Parkeergeld levert gemeenten ruim 1 miljard euro op

0

Het geld dat automobilisten betalen om hun auto op straat te parkeren, is voor gemeenten een steeds belangrijkere inkomstenbron. Dit jaar komt er naar schatting voor het eerst meer dan 1 miljard euro binnen aan parkeergeld, hetgeen 6,3 procent meer dan in 2018. Concreet gaat het om 10,8 miljard euro. Dat berekent het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van gemeentelijke begrotingen.

De stijging komt vooral door verhoging van de parkeertarieven in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Amsterdam verwacht 39 miljoen euro meer binnen te krijgen dan een jaar eerder; een stijging van 9,6 procent. De hoofdstad rekent dit jaar op 321 miljoen euro aan parkeerinkomsten. Amsterdam is daarmee goed voor afgerond een derde van alle parkeergelden. Bij Rotterdam gaat het om 13 miljoen extra en Den Haag casht 12 miljoen meer. Parkeergeld is inmiddels goed voor bijna 9,5 procent van alle gemeentelijke heffingen. Dat was 10 jaar geleden nog 7,5 procent. “We moeten bedenken dat grond steeds schaarser wordt. Gemeenten zoeken ook plekken om te kunnen bouwen. Wat schaarser wordt, wordt vaak duurder”, zegt Groen Links wethouder mobiliteit Judith Bokhove van de gemeente Rotterdam. “Parkeren is op heel veel plekken nog gratis, terwijl het voor een gemeente geld kost. Het is logisch dat de gebruiker betaalt”.

Gemeenten hebben steeds meer moeite om hun begroting op orde te krijgen. Ze hebben de afgelopen jaren taken van de Rijksoverheid overgenomen, maar gemeenten vinden dat ze daar te weinig budget voor terugkrijgen. Nederlandse gemeenten innen in 2020 ruim 6 procent meer aan gemeentelijke heffingen. Dat komt vooral door de flink stijgende woonlasten van huiseigenaren en huurders. En ook dankzij autobezitters dus , die de gemeentekassen spekken met 1 miljard euro aan parkeergelden.

 

Reageren is niet mogelijk.