Raad van Commissarissen Volkswagen: noodzaak E-strategie groter dan ooit

0

De weg naar elektrische mobiliteit is meer dan ooit de juiste, zegt Stephan Weil, lid van de Raad van Toezicht bij Volkswagen. Maar de structurele verandering is wel een uitdaging voor de leveranciers.

Volgens Weil (links op de foto), die tevens premier van de deelstaat Nedersaksen is, zal de snelle overschakeling op elektrische voertuigen door fabrikanten sommige leveranciers van de Duitse auto-industrie het komende decenium noodlottig worden. “De druk om binnen 10 jaar tussen de 60 en 65 procent van de omzet om te zetten naar een elektrische basis is enorm”, aldus de SPD-politicus. Door de recentelijk aangescherpte investeringsplannen bij Volkswagen heeft hij er vertrouwen in dat ‘s werelds grootste autofabrikant hierin zal slagen. Maar het zal ook niet gemakkelijk zijn. “In 2021 komt er het ene elektrische model na het andere uit de ontwikkelingskamers van de Volkswagen Groep. Deze transformatie is natuurlijk moeilijk, maar het is ook een geweldige kans”.

 

Bezorgdheid over leveranciers

De Raad van Toezicht van de Volkswagen Groep, waarin Weil zit als vertegenwoordiger van de op een na grootste aandeelhouder, de deelstaat Nedersaksen, heeft in november de bijbehorende plannen van het directieteam goedgekeurd. In de komende 5 jaar zal bijna de helft van de in totaal 150 miljard euro naar nieuwe technologieën gaan, zoals alternatieve aandrijving en software netwerken. Tegelijkertijd schrapt de Volkswagen Groep banen op traditionele gebieden.

Het totale programma draagt ​​de handtekening van CEO Herbert Diess, die de autofabrikant nog sneller wil ombouwen en rendabeler wil maken. Onlangs was er echter een geschil in de Raad van Commissarissen over het verzoek van Diess om vervroegde verlenging van het contract, met als gevolg dat zijn eis niet ingewilligd werd. “Er is veel vooruitgang bij Volkswagen”, zegt Weil (rechts op de foto). “Met de elektrificatie strategie bewijst Diess (links) meer dan ooit gelijk te hebben, zeker als je er rekening mee houdt dat de EU-klimaatdoelstellingen weer worden aangescherpt”.

Of de vele kleine en middelgrote leveranciers de structurele verandering zullen kunnen volgen, is nog niet duidelijk: “Mijn zorgen betreffen niet de fabrikanten, maar det leveranciers. Het leeuwendeel van hun omzet en werkgelegenheid is gebaseerd op verbrandingsmotoren. Deze fase loopt op zijn einde: de verbrandingsmotor is op weg naar huis”.

 

Nieuwe EU-klimaatdoelstellingen

De Europese Unie wil de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met minstens 55 procent verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Omdat autofabrikanten ook hun eigen doelstellingen weer moeten bijstellen, bereidt Volkswagen een “Strategie 2030” voor. De voertuigen van de groep zijn momenteel verantwoordelijk voor ongeveer 1 procent van alle wereldwijde CO2-uitstoot. Volkswagen rekende onlangs uit dat het tegen 2030 het aantal verkochte batterij elektrische voertuigen aanzienlijk zal moeten verhogen. Volgens bedrijfsplanning zouden jaarlijks ongeveer 300.000 elektrische auto’s van het kern merk alleen al voor de thuismarkt nodig kunnen zijn. Daarmee zou het marktaandeel van puur elektrische auto’s moeten groeien van 35 tot 55 procent. Waar de benodigde batterijen vandaan moeten komen, wordt nu besproken. “De resterende periode zal worden bekort door de CO2-doelstellingen van de EU”, zegt Weil met het oog op de nodige aanpassingen die van de auto-industrie gevergd worden. “En als er een Euro 7-emissienorm zou komen, dan wordt de resterende tijd nog aanzienlijk korter. Daarvoor kan men alleen maar waarschuwen. Dan is er niet langer sprake van een structurele verandering, maar van een “.

 

Deelstaten waren tegen aanscherping

De 3 Duitse “autodeelstaten” Nedersaksen, Beieren en Baden-Württemberg met het hoofdkantoren van respectievelijk Volkswagen, BMW en Daimler hadden er bij de Europese Commissie op aangedrongen niet te snel te besluiten tot verdere aanscherping. Er zou rekening gehouden moeten worden met de banen en de technische haalbaarheid. Maar op middellange tot lange termijn is er geen alternatief voor koerswijziging, zo benadrukt Weil. “Dat betekent dat veel leveranciers hun businessmodel moeten aanpassen. Een verbrandingsmotor is arbeidsintensiever dan een elektromotor. Het is daarom belangrijk dat we nieuwe toegevoegde waarde creëren in Duitsland en Nedersaksen”. De productie van eigen batterijcellen speelt hierbij een centrale rol. Volkswagen bouwt een hiervoor benodigde fabriek in Salzgitter. Maar voorlopig zal waarschijnlijk een groot aantal cellen extern moeten worden aangekocht, vooral in Azië. “Er zijn redenen waarom veel elektrische voertuigen momenteel lange levertijden hebben”, zegt Weil. “Er is anno 20202 namelijk slechts een beperkte productie capaciteit voor batterijcellen”.

Politici zouden de kwestie beter moeten aansturen, buiten de huidige Europese initiatieven om. “Als wij het autoland nummer één willen blijven en waardeketens volledig in stand willen houden, hebben we Duitse batterij cel productie nodig”, aldus Weil.

 

 

Reageren is niet mogelijk.