbudget en alternatieve oplossingen zoals de ‘(elektrische) fiets van de zaak’. Vandaag de dag voorziet 25 procent van de ondervraagde bedrijven bij onze zuiderburen in fietsen voor haar werknemers. Binnen 3 jaar denkt 41 procent van de ondernemingen dergelijke tweewielers in de vloot op te nemen. Dit percentage bedraagt bij ondernemingen met 500 werknemers en meer zelfs 80.

Particuliere autoconsument

De Belgische autofederatie Febiac bevestigt dat de consument huiverig is om een nieuwe auto te kopen. De helft zegt te twijfelen. Eén op de zes stelt een besluit daarover zelfs uit. Dat komt volgens Febiac door de onduidelijkheid en verwarring over belastingmaatregelen en/of juist over subsidies voor de verschillende brandstoftypen. De autofederatie trekt deze conclusie na een onderzoek onder 2.000 Belgen en Luxemburgers door de Universiteit van Gent. Febiac stelt daarom: “De volgende regeringen moeten duidelijkheid scheppen over de fiscale behandeling die de consument kan verwachten wanneer hij een nieuwe auto kiest”. De boodschap is zowel aan de federale regering gericht als aan regionale politici zoals die in Vlaanderen.

De universiteit ondervroeg mensen die op het punt stonden om binnen 1 jaar een nieuwe auto te kopen. Het onderzoek peilde de perceptie van personenwagens als vervuiler, wat de koper weet over de verschillende brandstoftypes en aandrijflijnen, de twijfels en de stress die de consument ervaart bij de aankoop van een personenwagen, voor welke motorisering/brandstof hij zal kiezen en of men bereid is om meer te betalen voor een milieuvriendelijkere auto. “De snelle technologische evolutie binnen de auto- en mobiliteitssector, de opkomst van voertuigen die elektrisch of op waterstof rijden, en het groeiende aanbod van autodeelplatformen roepen vragen op bij de consument. Als sector staan wij dan ook voor de uitdaging om mensen meer dan ooit advies en duiding te geven over hun verplaatsingsgedrag en indien nodig over de motortechnologie die hierbij het best past”, zegt Philippe Dehennin, de voorzitter van Febiac.

Uit het onderzoek blijkt dat ruim 50 procent Belgische autokopers de belasting op, en de subsidies voor, verschillende brandstoftypes onduidelijk vindt. Daardoor twijfelen zij om een nieuwe personenwagen te kopen. Opvallend is dat er grote regionale verschillen zijn. Maar ook de diversiteit aan brandstoftypes en aandrijfsystemen doet de consument aarzelen bij de aankoop van een nieuwe auto. Dat geldt voor ruim 1 op de 3 ondervraagden. Van de respondenten begrijpt 1 op de 6 de verschillende brandstoftypes en aandrijfsystemen niet en stelt daarom de aanschaf uit. Volgens Febiac leidt dit uitstelgedrag tot een krimp van de automarkt en vertraagt het de introductie van nieuwe en schonere technologie.

.

Reageren is niet mogelijk.