Een lach en een traan bij Opel

0

De productie van het vernieuwde vlaggenschip van Opel, de Insignia, is van start gegaan in de fabriek in Rüsselsheim. Toen het eerste exemplaar van de facelift editie van de band liep, was niet alleen merkchef Michael Lohscheller aanwezig, maar ook Udo Bausch, de burgemeester van Rüsselsheim. Waarom is niet duidelijk, maar het fleurt natuurlijk wel het fotomoment op.

Het is niet de verwachting dat de vernieuwde Insignia het overcapaciteitsprobleem van Opel in Rüsselsheim zal oplossen. Moederbedrijf PSA heeft wel goede hoop dat vanaf 2021 de nieuwe Astra en de DS 4 hiertoe in staat zullen zijn. Beide modellen hebben dezelfde technische basis (het modulaire EMP2 platform van het Franse autoconcern, dat geschikt is voor elektrificatie) en opereren in een segment waar hogere verkoopcijfers te realiseren zijn. Ondanks de facelift zal de Insignia tot aan zijn pensionering medio 2023 waarschijnlijk een kwijnend verkoopbestaan leiden. Dat komt omdat de Europese autoconsument niet meer warm loopt voor grote middenklassers zonder premium status. Ford (Mondeo) en Renault (Talisman) kampen met hetzelfde probleem.

Opel levert de vernieuwde Insignia net als voor de facelift in de carrosserievarianten Grand Sport en Sports Tourer. Het visitekaartje van de modelreeks is de GSi uitvoering met 230 pk. Die stoot echter zoveel CO2 uit (193 à 198 gram/km) dat de importeur de Nederlandse prijs (die zwaar belast wordt door de BPM) liever onder de pet houdt. Wel meldt zij dat de instapuitvoering van de vernieuwde Insignia als Grand Sport te koop is voor 39.399 euro en als Sports Tourer voor 40.899 euro. Voor dit bedrag levert Opel de Business-uitvoering, die tijdelijk een gratis upgrade naar Business Elegance kent, met onder meer AGR  gecertificeerde comfort stoelen voor bestuurder plus bijrijder, IntelliLux LED Matrix verlichting, het Navi Pro multimediasysteem met 8 inch touchscreen en 18 inch lichtmetalen velgen. De vernieuwde Insignia is het eerste Opel model waarop alleen volledige LED systemen voor de verlichting leverbaar zijn. Rij hulpsystemen zoals een botspreventiesysteem met voetgangersherkenning en Lane Keeping Assist zijn ook van de partij.

Met de prijs:uitrusting verhouding van de vernieuwde Insignia is niks mis, maar bij het motorenprogramma kunnen serieuze vraagtekens worden geplaatst. Opel denkt in Nederland nog te kunnen scoren met een 3 cilinder (!) 1.5 CDTI dieselmotor (van 122 pk) als basiskrachtbron, maar heeft blijkbaar onder een steen geleefd, want wij zijn klaar met oliegestookte auto’s. Daarom zal de 2.0 CDTI uitvoering met 174 pk ook nauwelijks klanten trekken. Het is leuk dat een 2.0 Turbo benzinemotor van 200 pk (in de vier wiel aangedreven GSi uitvoering goed voor 230 pk) deel uitmaken van het gamma, maar dit dorstige blok maakt de Insignia in Nederland zoals gezegd relatief duur. Het is fijn dat de nieuwe Astra leverbaar wordt in een stekker hybride uitvoering, maar zijn grote broer stamt aandrijf technisch nog uit het stenen tijdperk. Mede om deze reden zijn de verkoopresultaten die Opel momenteel boekt om te huilen. Ooit was dit automerk in Duitsland de nummer 2 op de markt, daarna werd met Ford een strijd geleverd om een plek in de top 5, maar inmiddels is Opel afgegleden tot de 10e positie achter Skoda, Renault, Hyundai en Seat. Nog even en zij wordt in de verkoopstatistieken ingehaald door Fiat met kruimelwerk als de Panda en 500.

 

Gedwongen ontslagen

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Opel de broekriem moet aanhalen. Andere media noemen de corona crisis oorzaak, maar dat is een foute analyse: het modellengamma van Opel laat de Europese autoconsument koud. Daardoor moet het merk steeds meer terrein prijsgeven. Opel dacht aanvankelijk de tering naar de nering te zetten door een krimp in het werknemersbestand te bewerkstelligen met een afvloeiingsregeling, maar daar wordt minder vaak gebruik van gemaakt dan Opel had gehoopt. Dat is niet verrassend, want massaontslagen domineren momenteel het Duitse nieuws. Dus de kans dat een Opel werknemer die gebruik maakt van de vertrekregeling elders (snel) een nieuwe baan vindt, is klein.

Er moeten in totaal liefst 2.100 banen verdwijnen bij Opel in Duitsland. Dat is nodig om de kosten omlaag te brengen. Opel wist ondanks de corona crisis weliswaar winstgevend te blijven, maar op het hoofdkantoor van PSA is men niet tevreden over de tot nu toe geboekte vorderingen. Vandaar dat het mes in het personeelsbestand gezet dient te worden. Naast een ontslagvergoeding biedt Opel hiertoe ook een regeling aan om vervroegd met pensioen te kunnen gaan. Maar tot nu toe hebben slechts afgerond 500 werknemers gebruik gemaakt van dit aanbod. Dit betekent dat Opel nog altijd 1.600 personeelsleden te veel heeft. Gedwongen ontslagen zijn daardoor niet uit te sluiten. Om geld te besparen zal Opel ook delen van haar hoofdkantoor in Rüsselsheim (en het terrein eromheen) verkopen. Autointernationaal.nl berichtte hier vorige maand al over. Opel verliest veel traditionele hoofdkantoorfuncties omdat moederbedrijf PSA die zelf in Frankrijk voor haar rekening nemen. Daardoor zit de Duitse fabrikant niet alleen qua productiecapaciteit in een te ruim jasje, maar ook voor wat betreft het aanwezige kantoorareaal.

 

Reageren is niet mogelijk.