Ford moet 2 ontslagen werknemers van haar voormalige fabriek in het Belgische Genks elk bijna 100.000 euro uitbetalen. Reden is dat de autofabrikant geknoeid had met de functieomschrijving.
De klacht gaat over de grote discrepantie die er jarenlang heerste tussen het rechten van fabriekspersoneel en werknemers met een kantoorfunctie. Bij Ford Genk, de autofabriek die in 2014 sloot en waar de vorige generatie Mondeo / S-Max / Galaxy van de band liep (foto), stond dat conflict op scherp.

De productiefaciliteit had een 200-tal fabriekswerknemers in dienst die het administratieve taken liet uitvoeren. Volgens Steven Renette, de advocaat van de voormalige personeelsleden, kwam dat omdat het hoofdkwartier van Ford in Detroit strikte quota oplegde over het aantal ‘white collar’ banen dat een fabriek mocht hebben.
Tot 2013 was er een groot verschil in de rechten van fabriekspersoneel en werknemers met een kantoorfunctie Niet alleen voor wat betreft vakantiedagen en vertrekregelingen, maar ook op het gebied van het pensioen. Zo kon fabriekspersoneel niet van een groepsverzekering genieten. Dat was voor de 2 voormalige werknemers reden om naar de rechter te stappen.
Na een jarenlange juridische strijd geeft het Hof van Cassatie hen nu gelijk. Het gevolg is dat Ford hen elk bijna 100.000 euro moet uitkeren als extra pensioen. Het is niet duidelijk of het vonnis precedentenwaarde heeft.
