Wordt Citroën het Dacia van PSA?

0

In 15 jaar tijd heeft Dacia zich door gebrek aan concurrentie in West Europa stevig gevestigd in het marktsegment van betaalbare auto’s. Carlos Tavares, de baas van PSA, droomt van zo’n succesverhaal. Hiertoe wil hij het merk Citroën herpositioneren met een serie instapmodellen. Het debuut is voor de toekomstige generatie C3 die in 2023 op de markt komt en in Nederland verkocht gaat worden voor een basisprijs onder de 14.000 euro.

De herpositionering van de C3 kan niet los worden gezien van de plannen die Vincent Cobée (zie foto onder), merkchef van Citroën heeft voor de Indiase markt. Over dit dossier zei hij in een interview afgelopen maart: “Vanaf 2021 lanceren wij in dit land een nieuwe reeks gezinswagens. De ontwikkeling is in volle gang. De voertuigen zullen in India worden geproduceerd (in samenwerking met het Indiase conglomeraat CK Birla, red.) om daar op de markt te worden gebracht, maar dit project maakt deel uit van een strategische visie die wij op mondiale schaal zullen uitrollen. De modellen die debuteren in India zullen uiteindelijk in 50 tot 60 landen op de markt worden gebracht, verspreid over de hele wereld, met in een derde fase mogelijk Europa”.

Het strategisch programma, genaamd ‘C Cubed’, voorziet in 3 modellen: de SC21 (een 5-deurs hatchback, ter vervanging van de C3), de SC23 (een 4-deurs sedan, als opvolger van de C-Elysée) en de SC24 (een zogeheten ‘Urban SUV’ die de C3 Aircross gaat aflossen). Productie is niet alleen voorzien in India, maar het trio zal ook vervaardigd en verkocht gaan worden in Latijns Amerika (waar Citroën momenteel nog de oude C3 verkoopt; zie onderstaande foto) en Noord Afrika (voor de laatste regio zal de productie door de Marokkaanse fabriek in Kénitra worden verzorgd). De 3 modellen zullen worden ontwikkeld op basis van de het (e-)CMP platform van de PSA groep dat reeds bekend is van de DS 3 Crossback, de Opel Corsa, de Peugeot modellen 208 plus 2008 en komend najaar bij Citroën debuteert onder de nieuwe C4. Voor de genoemde markten buiten Europa zal er gebruik worden gemaakt van een vereenvoudigde versie om de productiekosten te verlagen. Hiertoe zal er ook een beroep worden gedaan op lokale toeleveranciers. Daarnaast zal de er beknibbeld worden op de veiligheidsuitrusting. Niet alle zaken die bij ons zijn opgelegd door Euro NCAP, zullen in India, Latijns Amerika en Noord Afrika verplichte kost zijn voor de autoconsument.

Als Cobee gevraagd wordt of de budgetversie van het CMP platform ook voor Europese modellen gebruikt gaat worden, zegt hij: “Ja, dat is het geval, maar het betreft dan visueel afwijkende voertuigen”. Hij doelt hiermee op de nieuwe Citroën C3 die gepland staat voor 2023. Zijn design zal komend najaar worden ‘bevroren’, dus theoretisch is er nog ruimte voor discussie. De volgende generatie C3 komt uit de tekenpen van Pierre Leclercq, de nieuwe ontwerpchef van Citroën (zie foto onder). In de wandelgangen valt te vernemen dat die meer het karakter krijgt van een SUV. In 2024 volgt de vervanger voor de C3 Aircross die een paar maanden eerder in China wordt uitgebracht. Cobée suggereert dat de discussie over het platform voor dit model nog niet afgerond is. Tavares zou het liefst zien dat Citroën de budgetversie van het CMP onderstel gaat omarmen. Maar er zijn managers bij het merk die daar fel op tegen zijn. Zij hebben een punt want een herpositionering van Citroën richting Dacia valt slecht te rijmen met de marktlancering begin 2021 van de nieuwe C5 die als prestigieuze sedan ontwikkeld is.

Cobée lijkt zich in het kamp te bevinden van de managers die vinden dat PSA in Europa niet te veel moet sleutelen aan de Citroën modellen, dus ook niet aan hun prijsstelling. Volgens de laatste berichten gaat de volgende generatie C3 nog steeds geproduceerd worden in de Trnava fabriek in Slowakije op dezelfde productielijn als de Peugeot 208. Om te kunnen concurreren met de Dacia Sandero zal de instapprijs tot onder de 14 mille worden verlaagd. Deze Roemeense concurrent is in Nederland verkrijgbaar vanaf 13.730 euro. Indien het PSA lukt om de nieuwe Citroën de geplande prijsstelling te geven, dan hoeft er ook niet meer apart te worden gebroed op een opvolger van de C1, die als 3-deurs Life 13.790 euro kost. Dat de nieuwe C3 dus een budgetmodel wordt, lijkt dus een gelopen race te zijn. Voor de opvolger van de C3 Aircross zijn er echter meer beren op de weg. In zijn huidige vorm is deze Citroën namelijk een zustermodel van de Crossland X en het vooruitzicht op een uitgeklede technische basis voor diens opvolger is niet naar de smaak van Opel. Het laatste woord is hier dus nog niet over gezegd.

Tavares heeft voor de herpositionering van Citroën dus inspiratie opgedaan bij Dacia, en voor de ontwikkeling van een budgetversie van het CMP platform bij diens moederbedrijf Renault. Die heeft namelijk 2 varianten van het CMF-B onderstel ontworpen: een ‘high spec’ uitvoering voor de jongste Clio en een ‘acess spec’ voor de nieuwe Dacia Sandero (die komende herfst debuteert) en de Duster van dezelfde discountdochter. De goedkope onderstel variant gebruikt Renault zelf echter voor de Arkana en Kaptur; SUV modellen die primair voor de Russische markt zijn ontwikkeld. De laatste is er ook op basis van het ‘high spec’ platform: dat is onze Captur. PSA steekt de laatste tijd op vele terrein zijn landgenoot Renault de loef af, maar toont zich qua onderstel strategie een kopieer grage leerling van de meester.

In de concernbrede onderstel discussie bij PSA moet niet alleen rekening worden gehouden met de wensen van Citroën en Opel, maar binnenkort ook met die van Fiat. Hoewel de fusie met FCA niet voor het einde van het eerste kwartaal van 2021 zal zijn afgerond, heeft PSA Linda Jackson (die afgelopen januari het management van Citroën verliet; zie onderstaande foto) opdracht gegeven om mogelijke synergie-effecten met Fiat te onderzoeken. De Italiaanse fabrikant van zijn kant heeft 3 nieuwe modellen in ontwikkeling die in 2022 hun eerste volle verkoopjaar zullen beleven dan wel in dat jaar debuteren: een B segment hatchback ter vervanging van de Panda (afgeleid van de Centoventi conceptstudie), een cross-over als opvolger van de Tipo en een SUV die als Italiaans alternatief voor de Dacia Duster is gepland. Kort door de bocht hebben zij bij Citroën hun alter ego in de vorm van de toekomstige C3, C4 en C4 Aircross.

Deze nieuwe modellen aan de andere kant van de Alpen zullen, naast de 500-familie, “cool, aantrekkelijk en betaalbaar” zijn, aldus Olivier François (de baas van Fiat). Deze kwalificaties zijn dus ook van toepassing op het Franse merk, dat binnen de PSA Groep de positionering als ‘instapmerk’ zal bezetten (de nieuwe Ami stadsauto past uitstekend bij deze positionering). Citroën heeft dus nog wel het een en ander uit te vechten met Fiat. De uitkomst van die interne strijd is ongewis, maar zeker is dat de Italianen hun deadline van 2022 voor het trio nieuwe modellen enkele maanden zullen moeten schuiven om het drietal geschikt te maken voor het CMP platform van de Franse groep (zie onderstaande foto). Agendatechnisch hoeft dat overigens geen probleem te zijn, want Opel wist in recordtijd (18 maanden) een nieuwe Corsa te ontwerpen met dezelfde basis nadat dit merk lid was geworden van de PSA familie.

Het kan dus zijn dat Citroën enigszins in moet schikken om plaats te maken voor Fiat binnen de merkenfamilie van PSA, maar daar staat tegenover dat zij het avontuur mag aangaan in India, een automarkt met een zeer groot groeipotentieel. De Frans Groep wil minder afhankelijk worden van Europa en werkt in dit kader aan internationalisering. Elk merk heeft een missie: Rusland moet ontgonnen gaan worden door Opel, de Verenigde Staten (en de rest van Noord Amerika) is voor Peugeot en Citroën mag zich dus over India gaan ontfermen. De C5 Aircross is daar reeds te koop (zie onderstaande foto). De taal om de Indiase automarkt te veroveren, is voor het merk met het visgraatlogo een hele eer, maar alles heeft zijn prijs: marktleider Maruti Suzuki heeft laten zien dat je in India alleen succesvol kan zijn met relatief eenvoudige voertuigen die gemakkelijk te produceren en te repareren zijn. Voor Citroën, dat geschiedenis scheef met de innovatieve Traction Avant en de goddelijke DS zal dat even slikken zijn. Anders gezegd: er zal het nodige water bij de Franse wijn gedaan moeten worden.

Overigens is Renault in India nog een stap verder gegaan met de Kwid. Die A segment cross-over kost omgerekend minder dan 7.000 euro; een prijs waarbij alleen geld verdiend kan worden als er intensief gebruikt wordt van lokale leveranciers. In vergelijking met de Kwid krijgt de dubbel zo dure Citroën dus een, voor Indiase begrippen, vrij hoogwaardige positionering. Cobée denkt niet dat de pittigere prijsstelling een obstakel zal zijn “mits er sprake is van een geloofwaardig product voor iemand die € 10.000 uitgeeft”; een bedrag dat fors is voor veel Indiase klanten.

Reageren is niet mogelijk.