BMW maakt zich op voor zwaar jaar

0

BMW heeft zijn prognoses voor het lopende boekjaar neerwaarts bijgesteld. De Duitse automaker wordt hard geraakt door de corona crisis die de verkopen wereldwijd onderuit hebben gehaald. Vooral in China is de vraag naar personenwagens gedaald.

Toch werd het eerst kwartaal van het jaar door BMW evengoed afgesloten met een 3,5 procent hogere omzet: 23,25 miljard euro. Verder steeg de brutowinst met 4,7 procent tot 798 miljoen euro. De boekhouders van BMW werden hierbij geholpen door het feit dat in 2019 verschillende eenmalige effecten de resultaten drukten. Zo was de onderneming vorig jaar onder meer 1,4 miljard euro kwijt aan de afwikkeling van een antitrustzaak. Netto bleef er 547 miljoen euro aan de strijkstok hangen; 2,4 procent minder dan in het eerste kwartaal van 2019.

De autoverkopen van BMW, een belangrijke maatstaf die door marktkenners nauwlettend in de gaten wordt gehouden, daalden naar 477.111 voertuigen. Dit kwam vooral door de sluiting van veel showrooms in maart. Volgens BMW zal de afzet in het nu lopende kwartaal nog lager uitkomen dan in het eerste trimester. Op groepsniveau (dus inclusief Mini en Rolls-Royce) werden in Europa in de periode januari t/m maart 16,7 procent minder auto’s verkocht. In de laatste maand van het kwartaal was de krimp zelfs 39,7 procent.

BMW verwacht dat de winst voor belastingen “aanzienlijk lager” zal uitvallen dan in 2019. Maar het bedrijf rekent op herstel vanaf het derde kwartaal. BMW benadrukt dat het mogelijke ontwikkelingen, zoals een voortdurende recessie in grote markten, ernstigere vertraging in China, strengere concurrentie vanwege het corona virus (die de autoverkopen ook bij rivaliserende ondernemingen onder druk zet) en mogelijke implicaties die veroorzaakt worden door een tweede golf van infecties (die opnieuw tot een lockdown kunnen leiden), buiten beschouwing laat. “Een snel herstel lijkt nu onwaarschijnlijk. In de herziene vooruitzichten houdt de BMW Groep rekening met een stabilisering gedurende het derde kwartaal”, zo meldt de autofabrikant. Het bedrijf houdt nu voor haar autobranche activiteiten rekening met een winstgroei van 0 tot 3 procent over het hele jaar, maar andere divisies van de onderneming zullen het totaalresultaat toch doen dalen.

Alle merken van de BMW Groep verkochten in het eerste kwartaal minder auto’s. Rolls-Royce werd met een afzetdaling van 27,5 procent het zwaarst getroffen, al gaat het in absolute zin om een klein aantal auto’s (853 stuks). Mini verkocht 23,4 procent minder personenwagens, namelijk 64.449 exemplaren. Bij het hoofdmerk BMW was er sprake van een afzetdaling van 20,1 procent tot 411.809 stuks. Op groepsniveau bedroeg de verkoopdaling 20,6 procent. Een opsteker voor de autofabrikant uit München was dat de stekker hybride modellen en de volledig elektrische auto’s van het concern zich wisten te onttrekken aan de malaise. De verkoop van (deels) geëlektrificeerde personenwagens van BMW en Mini steeg met 13,9 procent tot 30.692 exemplaren. Europa blijft de belangrijkste afzetregio voor de groep, gevolgd door China en de Verenigde Staten.

 

Bouw nieuwe fabriek uitgesteld

BMW heeft besloten om per direct een grote kostenpost voor zich uit te schuiven: de geplande nieuwe grote fabriek in Hongarije gaat voorlopig niet gebouwd worden. Met het schrappen van deze investering kan de Duitse autobouwer er voor zorgen dat zij voldoende liquiditeit houdt. Volgens de financieel directeur van BMW, Nicolas Peter, betekent het bouwuitstel dat er 1 miljard euro extra in kas wordt gehouden.

De eerste steen voor de fabriek moest volgens de oorspronkelijke planning dit jaar gelegd worden in het Oost Hongaarse Debrecen, gelegen nabij de Roemeense grens. In 2023 zou de productie aldaar beginnen. Maar dat wordt nu op zijn vroegst 2024 want de bouw van de fabriek is met tenminste 1 jaar uitgesteld. Voor de bevolking in de regio is dit (ook) een flinke tegenvaller want met de investering van BMW zouden er 1.000 arbeidsplaatsen worden gecreëerd. De Duitsers waren van plan om op jaarbasis 150.000 auto’s te gaan bouwen Debrecen, waaronder modellen met een (deels) elektrische aandrijflijn.

 

VDL Nedcar hervat productie

Het werk in de autofabriek van VDL Nedcar, waar auto’s voor BMW en Mini worden geproduceerd, is deels hervat. De faciliteit in Born draait echter nog niet op volle toeren. Pas in de tweede helft van mei wordt het productievolume mogelijk opgeschaald. VDL Nedcar legde op 18 maart de productie stil. Bij het bedrijf werken ongeveer 5.000 mensen.

Dat laat een woordvoerder van VDL Nedcar weten. Er zijn inmiddels instructiebijeenkomsten voor de medewerkers geweest over de te nemen voorzorgsmaatregelen. Tevens zijn nu de eerste auto’s van de band gerold. Normaal gesproken wordt er in Born gewerkt met 2 ploegendiensten. Dat is nu teruggebracht tot 1 ploeg, die bovendien geen volwaardige dienst draait. Volgende week gaat de tweede ploeg aan de slag. Hoeveel auto’s er geproduceerd gaan worden, mag door VDL Nedcar niet worden vrijgegeven van BMW. Die bepaalt uiteindelijk hoeveel auto’s er van de band rollen.

Volgens de woordvoerder beginnen de corona maatregelen thuis. Werknemers moeten in werkkleding naar de fabriek komen, zodat ze zich niet hoeven om te kleden. Bovendien is het verzoek om zoveel mogelijk te carpoolen komen te vervallen. Ook zijn er speciale instructies voor het parkeren om ervoor te zorgen dat niet iedereen via dezelfde toegang naar binnen gaat. Daarvoor zijn looproutes uitgezet en is er binnen en buiten het gebouw belijning aangebracht voor eenrichtingsverkeer.

Koffie en water wordt gratis uitgedeeld zodat er zo min mogelijk mensen gebruik maken van de koffieautomaten. Kantines en rookruimtes zijn gesloten. Op het terrein staan nu zogeheten rooktenten. Op de fabrieksvloer staan extra wasbakken en zeep, terwijl er voor kantoormedewerkers persoonlijke hygiënekits zijn. Op die manier kunnen zij hun werkplek schoonmaken of, als het om een flexplek gaat, schoon achterlaten. Hoewel de productielijn grotendeels is geautomatiseerd en gerobotiseerd, komt er bij de assemblage nog redelijk wat handwerk kijken. Voor assemblagemedewerkers is extra bescherming beschikbaar in de vorm van mondkapjes, handschoenen, brillen en schotten, zodat ook hier voldoende afstand kan worden bewaard.

 

Reageren is niet mogelijk.