General Motors (GM) verwacht dit jaar 1,5 miljard à 2 miljard dollar (€ 1,2 miljard à € 1,6 miljard) minder operationele winst te boeken. Oorzaak is het tekort aan chips waarvan veel autofabrikanten last hebben.
Het Amerikaanse concern, het moederbedrijf van Buick, Cadillac, Chevrolet en GMC / Hummer, moest de productie in enkele fabrieken al stilleggen. Daarnaast worden er auto’s gebouwd zonder onderdelen waarvoor de chips nodig zijn. GM is niet de enige autofabrikant die last heeft van de chiptekorten. In Europa kampen onder andere Ford, Mercedes-Benz, PSA, de Renault Groep, het Volkswagen concern daar ook mee. En elders in de wereld vrijwel alle Japanse merken. Ford ging GM al voor met een voorspelling van de impact die de chiptekorten gaan hebben. De concurrent uit eigen land rekent op een 1 à 2,5 miljard dollar lagere operationele winst als gevolg van het tekort aan chips.
De tekorten worden volgens de autosector veroorzaakt omdat chipmakers de voorkeur geven aan lucratievere leveringen aan bijvoorbeeld producenten van smartphones. De chipproducenten wijzen er echter op dat zij hun capaciteit al maanden van tevoren inplannen en dat automakers door de corona crisis zelf hun productie, en dus ook hun chipbestellingen, verlaagden. De economische schade loopt in de vele miljarden als gevolg van gemiste omzet en extra kosten. Marktonderzoeker IHS Markit verwacht dat er alleen al dit kwartaal 670.000 auto’s minder gebouwd zullen worden. En het probleem lijkt ook niet snel opgelost te zijn: de tekorten zouden tot eind 2022 aan kunnen houden.
Microprocessors zijn een onmisbaar onderdeel in de hedendaagse auto. In een modern model zitten volgens deskundigen zeker 3.000 stuks en in een elektrisch exemplaar vaak nog veel meer. Als er ook maar één niet beschikbaar is, kan het voertuig niet worden afgeleverd. De betreffende chips zitten ook in mobiele telefoons, computers, televisies, gameconsoles, veel huishoudelijke spullen en noem maar op. De vraag naar dergelijke toestellen zat de laatste jaren sowieso al in de lift, maar de wereldwijde lockdowns hebben vooral de verkopen van consumentenelektronica een enorme boost gegeven.
GM profiteerde in het vierde kwartaal van het afgelopen jaar van een sterke vraag naar grote pick-ups en SUV modellen. Daarmee werd het jaar positief afgesloten. De omzet over heel 2020 kwam uit op 122,5 miljard dollar tegen 137,2 miljard dollar een jaar eerder. De winst bedroeg vorig jaar 6,2 miljard dollar, hetgeen 334 miljoen dollar minder was dan in 2019. Maar voor 2021 wordt dus rekening gehouden met een aanzienlijk lager winstniveau. Schrale troost is dat de concurrentie ook vol wordt geraakt.
Ford deelde vorige week mee alleen al in dit eerste kwartaal een omzetverlies van 2,5 miljard dollar te zullen lijden. Het bedrijf heeft de productie in één van haar fabrieken in Duitsland een maand stil moeten leggen, en daarnaast de output van de lucratieve F-150 in de Verenigde Staten teruggeschroefd. Mercedes-Benz bouwde tijdelijk in Rastatt en Bremen geen auto’s, maar zegt daar nu weer operationeel te zijn. Opel onderbreekt de productie in Eisenach en Volkswagen plant voor de hoofdvestiging in Wolfsburg, na onderbrekingen in de afgelopen weken, deze maand nog 2 dagen zonder productie, terwijl Audi vorige maand in Ingolstadt en Neckarsulm al korter heeft gewerkt.
Deskundigen in de chipindustrie wijzen daarbij met de vinger naar de autobazen zelf. Die houden, zeker in een tijd van kostenbesparingen, vast aan een productie op basis van just-in-time delivery waardoor zij geen onderdelen, en dus ook geen chips, in voorraad houden. “Voorraden betekent geld, dat is dus de laatste optie waar we aan denken,’’ zegt bijvoorbeeld CEO Oliver Blume van Porsche. Veel grote autobedrijven hadden halverwege vorig jaar juist nieuwe bestellingen van chips afgezegd vanwege de pandemie. Bovendien houden zij het aantal toeleveranciers graag beperkt, waardoor men de chips betrekt van enkele grote bedrijven als Bosch of Continental. Die moeten nu echter zelf bij derden inkopen. Continental waarschuwde in november al voor dreigende tekorten, maar voor dat alarmberichten waren de autoproducenten Oost-indisch doof.
Chipfabrikanten reageren doorgaans niet snel op sterke schommelingen in de vraag. Een nieuwe fabriek bouwen, of zelfs maar een productielijn toevoegen, kost namelijk miljarden. Het Taiwanese TSMC, de grootste chipfabrikant ter wereld, denkt dit jaar bijvoorbeeld 28 miljard dollar nodig te hebben voor de aanschaf van hightech apparatuur om de productie op te voeren.Die extra capaciteit is primair bestemd voor de elektronicasector en niet voor bedrijven als Volkswagen of Ford. In andere branches begon men al halverwege vorig jaar de orders weer op te voeren, maar autofabrikanten pas in de laatste weken. “Die waren dus te laat”, aldus de baas van TSMC, Chung Wei. “Het zal een aardige tijd duren voordat wij de capaciteit opgevoerd hebben. Veel van onze klanten onderschatten de complexiteit van de keten”, zo voegt Reinhard Ploss, topman van de grootste fabrikant van autochips Infineon er aan toe. “De auto-industrie kan dan wel smeken om meer chips, maar voorlopig zal daar niet aan voldaan kunnen worden”.
