Citroën C1 en Peugeot gaan laatste ronde in

0

De productie van de kleine stadsauto modellen Citroën C1 en Peugeot 108 wordt binnenkort stopgezet. Moederconcern PSA is niet van plan het duo te vervangen, althans niet rechtstreeks.

De productiestop komt niet uit de lucht vallen. Momenteel worden de Citroën C1 en de Peugeot 108 gebouwd in een fabriek in Kolin in Tsjechië die eigendom is van Toyota, dat op zijn beurt aldaar de Aygo assembleert. Eind 2018 werd bekendgemaakt dat PSA van plan was om deze samenwerking stop te zetten en haar aandelen in de joint venture voor deze kleine modellen en in de fabriek te verkopen. Toyota zal daarom vanaf januari 2021 de enige kapitein op het schip zijn.

PSA zal, door de sleutels van de fabriek in Kolin in te leveren bij Toyota, ook het A segment A verlaten. Er is geen opvolger gepland voor de Citroën C1 en Peugeot 108. Reden is dat er amper geld wordt verdiend aan de productie van de A segment modellen. PSA maakte bij een ander dochter merk, Opel, al een eind aan de verkoop van de Karl en Adam. Carlos Tavares, de baas van het Franse autoconcern, is continu op jacht naar slecht functionerende bedrijfsonderdelen om die vervolgens te saneren. Peugeot en Citroën zullen daarom worden toegevoegd aan de lijst van merken die de markt voor (te) onrendabele stadsauto’s verlaten. Ford stopte daarmee vorig jaar door de Ka+ uit haar gamma te verwijderen.

Een woordvoerder van de PSA Groep laat weten dat het autoconcern “momenteel reflecteert op wat het best mogelijke aanbod is om aan de verwachtingen van klanten in het A-segment te voldoen”. Hij voegt er aan toe dat dit zal gebeuren met “nieuwe en ontwrichtende ideeën”. Citroën heeft inmiddels haar elektrische vierwieler Ami in stelling gebracht. Of dat model een alternatief is voor de genoemde klanten in het A-segment, is evenwel twijfelachtig aangezien het autootje slechts 2 zitplaatsen heeft en de topsnelheid slechts 45 km/u bedraagt.

Andere autofabrikanten delen de mening van Citroën dat de toekomst van het A-segment volledig elektrisch is (in de hogere prijsklassen kunnen stekker hybride modellen een rol blijven spelen), maar dan wel met voertuigen die plek bieden aan 4 personen. Zo zijn bij Skoda en Seat de Citigo en Mii inmiddels emissievrij. Renault bereidt zich voor om de Twingo Electric op de markt te brengen en Dacia zal de markt in 2021 het A segment opschudden met de Spring Electric. PSA zegt goed nagedacht te hebben over nieuwe edities van de C1 en 108, maar dan met een elektromotor die voor de aandrijving zorgt.

Het Franse autoconcern slaagde er echter niet in de juiste formule te vinden om dit duo rendabel te maken. Voormalig joint venture partner Toyota staat niet te trappelen om elektrische auto’s toe te voegen aan haar gamma, en al helemaal niet in het bedrijfseconomisch lastige A segment. Deze autofabrikant doet momenteel uitstekend zaken met haar stekkerloze hybride modellen. Die beschikken over beproefde techniek, hetgeen niet gezegd kan worden van de (deels) elektrische modellen van de BMW Groep, Ford en Hyundai.

PSA zal de komende tijd prioriteit geven aan de vormgeving en invulling van Stellantis, het autoconcern dat na de fusie met Fiat Chrysler Automobiles ontstaat. De aanstaande Italiaans / Amerikaanse parter is een grote specialist in het A-segment dankzij de Fiat modellen Panda en 500. Van de laatste auto is inmiddels een volledig elektrische versie gepresenteerd. Die is echter te duur voor het A segment. Fiat Chrysler Automobiles gaf daarom voordat zij een huwelijksaanzoek van PSA al aan de onderste prijsklasse te zullen verlaten. Dit betekent niet dat het doek voor de Panda en 500 valt, maar de nieuwe generatie zal wel naar een hoger plan worden getild. Het ligt dus niet voor de hand dat, zodra Stellantis eenmaal een feit is, er alsnog een businesscase ontstaat voor een opvolger van de Citroën C1 en Peugeot 108.

Ondertussen ziet Toyota nog wel brood in haar Aygo (een gemoderniseerde editie van het huidige model kan rekenen op (milde) hybride techniek) en de Hyundai Groep lacht vermoedelijk in haar vuistje omdat de concurrentie voor haar i10 en Kia Picanto met de dag af lijkt te nemen. Renault saneert, anders dan samenwerkingspartner Smart bij de Forfour (en de Fortwo) gedaan heeft de benzineversies van haar technisch identieke Twingo nog niet helemaal, maar krimpt het aanbod wel sterk in. Niet uitgesloten moet worden dat het A segment van vers bloed wordt voorzien vanuit China. Het verkoopsucces van de MG ZS EV bewijst dat veel consumenten geen principiële bezwaren hebben tegen een auto uit dit land, zodra de prijs maar laag is.

Aan de Nederlandse autoconsument heeft het in ieder geval niet gelegen dat PSA nu stopt met de Citroën C1 en Peugeot 108. In ons land van koopjesjagers en hoge autobelastingen gaan dit soort modellen als warme broodjes over de toonbank. Als ik de registratiecijfers voor de Peugeot 107 en de 108 bij elkaar optel, kom ik uit op 143.283 verkochte exemplaren in Nederland. Het zuster merk wist voor de C1 in totaal 95.592 klanten te trekken. Daardoor is dit model na de BX de bestverkochte Citroën in Nederland. Dit jaar meldden zich tot nu toe 2.925 klanten voor de C1 en 4.445 voor de Peugeot 108.

Eerder dit jaar gaf Peugeot merkchef Jean-Philippe Imparato aan dat er intern wordt gebroed op een 1008. Dat model zou gebaseerd moeten worden op een budgetversie van het CMP platform van de 208 en volledig elektrisch worden. Een kleinere carrosserielengte wordt gecompenseerd door een hogere bouw. In combinatie met productie in een lage lonen land als Marokko zou dat een duidelijk lager prijskaartje kunnen opleveren dan Peugeot voor de e-208 hanteert. Maar 12.345 euro zoals het merk nu voor de simpelste 108 vraagt? Nee, die tijd komt nooit meer terug. Dat is logisch, want als in Brussel bepaald wordt dat auto’s schoner en veiliger moeten worden, dan krijgt de consument daarvoor de rekening gepresenteerd.

 

Reageren is niet mogelijk.