Renaulution 2021: Elektrische comeback voor de R4 en R5

0

Chief Executive Officer Luca de Meo moet Renault binnenstebuiten keren om de autofabrikant snel weer zwarte cijfers te laten schrijven.Geëlektrificeerde retro modellen zouden het Franse merk sympathiepunten moeten bezorgen, waardoor er à la de Fiat 500 (waar de topman in het verleden verantwoordelijk voor was) margerijke prijzen gehanteerd kunnen worden. Dat is de kortste weg naar winstgevendheid.

De nieuwe CEO van de Renault Groep, Luca de Meo, wil op 14 januari 2021 zijn herstructureringsprogramma voorstellen.Er zijn nog niet veel details uitgelekt, maar in de wandelgangen valt van degenen die bij het project betrokken zijn te vernemen dat de topman met de gedachte speelt om legendarische modellen van het merk een elektrische comeback te laten maken.Denk aan een emissievrije Renault 5, die de Italiaanse grafisch ontwerper Marco Maltese eind 2020 op virtuele wielen zette.

Hoewel het ontwerp van de originele R5 zijn tijd ver vooruit was, interpreteerde Maltezer dit Renault model als een stijlvolle retro hit.Dat is niet visionair, maar met het oog op het verkoopsucces van de in de inleiding genoemde Fiat 500, de Mini of recentelijk de aangenaam verfrissende Honda E ook zeker niet verkeerd.De “Le 5 Concept” speelt bewust met de designtaal van de Renault 5: een stevige C stijl, steile achterkant en korte overhangen. Ook de R4 zou op soortgelijke wijze een moderne interpretatie kunnen ondergaan, maar dan als emissieloos equivalent voor de basale Fiat Panda.

Modellen met een verbrandingsmotor of plug-in hybride auto’s lijken geen rol te spelen in het comeback plan van De Meo (foto). Die zouden te duur zijn om te ontwikkelen en te weinig marge voor de chronisch verlieslatende Renault Groep opleveren. Nee, er is een echte revolutie nodig. Vandaar de naam van het reorganisatieplan van De Meo: Renaulution. Er zijn echter geen plannen om grote iconische Renault modellen nieuw leven in te blazen. Daar zijn er ook niet zo veel van. Eigenlijk komen alleen de R16 en (in mindere mate) de R25 in aanmerking. Dat die niet door De Meo worden genoemd, betekent dat het D segment definitief de rug toe zal worden gekeerd door Renault zodra de laatste exemplaren van de Espace, Koleos, Scénic en Talisman van de band zijn gerold.

Om kosten te besparen, ligt het voor de hand dat de Fransen gebruik zullen maken van bestaande elektrische techniek.Naast de bestseller Zoe is er inmiddels ook de geëlektrificeerde Twingo, die echter met zijn achterwielaandrijving de rol van outsider vervult. Immers, De Meo heeft geen plannen voor een retro interpretatie van de 4CV of Dauphine. Het enige dat dan overblijft, is de onderbouw van de Dacia Spring Electric, die vanaf voorjaar 2021 besteld kan worden en in de tweede helft geleverd zal worden.

De basis van de Spring Electric komt uit China.De onderbouw kan flexibel genoeg zijn voor een moderne elektrische interpretatie van de R4. De nieuwe emissievrij R5 zou, vanwege zijn premium prijs stelling dankzij het aaibare uiterlijk, duurdere techniek kunnen krijgen, bijvoorbeeld die van de Mégane eVision conceptstudie. Het zal echter nog wel een paar jaar duren voordat er daadwerkelijk een nieuwe R4 of R5 uitkomt.Het enige dat duidelijk is, is dat met name kleine elektrische auto’s alleen winstgevend zijn als de cijfers kloppen.Tegen deze achtergrond is het meer dan realistisch dat de basis van de elektrische Dacia ook door Renault zelf gebruikt zal worden.

De R4 kwam in 1961 op de markt als opvolger van de 4CV en werd gebouwd tot 1994. Na een ietwat moeizame verkoopstart (vrouwen bleven de voorkeur geven aan de Dauphine met zijn ronde kontje) groeide deze Renault uit tot een echte klasseloze allemansvriend. De klantenkring bestond zowel uit stadsmensen met een academische titel tot boeren. De R5 verscheen in 1972 in de showrooms en maakte vooral indruk met zijn sympathieke design, grote achterklep (de Fiat 127 en de Peugeot 104 hadden dat bij hun introductie niet) en innovatieve kunststof bumpers. De techniek was weinig vernieuwend (er werd vooral gebruik gemaakt van gietijzeren stoter stang motoren), maar wel betrouwbaar. De R5 hield het vol tot 1996, al werd de in 1984 geïntroduceerde tweede generatie compleet overschaduwd door de meer volwassen Peugeot 205 die een jaar eerder op de markt was gekomen.

 

Reageren is niet mogelijk.