Europese autosector gaat somber jaar tegemoet

0

Het ziet er volgend jaar voor de Europese autosector allerminst rooskleurig uit. Volgens de organisatie die de belangen van toeleveranciers in deze industrietak behartigt, de CLEPA, zullen er gigantisch veel banen verloren gaan.

Oorzaak: de corona crisis trekt een enorme wissel op de auto-industrie. De verkopen zijn dit voorjaar enorm ingezakt en er zijn onvoldoende tekenen van herstel. Sterker nog: nu landen als Frankrijk en Spanje te maken hebben gekregen op een gedeeltelijke lockdown, en Belgie plus Nederland daar op afstevenen, bestaat de vrees dat het een stil vierde kwartaal wordt in de showrooms. Als het corona virus niet wordt getemd, dan is de kans aanwezig dat de autoproductie opnieuw (deels) stilgelegd zal moeten worden. Door de slechte situatie op de automarkt, hebben diverse fabrikanten aangekondigd dat er niets anders op zit dan zwaar te bezuinigen. Met name bij Daimler, Jaguar Land Rover, Opel en Renault staan veel banen op de tocht.

In de hele autosector zullen volgend jaar gaat het om nog eens 100.000 banen verloren gaan, zo verwacht de CLEPA. Mogelijk zal het werkelijke aantal nog hoger uitkomen. Het gaat hierbij niet alleen om banen bij de autofabrikanten zelf, maar ook bij toeleveranciers. Die bedrijven zouden ‘verantwoordelijk’ zijn voor de helft van het totale inkrimping van het personeelsbestand. Het banenverlies in de auto-industrie heeft ook een negatieve impact op de hele Europese economie. Volgens Sigrid de Vries, secretaris-generaal van de CLEPA, is het daarom van groot belang dat ‘Brussel’ met adequate maatregelen komt om leed zoveel mogelijk te voorkomen: “Wij doen een beroep op beleidsmakers om met ons samen te werken, zodat er zoveel mogelijk banen in de auto-industrie behouden kunnen blijven”. Maar de Europese Commissie stelt zich juist contraproductief op door de reeds strenge emissienormen nog verder te verzwaren. Dat zal de auto-industrie alleen maar verder richting de afgrond duwen, met alle werkgelegenheid consequenties van dien. De branche snapt inmiddels dat elektrificatie van het modellengamma onvermijdelijk is, maar zodra aan Brussel gevraagd wordt om beleid te ontwikkelen voor een flinke uitbreiding van het aantal laadpalen, dan geven de ambtenaren aldaar niet thuis.

 

Nederland

Nederland doet het met een kwart krimp van de autoverkopen wel beter dan de rest van Europa (waar de terugval gemiddeld 33 procent groot is), maar de brancheorganisaties Bovag en RAI Vereniging spreken desalniettemin van een verloren jaar. Zij verwachten dat de afzetteller op 31 december zal blijven steken op 350.000 nieuwe personenauto’s. Begin dit jaar werd nog uitgegaan van 425.000 exemplaren.

Het enige lichtpuntje is een run in met name november en december op elektrische auto’s vanwege de nieuwe bijtellingspercentages die op 1 januari ingaan. Volgend jaar geldt voor zakelijke rijders 12 procent bijtelling voor het onbeperkte privégebruik van volledig elektrische auto’s. Dit percentage is van toepassing op de eerste 40.000 euro van de fiscale waarde. Dit jaar is dat nog 8 procent respectievelijk 45.000 euro. Verder zal de aanschafbelasting (BPM) op 1 januari voor veel personenauto’s die op diesel en benzine rijden wederom stijgen. Particuliere kopers van een elektrische auto kunnen volgend jaar in beperkte mate rekenen op een aanschafsubsidie, maar voor de rest ontbreken stimulerende maatregelen waarmee de vraag aangezwengeld kan worden. De door Bovag en Rai Vereniging afgegeven prognose dat er volgend jaar 400.000 nieuwe personenauto’s verkocht zullen worden, vindt Autointernationaal.nl dan ook tamelijk optimistisch.

Volgend jaar groeit het marktaandeel van elektrische auto naar 20 procent, zo denken Bovag en Rai Vereniging. Over de eerste 3 kwartalen van 2020 gemeten, was dat bijna 12 procent en in heel 2019 bijna 14 procent. Dat het percentage van vorig jaar nu niet wordt geëvenaard, komt doordat de zakelijke afzetmarkt voor de Tesla Model 3 verschijnselen van verzadiging vertoont. Ook andere dure elektrische auto’s zoals de Jaguar I-Pace en de Tesla modellen S plus X zijn uit de gratie.

Los van het type aandrijving worden auto’s in Nederland gestaag duurder. Waar de gemiddelde personenwagen in 2018 ‘slechts’ 33.928 euro kostte (hetgeen al flink meer was dan de 31.499 euro van 2017), steeg dat bedrag in 2019 naar 37.053 euro. Omdat het besteedbaar inkomen van de Nederland niet of nauwelijks toeneemt, betekent dit dat steeds meer particuliere rijders moeten afhaken en zich op de occasionmarkt gaan oriënteren. De noodzaak voor autofabrikanten om benzinemodellen te voorzien van hybride techniek drijft de prijs ook op. De gemiddelde auto in deze categorie kostte in het eerste semester 35.179 euro, tegen 32.270 euro in 2019. Bij dieselmodellen gaat het om 54.709 euro versus 53.091 euro. Uit deze bedragen valt af te leiden dat er amper nog goedkope oliegestookte auto’s over de toonbank gaan. Logisch, want die worden in toenemende mate gesaneerd.

In 2021 kunnen verdere prijsstijgingen worden verwacht, ondanks een ruimer aanbod aan relatief betaalbare goedkope elektrische auto’s. Dat komt doordat het A segment verder leegloopt. De benzine uitvoeringen van de Seat Mii en Skoda Citigo zijn nu al uit de prijslijst verdwenen, Renault snijdt in het levering gamma van de Twingo en Suzuki heeft onlangs het laatste exemplaar van de Celerio verkocht. De nieuwe Dacia Sandero belooft, mede vanwege de technische upgrade, flink duurder te worden.

Reageren is niet mogelijk.