Alpine kan beter Maserati dan Ferrari als voorbeeld nemen

0

Alpine staat na 9 maanden in Europa op een verkoopverlies van dik 75 procent. Dit dramatische cijfer wordt alleen overtroffen door de afzetdaling bij Smart, dat dacht ongestraft alle benzineversies te kunnen saneren. Heeft Alpine nog toekomst? En zo ja, in welke vorm?

Autointernationaal.nl mag graag aandacht besteden aan automerken die aan het infuus liggen. Al eerder werd geopperd dat Alpine mogelijk wordt getransformeerd tot een soort Cupra. Deze week zei de baas van moederbedrijf Renault, Luca de Meo, in een interview dat hij er een soort ‘mini Ferrari’ van wil maken. Die uitspraak kreeg in de automedia veel aandacht, maar werd vooral verkeerd geïnterpreteerd. Voor Autointernationaal.nl reden om nu opnieuw aandacht te besteden aan Alpine.

Dat De Meo van Alpine een soort ‘mini Alpine’ wil maken, werd uitgelegd alsof de baas van Renault enorme plannen heeft met de dochteronderneming. Dat is slechts ten dele waar. Ja, het gamma van Alpine zal worden uitgebreid met een tweetal elektrische cross-overs annex SUV modellen. Dat worden extra snelle en ’emotievolle’ varianten van wat Renault voor zichzelf in petto heeft en past dus binnen het ‘Cupra toekomstscenario’ voor de dochteronderneming. Maar voor wie denkt dat Alpine een breed sportwagengamma à la Ferrari gaat krijgen, is er slecht nieuws. Dat gaat nooit gebeuren. De eenvoudige reden is dat Renault, dat in financieel zwaar weer verkeert, daar de centen niet voor heeft. Bovendien is één beroerd verkopende sportwagen in de vorm van de A110 al een voldoende zwaar blok aan het been van het moederbedrijf.

Wat bedoelde De Meo dan wel? Het antwoord op die vraag is snel gevonden zodra er een kijkje wordt genomen in de fabriek van Alpine in het historisch verantwoorde Dieppe. Daar wordt op zeer kleine schaal auto’s gebouwd. De locatie is ongeschikt om bovengenoemde elektrische cross-overs annex SUV modellen te kunnen vervaardigen. De productiecapaciteit bedraagt namelijk slechts 32 auto’s per dag. Een grotere output is niet mogelijk want daarvoor wordt er ‘te ambachtelijk’ gewerkt in Dieppe. Op dit punt ziet De Meo een overeenkomst met Ferrari, waar vakmanschap ook hoog in het vaandel staat. Combineer dit feit met de Formule 1 plannen van Renault voor Alpine, en de link met de beroemdste sportwagenfabrikant van Italië is direct duidelijk.

De Meo denkt de dochteronderneming naar een hoger plan te kunnen tillen als hij het artisanale van Alpine weet te combineren met de expertise en ontwikkeling van de sportdivisie van Renault. Maar nogmaals: dat zal dus niet resulteren in een breed sportwagengamma (zoals Ferrari dat heeft). De Meo noemde in het interview niet voor niets de Porsche 911 als voorbeeld. Die sportwagen is leverbaar in een groot aantal varianten en elk jaar wordt een deel van de modelreeks vernieuwd. Op die manier weet Porsche de verkopen van de 911 op een constant, relatief hoog, niveau te houden. Daar wil De Meo met de Alpine A110 ook naar toe. En het moet gezegd worden: dat potentieel is er. Alpine heeft op een waanzinnige manier het originele model, dat uitgroeide tot een rallylegende, weten te herinterpreteren. Dat zorgde er voor dat in het eerste anderhalf jaar de orders binnen stroomden. De Meo is er zodoende van overtuigd dat er veel potentie in Alpine zit, helemaal als vanaf 2021 de naam gebruikt gaat worden voor het Formule 1 team van Renault. Ook gaat Alpine meedoen aan zowel het World Endurance Championship. Cyril Abiteboul, de huidige teambaas van Renault in de Formule, gaat de dochteronderneming aansturen. Het idee is dat, als de merkwaarde van Alpine door de autosportactiviteiten en de hoogstaande technische kwaliteiten van het F1 team stijgt, de marge per A110 ook kan groeien. Daardoor wordt het merk uiteindelijk winstgevender.

Maar voor wat betreft sportwagens voor op de openbare weg zal het dus gaan om thema’s op het A110 thema. Duurdere modellen, met een prijsniveau richting dat van Ferrari, zijn uitgesloten. Zelfs met prijzigere varianten van de A110, die theoretisch dikkere winstmarges hebben, begeeft Alpine zich op glad ijs, want de sportwagens uit Dieppe moeten vooral puur (en relatief simpel) zijn. Dat hebben de recensies van de S versie ook duidelijk gemaakt.

Eigenlijk is Ferrari dus geen goed vergelijkingsmateriaal. Een beter voorbeeld is Maserati. Dat heeft (in de vorm van de MC20) ook maar één volbloed sportwagen in haar gamma en zal (net als Alpine) straks een tweetal SUV modellen in de showroom hebben staan. En de Ghibli, Quattroporte en GranTurismo/GranCabrio? Nou, niet uit te sluiten valt dat Alpine ooit nog een elektrische sportsedan krijgt in de stijl van de Porsche Taycan. Maar dan voor 80 procent van de prijs, net als bij de tariefverhouding tussen de A110 en de Cayman. Dat betekent een prijs van 89.600 euro. Met een beetje geluk weet Alpine daar meer exemplaren van de verkopen dan Renault van de Talisman. Dan is De Meo helemaal gelukkig worden. Die laat overigens weten dat Alpine nooit een volumemerk gaat worden. “Het zou niet redelijk zijn om te denken dat we met Alpine een miljoen auto’s per jaar kunnen gaan maken”, aldus de topman.

 

Reageren is niet mogelijk.