Door de grote onzekerheid rond de gevolgen van de Brexit heeft BMW besloten om de huidige Mini generatie langer in productie te houden dan oorspronkelijk was gepland.
Hoewel het nog minstens nog een jaar zal duren voordat ook consumenten geconfronteerd zullen worden met de gevolgen van de Brexit, laat de economische impact op de auto-industrie zich al enige tijd voelen. De Honda fabriek in Swindon wordt volgend jaar gesloten, Nissan zal de nieuwe X-Trail niet in Sunderland gaan bouwen en de toekomst van de productie van de Opel Astra in de Vauxhall fabriek in Ellesmere Port is hoogst onzeker.
BMW heeft te kennen gegeven dat de Brexit directe gevolgen zal hebben voor haar Britse dochter Mini. Om de risico’s voor de productie te beperken en om tegelijkertijd op ontwikkelingskosten te besparen (een nieuw platform kost al snel 1 miljard euro), zal de huidige Hatch generatie het wat langer moeten uitzingen dan de 6 jaren die in de oorspronkelijke productplanning was voorzien.
Een volledige modelwisseling zou namelijk ook vergaande financiële inspanningen vergen voor de Mini fabriek in Oxford; een investering die het Duitse moederbedrijf BMW liever nog even uitstelt in afwachting van het nieuwe handelsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Het Duitse autoconcern wil in de periode tot 2022 sowieso voor 12 miljard euro gaan bezuinigen. Deze besparing doelstelling wil BMW ook gaan realiseren door fors in het aantal motor & transmissie combinaties te gaan snijden. Die zullen met de helft gereduceerd gaan worden. Met het uitstellen van de beslissing over een nieuwe generatie Mini hoeft BMW voorlopig zoals gezegd dus niet voor minstens 1 miljard euro aan kosten te gaan maken.

“Indien wij uitgaan van import en export belastingen tussen de 0 en 5 procent, dan zal de businesscase voor Oxford niet drastisch veranderen”, zo liet BMW topman Oliver Zipse vorig jaar al optekenen. Hogere handelstarieven zouden BMW er echter toe kunnen aanzetten om op zijn minst een deel van de Mini productie te verplaatsen naar de fabriek van VDL Nedcar in Born. Vanuit deze optiek kan de Brexit dus positief uitpakken voor Nederland.
Maar eerst is het dus afwachten wat de uitkomst zal zijn van de onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Dit betekent dat de opvolger van de huidige Mini Hatch (F56) is uitgesteld tot er meer zicht is op de meest aantrekkelijke productielocatie: Born of Oxford. Oorspronkelijk werd 2022 of 2023 als introductietijdstip genoemd voor de volgende generatie. Momenteel wordt iets minder dan de helft van de totale Mini output door VDL Nedcar verzorgd. Maar als de in Groot-Brittannië geproduceerde exemplaren te duur worden, is de kans groot dat het merendeel in Nederland gebouwd gaat worden.
BMW zal er echter over waken dat Mini ook bij een dergelijk scenario niet haar Britse karakter verliest. Dat is mede wat het merk uniek maakt. Het zal nog minstens een klein jaar onderhandelingen vergen om de handelsrelaties tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie vorm te geven. In 2019 leverde de Mini wereldwijd 346.639 auto’s af, hetgeen 4,1 procent minder dan het jaar ervoor.
Vanuit Born kan in ieder geval het Europese vasteland bediend worden. Maar als Groot-Brittannië een aantrekkelijke handelsdeal met de Verenigde Staten sluit, dan kan het bedrijfseconomisch interessant zijn om een groter deel van de Mini productie in Oxford te houden. Overigens overweegt de Volkswagen Groep ook om de fabricage van typische Britse auto’s, de modellen van Bentley, naar het Europese vaste land te verplaatsen.
