Autobranche wil nationale en Europese hulp

0

Nederlandse autodealers en importeurs, die momenteel in zwaar weer zitten, worden nu geholpen door de overheid.

Als gevolg van het corona virus zakken de verkopen van nieuwe auto’s helemaal in. Mensen wachten uiteraard liever even de onzekere tijden af, alvorens zij over gaan tot een dure aanschaf zoals een andere personenwagen. De heilige koe is voor veel mensen immers nu niet meer prioriteit nummer één. Dealers merken dat meteen en importeurs zodoende dus ook.

Op de zakelijke markt dalen de autoverkopen met dubbele cijfers. Het bestellen van een nieuwe leasewagen wordt even uitgesteld. Logisch, bedrijven hebben nu wel andere dingen aan hun hoofd dan het up-to-date houden van hun wagenpark. Ook is het voor velen onzeker hoe groot de economische schade zal zijn. Mede daardoor worden orders geannuleerd.

De Nederlandse autodealers en importeurs zitten dus met de gebakken peren. Belangen organisatie BOVAG spreekt van een omzetverlies van 19 tot 83 procent voor de hele sector. De verwachting is dat de schade de komende periode verder toeneemt. Veelgehoorde problemen zijn: minder klanten, een minder goed gevulde orderportefeuille, minder werk in de werkplaats en een slechte liquiditeitspositie.

Gelukkig gaat de overheid hen helpen. Althans, de regering komt de Nederlandse dealers en importeurs tegemoet. Dat wordt gedaan in de vorm van uitstel van betalingsverplichtingen met betrekking tot belastingen. De BPM op personenauto’s mag nu iets later worden afgedragen. Normaal gesproken moet elke maand deze aanschafbelasting worden betaald. Dat is nu iets later: de overheid gaat akkoord met afdracht per kwartaal. De Bovag verwacht dat de nieuwe regeling ook voor geïmporteerde auto’s gaat gelden.

Deze maatregel, die op 1 april ingaat, kan de betreffende dealer of importeur net even wat meer lucht geven. Het schaarse geld blijft hiermee net even iets langer in de kas. Het is overigens een hulpmiddel dat de dealers tijdelijk uit de brand helpt, maar niet definitief houdt, zo laat het ministerie van Financiën weten. De belasting moet immers op een later tijdstip alsnog afgedragen worden. Of het corona virus over een paar maanden het land uit zal zijn, is onzeker. Hoe lang de belastingregeling gaat gelden, is nog niet bekend.

Sowieso vallen er momenteel rake klappen in de autobranche want de gemiddelde Nederlander rijdt bijna niet meer. Dit zorgt ervoor dat garages, schadeherstel bedrijven en onderdelenleveranciers uiteindelijk ook in zwaar weer terecht gaan komen. De regeling komt overigens bovenop maatregelen die de overheid een paar dagen geleden heeft genomen. Het is een aanvullende ingreep omdat de autodealers en importeurs extra zoals gezegd hard worden getroffen.

 

Europa

De pijn die in Nederland in de autobranche wordt gevoeld, gaat aan de rest van Europa niet voorbij. De personenwagen fabrikanten die in onze wereldregio actief zijn, staan sowieso al voor enorme uitdagingen om dit jaar te voldoen aan de strengere CO2 eisen vanuit Brussel. De corona crisis maakt de bedrijfseconomische positie nog slechter, dus volgt vanuit Italië nu de oproep om de emissie-eisen tijdelijk op te schorten.

In een poging om het Europese personenwagenpark minder schadelijk voor het milieu te maken, heeft men in Brussel de toegestane gemiddelde CO2 uitstoot flink omlaag geschroefd. Dit jaar mag een automerk hooguit een gemiddelde emissiewaarde van 95 gram/km hebben. Bij een hoger CO2 getal volgen boetes. Uiteraard kan elektrificatie van elektrische aandrijflijnen (volledig of in hybride vorm) de gemiddelde uitstoot fors omlaag brengen, maar het gaat hier om dure techniek die in diverse Europese landen slechts mondjesmaat wordt omarmd. Er zijn dus veel investeringen die gedaan moeten worden, terwijl het terugverdien model vooralsnog wankel is.

Bovendien komt een groot deel van de onderdelen voor geëlektrificeerde auto’s uit China. Daar heeft de corona crisis voor een groot productieprobleem gezorgd want veel fabrieken gingen gedwongen op slot. Inmiddels is China weer aan het opkrabbelen, maar het is nog niet helder hoe lang het duurt voordat de levering van onderdelen weer normaal wordt. Dat stelt Michele Crisci, topman van de Italiaanse bond voor buitenlandse fabrikanten (UNRAE).

Crisci (foto) is bezorgd dat autofabrikanten, ondanks hun nieuwe (deels) elektrische modellen met hoopgevend lage emissiecijfers, vanwege de corona crisis in de situatie terecht komen waarin de gemiddelde CO2 uitstoot op 31 december niet voldoende is teruggebracht. Daarbovenop zorgt de gezondheidssituatie dus sowieso al voor inkomstenderving. “2020 wordt vanwege de corona crisis al een moeilijk jaar voor autobouwers. Grote boetes voor een industrie die al onder druk staat, maken de situatie niet beter,” aldus de Italiaan.

Het voorstel van Crisci is dan ook helder: de Europese Unie moet de strengere CO2 eisen niet dit jaar al invoeren, paar pas in 2021. “De industrie staat stevig onder druk en daarbovenop nog eens monsterboetes uitdelen, dat gaat niet helpen. De markt gaat na de corona crisis een boost nodig hebben en daarvoor kunnen steunmaatregelen helpen, zoals premies voor modellen onder 95 gram/km. In Italië willen wij gerust met de regering rond de tafel zitten, al heeft die nu natuurlijk andere prioriteiten”.

De European Automobile Manufacturers Association (ACEA) zegt zich ook grote zorgen te maken over de Europese auto-industrie. De belangenvereniging roept overheden op om de autofabrikanten zo snel mogelijk financieel te ondersteunen. “Dit is duidelijk de grootste crisis die de auto-industrie ooit heeft meegemaakt”, aldus directeur Eric-Mark Huitema. De dagelijkse bestuurder van de ACEA zegt zich grote zorgen te maken over de Europese autofabrikanten nu zij hun productie noodgedwongen grotendeels hebben moeten staken om verdere verspreiding van het corona virus tegen te gaan. Niet alleen zijn fabrieken tijdelijk gesloten, ook toeleveranciers en afnemers (dealers) hebben massaal hun werkzaamheden neergelegd.

Huitema (foto) roept overheden op om autofabrikanten, toeleveranciers en autodealers zo snel mogelijk financieel te ondersteunen. “Nu nagenoeg alle productie is stilgelegd en ook het verkoopnetwerk nagenoeg plat ligt, staan de banen van 14 miljoen Europeanen op het spel”. Huitema is namens de ACEA niet alleen van mening dat lokale en nationale overheden hulp moeten bieden, maar dat ook de Europese Unie over de brug moet komen. “Er moeten in Brussel besluiten worden genomen waarmee onomkeerbare fundamentele schade aan de sector voorkomen kan worden. Daarnaast moet de Europese Unie zich voorbereiden op maatregelen die het herstel van de sector kunnen bespoedigen. Dit speelt ook een grote rol in revitalisatie van de gehele Europese economie”, aldus Huitema.

Verder is het volgens hem van belang dat de productie van onderdelen die nodig zijn voor onderhoud gewoon blijft doorgaan en dat ook er ook servicepunten open blijven. Binnen de Europese Unie zijn er volgens de ACEA in totaal 229 locaties waar auto’s geproduceerd of geassembleerd worden. Aldaar zijn in totaal 2,6 miljoen mensen werkzaam. De complete sector zou, inclusief dealernetwerken en toeleveranciers, goed zijn voor 13,8 miljoen arbeidsplaatsen. “De gezondheid van deze personen, die de ruggengraat van onze industrie zijn, is van het grootste belang voor autofabrikanten”.

Reageren is niet mogelijk.