Rationalisatie: dat is het parool van Luca de Meo om de ontwikkelingskosten bij de Renault Groep te verlagen. Het Franse autoconcern zal zich daarom concentreren op een nieuwe familie van 1.2 en 1.5 TCe benzinemotoren die beschikbaar komen met 3 soorten hybridisatie. Alle andere motoren zullen worden gesaneerd.
Het verminderen van technische diversiteit, het ontwikkelen van nieuwe modellen in 3 jaar tijd (in plaats van 4 jaar) en het vergroten van schaalvoordelen zijn de hoofdlijnen van het Renaulution plan voor wat betreft het technische gedeelte. Tegen 2025 zal 80 procent van de modellen gebruik maken van de 3 platforms die de Renault – Nissan alliantie momenteel tot haar beschikking heeft: CMF-B (Dacia Sandero, Renault Clio; deze architectuur zal in 2023 ook geëlektrificeerd worden voor de R5 Electric), CMF-C (Nissan Qashqai, Renault Mégane, Renault Kadjar) en CMF-EV (ingehuldigd door de Nissan Ariya en eind dit jaar ook te vinden onder de productieversie van de Renault Mégane eVision).
Onder de motorkap van de diverse modellen gaat de Renault Groep een flinke opruiming houden door het aantal motorfamilies te halveren. Enerzijds is diversiteit duur en anderzijds speelt het Franse autoconcern daarmee in op de verwachte daling van de verkopen van auto’s met een verbrandingsmotor (er wordt wel een stijging van geëlektrificeerde units voorzien). In zijn presentatie gaf De Meo (foto) enkele aanwijzingen over het vermogensbereik. Dat varieert in de toekomst van 45 pk tot 400 pk, in plaats van 60 pk tot 300 pk nu. In 2025 zal dit vermogen afkomstig zijn van 1,2 en 1,5 liter TCe units. Dit betekent dat de huidige 1.0 / 1.3 / 1.6 / 1.8 TCe blokken verdwijnen. Hetzelfde geldt voor de 1.5 / 1.7 Blue dCi diesels. Alleen de 2,0 liter variant daarvan blijft voor de bedrijfswagens bestaan. De 1.2 en 1.5 TCe benzinemotoren zullen gecombineerd kunnen worden met diverse vormen van hybride techniek (mHEV, HEV en PHEV). Een vermogen van 400 pk uit een 1,5 liter blok lijkt misschien onrealistisch hoog, maar is dat niet. Stekker hybride techniek maakt dat mogelijk. Mercedes-Benz denkt op soortgelijke wijze het systeemvermogen van haar 2,0 liter motor te kunnen verhogen tot boven de 500 pk.
Bij de presentatie van zijn herstelplan voor de Franse economie in mei 2020 kondigde president Macron met trots aan dat de nieuwe elektromotor van Renault in de fabriek van Cléon zal worden geproduceerd. Deze modulaire krachtbron, ontwikkeld door Nissan, zal beschikbaar zijn in verschillende vermogens van 218 pk voor de Mégane Electric tot 394 pk voor de Nissan Ariya (en waarschijnlijk ook voor de cross-over van Alpine). De elektromotor zal ook gemonteerd worden in de waterstofversies van de toekomstige Trafic en Master (in 2024). Een tweede elektromotor, bedoeld voor kleinere modellen, staat ook op het programma. Hij zal worden gebruikt voor de R5 Electric (debuteert in 2023) en krijgt een minimumvermogen van 45 pk. Dit betekent dat hij ook geschikt is voor de tweede generatie Dacia Spring die anders dan het huidige model niet in China gebouwd gaat worden, maar in Europa.

Bij Renault is het einde van de dieselmotor nabij. Dit type krachtbron blijft alleen voor bedrijfswagens beschikbaar. Autointernationaal.nl berichtte afgelopen najaar al dat Renault haar gamma aan oliegestookte personenwagens zou gaan inkrimpen. Zo zijn de Captur en Scénic inmiddels niet meer verkrijgbaar in dCi uitvoering. Tijdelijk verweesd van de 1.5 Blue dCi (85 en 115 pk), zal de Clio in september 2021 profiteren van een nieuwe en unieke versie van 100 pk. Tegen 2025 zal zoals gezegd alleen de 2.0 Blue dCi in de bedrijfswagencatalogus blijven. De Meo geeft aan dat hij zijn standpunt zou kunnen heroverwegen afhankelijk van de exacte eisen van de Euro 7-norm die op die datum van kracht wordt. Het hoofd van de R&D afdeling van Renault, Gilles Le Borgne, laat weten dat er ter vervanging van de dieselblokken geïnvesteerd gaat worden in een waterstofprogramma. Hiervoor heeft het Franse autoconcern een joint venture opgericht met het Amerikaanse Plug Power; een specialist op het gebied van brandstofcellen en brandstofecosystemen.
De nieuwe 1.2 TCe en 1.5 TCe benzineblokken maken onderdeel uit van een modulaire motorfamilie. Van beide varianten zijn verschillende vermogenversies gepland en zoals gezegd diverse vormen van hybride techniek. Bovendien zal de nieuwe modulaire benzinemotoren familie zich onderscheiden door een hoge efficiëntie die die van dieselmotoren benadert, zo belooft Le Borgne. De eerste toepassing is een 3 cilinder 1.2 (code HR12VDV) die in 2022 in de nieuwe Kadjar debuteert. Hij zal worden gecombineerd met 3 soorten hybridisatie: 48 Volt (mild), volledig hybride en plug-in hybride. Dacia baas Denis Le Vot heeft aangegeven dat deze nieuwe unit ook in LPG vorm beschikbaar zal zijn. De tweede applicatie is een 4 cilinder 1.5 (code HR15) die de 1.3 TCe opvolgt en ook alle 3 de soorten hybridisatie zal ontvangen. Bovendien geeft Le Borgne aan dat het 12 Volt systeem dat wordt ingezet op de Captur en de Arkana (TCe 140 mHEV) snel zal worden vervangen door een 48 Volt versie, waarvan de kosten / prestatieverhouding gunstiger is. Dit blok komt logischerwijs overeen met dat van de nieuwe Nissan Qashqai.

