Niet eerder werden er in de afgelopen 10 jaar in België in juli zo weinig nieuwe auto’s op kenteken gezet als in juli 2021. En dat komt niet alleen door de corona crisis of door de chipschaarste …
Met 27.596 nieuw geregistreerde voertuigen in juli is het aantal inschrijvingen met 38 procent gedaald ten opzichte van dezelfde, sterk verstoorde maand periode vorig jaar. Er is sprake van een historisch laag resultaat; lager dan wat de Belgen het afgelopen decennium optekenden. Oorzaken zijn niet alleen de gevolgen van de coronacrisis of het tekort aan elektronische chips.
Belgische analisten stellen dat het probleem dieper ligt: de geforceerde overgang naar elektrische mobiliteit zorgt voor onzekerheid bij de autoconsument. Dit had tot gevolg dat in juli particulieren liefst 49 procent minder nieuwe personenwagens kochten. Op de zakelijke markt bleef de schade beperkt tot 26,7 procent. Christophe Dubon, woordvoerder van Febiac, verwoordt het probleem als volgt: “Particulieren willen niet de verkeerde keuze maken en een auto aanschaffen die ze over 7 à 8 jaar niet meer aan de straatstenen kwijtraken. Voor mensen men een leasewagen is dat nauwelijks een issue”.
Het gecumuleerde aantal inschrijvingen sinds 1 januari komt uit op 259.987 stuks. Dat is 0,44 procent lager dan tijdens de eerste 6 maanden van 2020 toen de Belgische economie nagenoeg stil viel vanwege van lockdown maatregelen. Dat de automarkt bij onze zuiderburen niet herstelt, komt ook door de sector zelf en dan in het bijzonder door het gedrag van de dealers. Er zijn al maanden signalen dat particuliere rijders die een nieuwe personenwagen willen kopen door de branche worden afgewimpeld. Niemand wil het gewenste model leveren. De autosector is namelijk gedwongen om de gemiddelde CO2-uitstoot van de verkochte personenwagens drastisch te verlagen. Fabrikanten leggen daarom aan hun dealers quota op voor de verkoop van zuinige auto’s, vaak weinig populaire stekker hybride modellen. Heel wat Belgische particulieren bedanken voor die vaak duurdere modellen waarmee zij in tegenstelling tot bedrijven amper fiscaal voordeel genieten. Verschillende importeurs bevestigen dat er inderdaad een rem staat op de verkoop van verschillende auto’s die nog steeds populair zijn bij de consument, maar die de kans vergroten dat de fabrikant aan het eind van het jaar een (monster)boete opgelegd krijgt. Er is dus sprake van een kloof tussen wat de particulier vraagt en wat de dealer (gedwongen) bereid is te verkopen. Dan is het logisch dat de markt in elkaar stort.
De situatie op de Belgische automarkt betekent dat merken die een sterke positie hebben in de leasesector de dans (deels) wisten te ontspringen. Zoals BMW, dat in juli wederom de meeste auto’s wist te verkopen aan onze zuiderburen. In het kielzog volgen Audi, Volkswagen en Mercedes. De Belgische top-4 was in juli dus compleet Duits. Hyundai is wat dit betreft de enige vreemde eend in de bijt als het om de top 5 gaat. Merken wiens modellen hoofdzakelijk door particulieren gekocht worden, kregen in juli rake klappen. Renault bijvoorbeeld. Dat is normaliter met regelmaat in de top 3 te vinden, maar duikelde afgelopen maand zo maar eventjes 78 procent omlaag. In juli 2020 kon het merk nog 4.125 auto’s afleveren, maar afgelopen maand waren dat er slecht 912.

BMW bekleedde in juli dus opnieuw de eerste plaats bij de inschrijvingen. Vorige maand wist het Duitse merk 2.827 nieuwe auto’s te registreren, hetgeen een marktaandeel van 10,24 procent opleverde. Het aantal was weliswaar 24,37 procent minder dan wat vorig jaar juli aan personenwagens op kenteken werd gezet (3.738 stuks), maar nog ruim voldoende voor de eerste plaats. De andere podiumplaatsen zijn voor Audi (2.710 auto’s, marktaandeel 9,82 procent) en Volkswagen (2.620 auto’s, marktaandeel 9,49 procent). Op Ferrari na (23 stuks in juli, oftewel 7 bolides meer dan vorig jaar) deden alle merken in de top 40 het in juli slechter dan vorig jaar. Dat geldt overigens niet voor Cupra, Polestar en Lynk&Co, maar die spelers debuteerden pas recentelijk op de Belgische automarkt.

Over het hele jaar, januari tot en met juli dus, behoudt BMW (dat enkel in juni het klassement niet kon aanvoeren) de eerste plaats met in totaal 26.685 registraties (goed voor een marktaandeel van 10,26 procent). Dat is een knappe prestatie want 5.502 auto’s meer is dan in dezelfde periode van 2020. De tweede plaats in de cumul is voor Volkswagen met 23.720 personenwagens en een marktaandeel van 9,12 procent, wat echter 2.828 auto’s minder is dan vorig jaar. Op plek drie staat Peugeot met 19.986 ingeschreven auto’s (7,69 procent marktaandeel), oftewel 996 stuks meer dan in 2020. De top 5 bestaat voor de rest uit Audi (18.995 stuks en 7,31 procent marktaandeel; een winst van 3.426 stuks) en Mercedes (met 18.296 auto’s en 7,04 procent marktaandeel; 962 exemplaren meer dan vorig jaar).
