Dat Europa het voortouw neemt bij de reductie van de uitstoot van auto’s, is jou wellicht niet ontgaan. De gretigheid van het Oude Continent om emissieregels aan te scherpen, staat intussen in schril contrast met de rest van de wereld. Eigenlijk legt afgezien van Europa alleen China harde doelstellingen op aan autofabrikanten voor elektrificatie van hun gamma, al zijn die minder drastisch dan het verbod op de verkoop van personenwagens met een benzine of diesel motor dat de Europese Unie tegen 2035 wil opleggen.
Noord-Amerika stoot na Azië de meeste broeikasgassen ter wereld uit. Toch versoepelde de regering van Donald Trump toekomstige emissienormen die onder zijn voorganger (Barack Obama) waren uitgewerkt. Washington vreesde dat het opleggen van strengere regels er voor zou zorgen dat auto’s snel te duur zouden worden. Maar de regering van de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden (foto) komt nu toch met een aanscherping van de uitstoot normen. Hij draait de versoepeling van Trump echter niet helemaal terug. Obama zette nog in op een jaarlijkse verbruiksvermindering van 5 procent, maar dat werd onder het bewind van zijn opvolger versoepeld naar 1,5 procent. De door de Biden regering voorgestelde doelstelling is daar over een kleine anderhalf jaar 3,7 procent van te maken.

Dat is een fractie van wat Europese Unie aan de autofabrikanten oplegt. Dit betekent dat in 2026 een Amerikaanse auto nog bijna dubbel zo dorstig mag zijn als vandaag de dag een Europees exemplaar. Over 5 jaar moet een personenwagen in de Verenigde Staten gemiddeld op een gallon benzine minimaal 33 mijl ver kunnen komen. Omgerekend betekent dit dat alle verkochte auto’s gemiddeld nog maar maximaal 7,1 liter per 100 km mogen verbruiken. Ter vergelijking: Europa heeft voor dit jaar reeds een gemiddelde ingesteld van 95 gram CO2 per km. Die norm komt neer op een maximaal verbruik van 4,0 liter benzine per 100 km (ook de regels voor dieselauto’s zijn veel strenger, maar dat is minder interessant omdat die in de Verenigde Staten veel minder populair zijn). En daarbij blijft het in. In 2025, dus een jaar eerder dat de Amerikaanse regels in werking treden, scherpt de Europese Unie de uitstoot norm aan tot een niveau waarbij autofabrikanten feitelijk niet meer ontkomen aan een gedeeltelijke elektrificatie van hun gamma.
De nieuwe Amerikaanse regering in Washington wil tegelijk inzetten op een snellere elektrificatie van het wagenpark, maar plaatsen daarbij wel enkele randvoorwaarden: “Elektrificatie kan er alleen komen wanneer de natie voldoende controle heeft over de toevoer van grondstoffen, de productie en de recycling van batterijen”, luidt het officiële standpunt. De Amerikanen zeggen onomwonden dat zelfs een gedeeltelijke elektrificatie van het wagenpark “niet raadzaam is alvorens de productieketen veiliggesteld is”. “Dat speelt alleen China in de kaart, een natie die nota bene niet terugdeinst voor schendingen van mensenrechten, economische manipulatie en grootschalige industriële spionage”. Juist. Want wat is het effect van het beleid van de Europese Unie? Dat de autoconsument bij ons verleid wordt (dat is misschien zachtjes uitgedrukt) om een (deels) elektrische personenwagen aan te schaffen; een model dat heel goed een in China geproduceerde BMW iX3, Dacia Spring, DS 9 E-Tense, MG ZS EV, Polestar 2, Tesla Model 3 Standard, Tesla Model Y of Volvo S90 Recharge kan zijn. En dan hebben wij het nog niet over de toekomstige generatie Mini en Smart modellen.
Kort samengevat leidt het beleid van de Europese Unie tot een versterking van de Chinese economie. Dat maakt dit land nog machtiger dat het al is waardoor annexatie van Taiwan een kwestie van tijd is. En de geschiedenis heeft ons geleerd wat de gevolgen voor de wereldvrede zijn als een land de autonomie van een andere natie niet respecteert. Maar in Brussel vindt met regels die effect hebben op hooguit 6 procent van de wereldwijde uitstoot van CO2 belangrijker. Gelukkig voor de Amerikaanse autoconsument is de regering Biden zich wel bewust van het feit dat elektrische voertuigen eenvoudigweg niet voor iedereen praktisch zijn. Een verplichte omschakeling staat in de Verenigde Staten, anders dan bij ons, dan ook niet op de agenda. Wel grote investeringen in elektrische infrastructuur. Die moeten ervoor zorgen dat het gebruiksgemak van bezitters van elektrische auto’s groter wordt, en meer consumenten in vrijheid omschakelen. Niet omdat politici dat bevelen.
Het beleid van Biden heeft er inmiddels toe geleid dat hij de steun heeft van de nationale auto-industrie. Ook nu de Amerikaanse president een zogeheten executive order heeft opgesteld met daarin de doelstelling dat in 2030 de helft van alle in de Verenigde Staten nieuw verkochte auto’s emissievrij moet zijn. Fabrikanten kunnen hun leven met die regel, ook omdat Biden onder de definitie van ‘zero emission’ ook plug-in hybride personenwagens verstaat. Maar voor de Amerikaanse automarkt, waar afgelopen jaar slechts 2 procent van de nieuw verkochte voertuigen een stekker had (dit percentage is veel lager dan bij ons), is het een behoorlijk stevige doelstelling. Een ander verschil met Europa: Biden voert geen algemene einddatum in voor de verkoop van auto’s met een verbrandingsmotor.
De Amerikaanse president steekt dus minder energie in het pesten van de autoconsument, maar maakt juist meer werk van investeringen in een nationaal laadnetwerk voor elektrische auto’s. Ook komt er weer een aanschafsubsidie voor dergelijke personenwagens en is er financiële steun voor zowel het ombouwen van fabrieken als voor onderzoek naar “de volgende generatie schone technologie”. Biden trekt daarvoor in eerste instantie omgerekend ruim 2,5 miljard euro uit. Dat klinkt de autofabrikanten als muziek in de oren. Zij laten dan ook weten dat zij achter de doelstelling van Biden staan. Ford, General Motors en Stellantis leggen in een gezamenlijke verklaring vooral de nadruk op het belang van het landelijke laadnetwerk en de subsidie voor zowel de aanschaf van elektrische auto’s als op financiële steun voor het ombouwen van de huidige autofabrieken. Ook BMW, Ford, Honda, Volkswagen en Volvo benadrukken dat belang in hun gezamenlijke verklaring. Vakbond United Auto Workers (UAW) zegt vooral waarde te hechten aan het behoud van banen in de transitie naar elektrisch rijden. Volgens de bond loopt de Verenigde Staten op het vlak van de fabricage van emissievrije auto’s momenteel achter op China en Europa en is de doelstelling essentieel om die achterstand in te halen.
Toyota
Opvallend is de positie van Toyota die bovenstaande verklaring niet heeft ondertekend. De Japanners hebben de afgelopen weken alles op alles gezet om het plan van de regering Biden voor de elektrische transitie zo lang mogelijk uit te stellen. Toyota gaf zelfs geld aan het kamp van de vorige Amerikaanse president, Donald Trump. Voor een fabrikant die goede sier maakt met hybride auto’s is dat toch wel opvallend. Of eigenlijk juist weer niet …
Toyota verzette zich dus expliciet en zelfs agressief tegen de opkomst van de elektrische auto. Het merk gelooft nog altijd rotsvast in haar bijna 25 jaar oude hybride technologie en in waterstofaandrijving. Terwijl andere fabrikanten wel op maatschappelijke ontwikkelingen reageren door hun elektrische strategie te versnellen (zoals Daimler, Stellantis en Volkswagen), probeerde Toyota regeringsbeleid ten voordele van stekkerauto’s tegen te houden. Dat deed zij door begin dit jaar zelfs financiële steun te verlenen aan Republikeinse congresleden die de rechtmatigheid van de verkiezing van de huidige president betwisten …
De steun van Biden voor elektrische auto’s met een batterij past duidelijk niet in de toekomstplannen van Toyota, dat haar geld op andere technologieën heeft ingezet. Na eerder het beleid van Trump te hebben gesteund, stuurde de Japanse autobouwer Chris Reynolds, een van zijn topmanagers in de Verenigde Staten, naar Washington om het congres er van te overtuigen om de plannen van president Biden aangepast dienen te worden en dat de elektrificatie transitie in het land zo sterk mogelijk vertraagd dient te worden.
Amerikaanse media berichten overigens dat Toyota niet alleen in de Verenigde Staten probeert om de elektrische transitie tegen te houden. Het zou ook in het Verenigd Koninkrijk, Europa en Australië in lobbywerk hebben geïnvesteerd en zou aan de Indiase regering hebben gezegd dat diens plan om tegen 2030 een puur elektrisch wagenpark te hebben, “onpraktisch” is.
