Vindt Nissan winst belangrijker dan veiligheid? Nee, dat is te kort door de bocht.

0

Global NCAP, de internationale evenknie van het Europese veiligheidsinstituut EuroNCAP, heeft zware kritiek op Nissan. De autofabrikant wordt verweten winst belangrijker te vinden dan de veiligheid van haar klanten.

Dit verwijt maakt Global NCAP, een onafhankelijke instatie, na 2 ogenschijnlijk identieke exemplaren van de Nissan Navara op elkaar in te laten rijden. Het resultaat was verrassend: het tweedehands exemplaar uit Europa bleek veiliger te zijn dan de nagelnieuwe uitvoering die in Afrika wordt verkocht.

Nissan heeft in Afrika een bestseller in haar handen in de vorm van de Navara NP300 Hardbody. Dat is de best verkochte pick-up (een populair voertuigtype aldaar) van het continent. Maar hoe lang nog? In een veiligheidstest liet Global NCAP een gloednieuw exemplaar dat bestemd was voor verkoop op de Afrikaanse markt met een identiek model uit Europa botsen. Die tweede Navara was niet eens nieuwe, maar een occasion uit 2015.

Het verschil in veiligheid tussen beide versies bleek schokkend groot te zijn. De bestuurder van het Afrikaanse exemplaar, de NP300 Hardbody, zou waarschijnlijk overleden zijn aan zijn verwondingen, terwijl men er in de tweedehands Europese Navara nagenoeg ongedeerd zou zijn gebleven (weinig meer dan wat kleerscheuren). Minacht Nissan soms Afrikaanse levens?

Bovendien is de tweedehands Navara uit Europa uitgerust met een aantal elektronische veiligheidssystemen, zoals een stabiliteitcontrolesysteem. De Afrikaanse NP300 Hardbody uitvoering (wat een ironische naam eigenlijk) moet het zonder dergelijke beschermengelen doen. In deze vorm scoorde de Nissan in 2018 nul sterren in een Global NCAP test. Zijn carrosserie is zo zwak en onstabiel dat de auto helemaal verkreukeld bij een aanrijding. Daardoor zijn de airbags ineffectief.

De Global NCAP veiligheidsinstantie beschuldigt de autofabrikant van onethische praktijken. “Vind Nissan een Afrikaans leven minder waard dan dat van een Europeaan?”, vraagt het instituut zich af. De Afrikaanse veiligheidsinstantie AA stelt botweg dat “Nissan levens in gevaar brengt om meer winst te kunnen maken”. Toch is dit verwijt niet helemaal terecht, want in Afrika wordt ook een versie van de Navara verkocht die redelijk vergelijkbaar is met de Europese uitvoering. Eigenlijk had Global NCAP die moeten uitkiezen voor de test.

Afrika scoort slecht op het vlak van verkeersveiligheid. Verschillende landen hebben zich echter tot doel gesteld om het aantal slachtoffers aldaar in 2030 met de helft te hebben teruggedrongen. De verkeersinfrastructuur is een groot probleem, maar de test toont ook aan dat sommige autofabrikanten de veiligheidsuitrusting en zelfs structurele verstevigingen achterwege laten op modellen die voor het Afrikaanse continent bestemd zijn.

Maar dat neemt niet weg dat er ook in Afrika sprake is van een vrije markteconomie. De autoconsument aldaar kan dus ook opteren voor de ‘gewone’ Navara. Maar blijkbaar staart die zich blind op de lagere prijs van de NP300 Hardbody uitvoering. Die is eigenlijk primair bedoeld voor commercieel gebruik, zoals in Europa ook nog steeds de oude Mercedes-Benz G klasse als Professional te koop is.

David Ward, directeur van Global NCAP, houdt evenwel vast aan zijn kritiek op Nissan: “Deze crashtest laat de dubbele moraal zien als het gaat om voertuigveiligheid in Afrika en Europa. Een nieuwe auto is in Afrika dus niet perse veiliger. Autoconsumenten uit dit continent kunnen eigenlijk beter een tweedehands auto importeren uit een marktregio waar strengere veiligheidsstandaarden gelden”.

FIA topman Saul Billingsley doet er nog een schepje bovenop: “Gelooft Nissan dat het leven van een Afrikaan minder waard is dan het leven van een Europeaan? Als dat niet zo is, hoe legt het bedrijf dit schokkende verschil in veiligheid dan uit? Als we in 2030 de helft minder verkeersdoden willen hebben, dan moeten we dit onethische gedrag van autofabrikanten uitbannen”.

Zo zwart / wit is het volgens Autointernationaal.nl evenwel niet. Autofabrikanten conformeren zich aan regionale veiligheidseisen. Tussen Noord Amerika en Europa zijn die ook niet identiek. Toch spreekt men daar niet van onethisch gedrag en/of van het meten met 2 maten. Ook Afrika kan strengere veiligheidseisen invoeren. Dat doet zij blijkbaar niet. Prima, maar dan moet je fabrikanten niet verwijten dat zij auto’s in jouw regio verkopen die qua veiligheid niet tot de top behoren. Nissan is nu de gebeten hond, maar hoe zit het met pick-up modellen uit China die in Afrika worden verkocht? Zijn die ook getest?

Toch is er ook geen reden om autofabrikanten al te veel de hand boven het hoofd te houden. Er is historisch een spanningsveld tussen de bedrijfswinst en de veiligheid van de geproduceerde auto’s. In de jaren vijftig was de door Carl Borgward gebouwde Lloyd LP300 / LP400 berucht. Het zou een soort rijdende doodskist zijn. General Motors meende een tientje te kunnen besparen op de achteras constructie van de Chevrolet Corvair, met als gevolg een net even te listig weggedrag van deze auto.

Het bonst maakte Ford het. Die wist dat de onveilige plaatsing van de benzinetank in de Pinto tot dodelijke slachtoffers zou leiden indien deze auto van achteren zou worden aangereden (zie foto). Maar de boekhouders van Ford hadden fijntjes uitgerekend dat het betalen van schadeclaims als gevolg van dergelijk leed minder kostbaar zou zijn voor de autofabrikant dan aanpassing van het ontwerp van de Pinto en verplaatsing van de benzinetank naar een veiliger plek. En dus bleef dit onveilige model nog jarenlang in ongewijzigde vorm te koop.

Reageren is niet mogelijk.