Is het toeval of een teken aan de wand? Elon Musk, één van de invloedrijkste ondernemers uit Silicon Valley, verhuist naar Texas. Dat kondigde de baas van Tesla, de pionier op het gebied van elektrische auto’s, aan tijdens een conferentie.
Volgens Musk rust Californië te veel op zijn lauweren. Deze Amerikaanse Staat heeft de reputatie ’s werelds grootste innovatie hub te zijn, maar de topman van Tesla is niet onder de indruk. “De overheid en de mensen daar worden te gemakzuchtig en een beetje arrogant. Zij winnen ook geen kampioenschappen meer”. Je zou kunnen zeggen dat dit misschien überhaupt voor het volgevreten land geldt waar grofweg de helft van de bevolking zijn schouders ophaalt over democratische principes, maar Musk ziet dat anders. Althans als het gaat om Austin, de hoofdstad van de Staat Texas, waar Tesla momenteel zijn tweede Amerikaanse autofabriek bouwt. SpaceX, het ruimtevaartbedrijf van Musk, heeft al jaren een lanceerbasis in het diepe zuiden van deze Staat, dus de entrepreneur weet waarover hij praat.
Toch kan de vraag gesteld worden of het niet ordinaire fiscale prikkels zijn die de doorslag geven bij de geplande verhuizing. Texas kent geen inkomens- of meerwaardebelasting en is daarmee een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. Voor Musk is dat belangrijk, nu hij (dankzij de koersexplosie van het aandeel Tesla) voor miljarden dollars aan aandelenopties kan verzilveren. Maar feit is dat de liefde van de entrepreneur voor Californië flink bekoeld is sinds het corona virus rondwaart. Musk foeterde eerder dit jaar op de strenge Covid-19 reglementering die de Tesla fabriek in Fremont nabij San Francisco maanden op slot hield. Hij bestempelde dit voorjaar de lockdown en de daarmee samenhangende vrijheidsbeperking voor burgers zelfs als “fascistisch”.
Musk zou gelijk kunnen hebben in het feit dat het succes van Silicon Valley als magneet voor innovatieve bedrijven (zoals de omstreden kamerverhuurder Airbnb en de hippe maaltijdkoerier Doordash, maar ook iconen als Facebook en Google) zich tegen Californië begint te keren. Ondernemers in de regio klagen al jaren over het dure vastgoed en de dichtgeslibte wegen in de zogeheten Bay Area. Tot dit jaar werden die nadelen voor lief genomen vanwege ‘netwerkeffecten’: de enorme pool aan talent op de luttele vierkante kilometer die San Francisco en omgeving groot is. Maar sinds de corona pandemie heeft het netwerkeffect van grote steden zijn glans verloren. Zeker in Silicon Valley, waar heel veel grote werkgevers van thuiswerken de nieuwe norm hebben gemaakt. Het is de verwachting dat het personeel zeker tot midden 2021 slechts incidenteel naar kantoor zal hoeven komen.
Tesla is niet de eerste die zijn biezen pakt. Hewlett Packard besloot vorige week al om zijn hoofdkantoor van Silicon Valley naar de Texaanse metropool Houston te verplaatsen. Dat is symbolisch belangrijk. Hewlett Packard is weliswaar niet meer de klinkende naam van vroeger, maar heeft met zijn geschiedenis (het bedrijf ontstond in 1939 in een garage in Palo Alto en legde daarmee min of meer de kiem van Silicon Valley als dé technologie hub van de wereld) wel een belangrijke voorbeeldfunctie. Worden ‘Tesla’ en ‘Texas’ straks ook in één adem genoemd?
