De corona crisis zorgt er voor dat de autoconsument wereldwijd vreemde bokkensprongen maakt. In diverse Europese landen zakte het aantal registraties in april met meer dan 95 procent en in India werd er zelfs geen enkele personenwagen meer aangeschaft. In de Verenigde Staten zien we een andere ontwikkeling: daar werden voor het eerst in de geschiedenis meer pick-ups verkocht dan personenwagens.
Van pick-up modellen als de Ford F-150 (foto) en de Chevrolet Silverado werden afgelopen maand ruim 17.000 exemplaren verkocht dan van personenwagens als de Ford Fusion en de Chevrolet Malibu, zo blijkt uit marktcijfers van Autodata Corporation. Een verklaring is Covid-19. Als gevolg van de verspreiding van het corona virus kregen tot dusver vooral de oost en west kust van de Verenigde Staten te maken met beperkende maatregelen. In de buik van het land was er in april nauwelijks sprake van een lockdown. Dat is het gebied waar pick-ups het populairst zijn.
Bovendien smijten de Amerikaanse autofabrikanten momenteel met jarenlange rentevrije leningen, zodat de verkoop overeind blijft. De financiële ruimte om daarmee klanten te lokken hebben merken als Ford en Chevrolet omdat op pick-ups een relatief dikke marge zit. Maar de wal keert het schip: zowel bij General Motors (het moederbedrijf van Chevrolet en bedrijfswagen specialist GMC) en Fiat Chrysler Automobiles (dat goede zaken doet met haar Ram pick-ups) zijn er signalen dat de voorraad krap begint te worden. De productie ligt immers stil. Pas vanaf 18 mei gaan de Amerikaanse autofabrieken weer open.
De kans is dus groot dat het om een tijdelijke marktfluctuatie gaat. Tenzij benzine nog lange tijd goedkoop blijft, want dat is ook een verklarende factor voor de dominantie van pick-ups in de Verenigde Staten. Amerikanen zijn daardoor niet geïnteresseerd in het brandstofverbruik. De eerder genoemde Ford F-150 is in de Verenigde Staten al jaren de bestverkochte vierwieler, terwijl de Ram 1500 en de Chevrolet Silverado eveneens als warme hotdogs over de toonbank gaan. Grote pick-ups maken meer dan 40 procent van de verkopen van Ford, General Motors en Fiat Chrysler Automobiles uit. Importmerken als Toyota en Nissan hebben evenwel duidelijk minder succes met hun laadbak auto’s. Dat komt omdat hun Tundra respectievelijk Titan niet ’the real thing’ zijn. Ook zijn pick-up kopers vaderlandslievender dan Amerikanen die in de kuststaten wonen. Geld uitgeven aan een importauto is voor hen geen optie.
Tot april waren gewone auto’s in de Verenigde Staten populairder dan pick-ups. 5 jaar geleden werden daarvan iedere maand circa 500.000 stuks meer verkocht. Maar met name sedans zijn uit de gratie. Althans het soort Amerikanen dat die nog aanschaft, rijdt bij ons in een Renault Modus. Daar willen jongere consumenten niet mee geassocieerd worden. Daarom is de eerder genoemde Ford Fusion (onze Mondeo) met zijn laatste ronde bezig. Fiat Chrysler Automobiles geeft ook geen cent meer voor sedans. General Motors investeert er alleen nog maar bij haar premium label Cadillac in. Modellen als de Audi A3 Limousine en Mercedes CLA verkopen in de Verenigde Staten namelijk prima.
