Opel gaat duizenden arbeidsplaatsen schrappen

0

Opel heeft een dramatisch slechte verkoopmarkt achter de rug. In veel Europese landen is de afzet met december met dubbele cijfers gedaald. Bij onze oosterburen is Opel in de verkoop statistieken zelfs ingehaald door ‘importmerk’ Skoda. Dat wil in het chauvinistische Duitsland wat zeggen.

De verkoopdaling is enerzijds het gevolg van de generatiewisseling bij de Corsa. Dergelijke transities kunnen bij elke autofabrikant zorgen voor een rimpeling in de registratiecijfers. Maar bij Opel is het verkoopeffect wel erg extreem. Dat komt omdat het merk gestopt is met de verkoop van de Karl, Adam en Cascada. Op deze modellen werd verlies geleden. En vanaf deze maand moet Opel het zonder Mokka X doen omdat die niet meer voldoet aan de jongste WLTP certificatienormen. De kans is groot dat januari 2020 daardoor ook een beroerde verkoopmaand wordt.

Omdat van moederbedrijf PSA de tering naar de nering gezet moet worden, gaat Opel mogelijk tot 4.100 arbeidsplaatsen schrappen. De eerste 2.100 banen verdwijnen de komende 5 jaar, waarna er tot 2029 bij het Duitse merk nog eens 2.000 mensen de laan uit vliegen. Het genoemde aantal van 4.100 arbeidsplaatsen staat gelijk aan ongeveer 14 procent van het personeelsbestand van Opel. De autofabrikant telt wereldwijd ongeveer 30.000 werknemers, waarvan 16.000 arbeidsplaatsen in Duitsland. Eerder kondigde het Duitse automerk al aan een kleine 7.000 banen te schrappen.

Het nieuwe banenverlies komt daar bovenop, maar zou in eerste instantie niet gepaard gaan met gedwongen ontslagen. Mensen kunnen vrijwillig vertrekken. Opel laat weten dat het alle arbeidsplaatsen in Duitsland garandeert tot half 2025, waar die waarborg eerder tot midden 2023 gold. Als eind volgend jaar 2.100 medewerkers vrijwillig zijn vertrokken, wordt de baangarantie voor het overige personeel verlengd tot 2027. Als 3.100 medewerkers voor een vertrek kiezen, duurt de baangarantie voor de rest zelfs tot 2029. Het maximaal aantal werknemers dat vrijwillig weg mag, is zoals gezegd 4100. Van Opel kan personeel dat minimaal 57 jaar oud is, gebruikmaken van de vertrekregeling.

Eerder deze week werd bekend dat er tot 2030 circa 410.000 man fabriekspersoneel in Duitsland hun baan kunnen verliezen door de transitie naar elektrisch rijden. Alleen al bij de productie van onder meer verbrandingsmotoren en -onderdelen zouden in de komende 10 jaar 88.000 arbeidsplaatsen kunnen verdwijnen. De overstap naar elektrisch rijden werd begin december door Bloomberg genoemd als oorzaak van de krimp van banen in de auto-industrie. Volgens dit persbureau werden vorig jaar wereldwijd ruim 80.000 banen geschrapt in de sector.

Het banenverlies in de Duitse auto-industrie kan niet los worden gezien van het feit dat de transitie naar elektrisch rijden nogal rommelig verloopt. Audi bouwt haar eerste volledig emissievrije auto, de e-Tron, in België. Ook de Sportback variant zal aldaar van de band rollen. BMW gaat haar eerste elektrische auto die het potentieel heeft om in grotere aantallen verkocht te gaan worden, de iX3, in China produceren (de i3 is te eigenzinnig om een allemansvriend te kunnen zijn). Mercedes-Benz bouwt haar alternatief, de EQ C, weliswaar in eigen land, maar dat model verkoopt op zijn zachtst gezegd matig. Ford gaat de met veel tamtam aangekondigde Mustang Mach E in de Verenigde Staten produceren. Ook Opel heeft moeite om de omslag van aandrijving van fossiele brandstoffen naar elektriciteit te maken. Zo is de Ampera-e geen serieus alternatief voor modellen van de concurrentie, ook omdat dit model voor veel geld moet worden ingekocht bij het voormalige moederbedrijf General Motors.

Daarnaast is het bouwen van elektrische auto’s ook minder arbeidsintensief. Doordat er minder mensen nodig zijn om dergelijke personenwagens te produceren, dreigt overcapaciteit. Ook andere autofabrikanten verwachten de komende jaren banen te schrappen. Wereldwijd zullen er in de auto-industrie volgens Bloomberg 80.000 banen verdwijnen. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat er geld moet worden vrijgemaakt voor de ontwikkeling van elektrische aandrijflijnen. Tegelijkertijd wordt een teruggang in de mondiale vraag naar auto’s verwacht.

Fiat Chrysler Automobiles (FCA) en PSA (eigenaar van Opel) fuseren om deze reden. Doel is om via krachtenbundeling de stijgende kosten van elektrificatie op te vangen. Beide producenten hebben bekendgemaakt dat hiervoor geen fabrieken gesloten hoeven te worden, maar dat standpunt lijkt onhoudbaar. Zo komt Fiat in eigen land met een enorme overcapaciteit die ook niet opgevuld kan worden met de productie van modellen voor het kwakkelende Alfa Romeo en Maserati. In Italië was tot voor kort de Lancia Ypsilon nog erg populair, waardoor het model in productie kon worden gehouden, maar in december bekoelde de liefde voor dit model sterk. En PSA zal zeker de Vauxhall fabriek in Ellesmere Port sluiten indien het tot een harde Brexit komt.

Voorlopig kijkt PSA voor wat betreft de onderhandelingen over de Brexit de kat nog even uit de boom. Om deze reden is de marktintroductie van de volgende generatie van de Opel Astra, die voor volgend jaar gepland stond, uitgesteld tot 2022. PSA zou de nieuwe editie het liefst deels weer in Ellesmere Port produceren, maar bij een harde Brexit valt daar geen businesscase voor te maken. In dat geval krijgt de Opel fabriek in het Poolse Gliwice deels de bouworder (de nieuwe Astra zal sowieso in de hoofdvestiging van het Duitse merk in Rüsselsheim het levenslicht gaan zien). PSA wil nu eerst kijken wat voor soort deal er uit rolt bij de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Groot-Brittannië.

Het uitstel van de marktintroductie van de nieuwe generatie Astra (zie computertekening) is een tegenvaller voor Opel want de huidige, in 2015 geïntroduceerde, editie heeft het moeilijk om zich staande te houden op de Europese automarkt. Dat komt enerzijds door de (f)lauwe facelift die vorig jaar werd doorgevoerd en anderzijds doordat veel autoconsumenten vandaag de dag liever een cross-over of SUV hebben, bijvoorbeeld de Grandland X. Die oogt stoerder, is praktischer, biedt de felbegeerde hoge zitpositie en schrijft minder af. De Astra moet het voor een belangrijk deel hebben van orders van verhuurbedrijven en dat doet de waardevastheid geen goed.

De nieuwe Astra stond oorspronkelijk voor 2021 gepland en zou dan direct leverbaar worden in een stekker hybride uitvoering. Nu komt een dergelijke brandstofbesparende variant pas een jaar later beschikbaar. De fabriek in het Engelse Ellesmere Port verzorgt momenteel de productie van alle Sports Tourer exemplaren van de Astra. In Gliwice rolt de hatchback van de band. De Poolse fabriek zal, als er in het kader van de Brexit gunstige handelsafspraken gemaakt kunnen worden tussen het Verenigd Koninkrijk en het vasteland van Europa, lichte bedrijfswagens gaan bouwen. In Rüsselsheim zal men zoals gezegd de nieuwe Astra ook gaan bouwen. Daar rolt momenteel enkel nog de Insignia van de band. Die heeft recentelijk net zo’n (f)lauwe facelift ondergaan as de Astra.

Reageren is niet mogelijk.